Bestuurscrisis in KNGB eruptie van machtsstrijd

ROTTERDAM, 2 DEC. Hij zat niet “aan het rode pluche gebakken”. Hij kent die “cycli in het leven”, van opkomst en ondergang”. Hij heeft altijd geweten dat het “opeens afgelopen” kon zijn. Maar dat hij “de klus niet heeft kunnen afmaken”, dat noemt hij “jammerlijk”. Dat “een noodzakelijk vernieuwingsproces” tot staan is gebracht, door kortzichtigheid, door behoudzucht, dat vindt hij “wrang”.

Twee jaar is Henk Mannen vice-voorzitter geweest van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB). Drie jaar voorzitter. Aan dat leiderschap kwam zaterdag abrupt een einde toen het voltallig bondsbestuur van tien mensen op de bondsvergadering tot aftreden besloot. Dat is in de 125-jarige geschiedenis van Nederlands' oudste sportbond nooit eerder vertoond.

Formeel is het bestuur gevallen op een voorstel om de contributie met een gulden per jaar te verhogen. “Achtenhalve cent per maand”, zegt Mannen smalend. “Nederlandse sport op zijn smalst.”

In werkelijkheid was die contributieverhoging alleen maar “een stok om de hond te slaan”, bevestigt Mannen. Erkennen ook andere betrokkenen. Het bestuursconflict is de eruptie van een machtsstrijd die al jaren aan de gang is. Met als inzet: het topsportbeleid van de gymnastiekbond. Daarbij zijn ook de posities van het bondsbureau en de gewestelijke bestuurders in het geding.

Die stammentwist is niet exclusief voor de gymnastiekbond, meent Mannen. Die strijd woedt in de hele Nederlandse sportwereld. Daarbij verwijst hij naar een verhaal in NRC Handelsblad over het grote aantal voorzitters van sportbonden dat zich stukloopt op “vastgeroeste opvattingen” en “heilige huisjes”. Een artikel dat op de vergadertafel lag toen het bondsbestuur afgelopen zaterdag besloot om op te stappen. “Binnen sportbonden bestaat een grote weerstand zich aan te passen aan de eisen van de jaren negentig”, zegt Mannen. “De gemiddelde regiobestuurder durft de slag niet te maken naar een nieuwe organisatie. Het eigen bestaansrecht wordt niet ter discussie gesteld.”

'Grenzen leggen en grenzen verleggen'. Dat was de titel van de jaarrede die Mannen zaterdag nog heeft uitgesproken. Daarin wees hij op de noodzaak van financiële gezondmaking van de bond. Om de continuïteit van de organisatie anders in het geding zou komen. Daarin pleitte hij ook voor organisatievernieuwing. Omdat de bond zich anders uit de overvolle sportmarkt prijst.

De bond koerste aan op een tekort van ruim 500.000 gulden op een begroting van 9,6 miljoen. Een negatief saldo dat door teruglopende subsidies en een afnemend ledental veroorzaakt wordt. Om dat tekort te dekken moest voor drie ton worden bezuinigd op het bondsapparaat, vond het bestuur. Ook de leden dienden met een verhoging van de contributie bij te dragen aan het lenigen van de nood.

Een kleine meerderheid van de vergadering - 116 tegen 109 stemmen - wees die contributieverhoging uiteindelijk af. 'Bezuinig maar liever anderhalve ton op de topsport' was haar advies. Maar dat alternatief ging het bestuur “een brug te ver”, zegt Mannen. Daarmee zou het meerjarenplan voor de topsport worden doorkruist. Een meerjarenplan dat de algemene ledenvergadering notabene zelf heeft omarmd. “Er zijn van die principes waaraan je niet kunt laten knabbelen.”

Wat Mannen er niet bij zegt is dat de topsport binnen de gymnastiekbond al jaren onder vuur ligt. “Topsport vormt de sluitpost van de begroting”, weet bondscoach Gert-Jan Nieuwstadt. Enkele jaren geleden besloot de gymnastiekbond tot opheffing van het omstreden turninternaat Papendal, onder druk van de leden. Tegelijkertijd werd een begin gemaakt met een gedecentraliseerde aanpak, die gepaard ging met een forse bezuiniging. Nu eiste de meerderheid van de bondsvergadering dus een nieuwe sanering, wat het “werk op middellange termijn onmogelijk maakt”, waarschuwt Nieuwstadt. Die voortdurende tegenwerking en onbegrip maken hem “moedeloos”.

De weerzin om te dokken voor de topsport is symptomatisch voor de sfeer in veel sportbonden, vindt Mannen. De kloof tussen breedtesport en topsport wordt almaar groter. En de breedtesporters hebben het voor het zeggen in de bonden. Maar eigenlijk zijn ze niet in staat te “oordelen over het complexe topsportbeleid”. “Dat leidt tot conflicten”, zegt Mannen. “Kijk maar naar de schaatsbond, naar de atletiekbond, naar de volleybalbond.”

Nieuwstadt heeft de indruk dat de confrontatie van zaterdag niet alleen met het topsportbeleid te maken had. Op de achtergrond speelde ook het discussiestuk-Wagner een rol. Daarin wordt gepleit voor herpositionering van de gymnastiekbond, voor nieuwe keuzes van kerntaken, voor een andere organisatiestructuur. Die nieuwe opzet zou ook leiden tot een directer contact tussen het bondsapparaat en de verenigingen, maar dat zou wel ten koste gaan van de macht van de gewesten. Door het bondsbestuur te laten vallen kozen de regionale vertegenwoordigers afgelopen zaterdag voor lijfsbehoud.

De bestuurscrisis heeft de bond voorlopig lamgelegd. Er heeft zich wel een werkgroep aangediend, die een nieuw bondsbestuur gaat zoeken en een nieuwe begroting opstelt. Maar die werkgroep heeft geen enkele volmacht, zegt bondsdirecteur Van den Brink. En een nieuw bestuur zal pas op zijn vroegst half februari kunnen aantreden. Tot die tijd kunnen er geen beleidsbeslissingen worden genomen. Er kunnen alleen voorlopige contributie-aanschrijvingen de deur uit. Noodzakelijke bezuinigingen moeten worden uitgesteld. Ook heerst er grote onrust op het bondsbureau.

Ook een mogelijke fusie tussen KNGB (260.000 leden) en christelijke KNCGV (67.000) dreigt door de bestuurscrisis te worden vertraagd, erkent een woordvoerder van de KNCGV. Half december zouden de beide besturen verkennende besprekingen voeren. Volgend jaar al was een principe-uitspraak van de leden over een samensmelting per 1 januari 1996 voorzien.

Maar gewestvoorzitter H. Wille, één van de zeven leden van de werkgroep die orde op zaken moet stellen, maakt zich geen zorgen over de beleidsimpasse en het ontstane machtsvacuüm.