BELLES ETRANGERES

Zij waren dus niet zo mooi als verwacht, die Nederlandse literatoren in de Sorbonne; zij konden kennelijk niet boeien.

Zo'n uittocht uit een zaal - natuurlijk niet bij onze muziek of ballet - is in Parijs eerder vertoond. In 1976 werd daar voor het eerst een Nederlands toneelstuk in Franse vertaling opgevoerd: Lodewijk de Boer en het heette toen 'Sept manières de traverser la rivière'. Enkele Adams en Eva's gingen in namaakbomen op het toneel en debiteerden wat van die te onzent gebruikelijke schuttingkreten en onintelligente taal. Na ruim een kwartier was er nog steeds geen uitzicht op enige samenhang, laat staan hoop op een boeiende avond. Ik stapte het theater uit, helaas te vroeg.

De volgende ochtend hoorde ik dat ik de climax had gemist. Twee minuten na ons stille vertrek had uit een hoge boom een acteur de bekende Franse kreet uitgestoten “J'en ai merde”. Een kleine Fransman midden in de stalles had zich verheven en luidkeels teruggeroepen: “moi aussi”. Op zijn uittocht was hij door een grote menigte vergezeld.

De Vlaamse minister van cultuur heeft dus gelijk indien hij zijn stem verheft. Onze Vlaamse neven en nichten hebben nu eenmaal een bewezen talent zich in francophone kringen ten minste staande te kunnen houden. Om de bruggen te bouwen - die wij en zij in het Europa van vandaag graag willen bouwen naar het Franse cultuurbereik - zijn zij, naar de praktijk bewijst, maar al te bitter nodig.