Als alles er al is; Meubelmaken na de kunstacademie

Met het glas van een kapot geslagen autoruit maakt hij een fruitschaal, en een roze peignoir kleurt de zitting van een voddenstoel. Maar een eco-kunstenaar wil ontwerper Tejo Rémy zich niet noemen. “Ik ben gewoon bezig, net als de directeur van Philips en een straatveger.” Op en rondom de Werkplaats.

Meubelen van Rémy zijn oa te koop bij The Frozen Fountain, Prinsengracht 629, Amsterdam. Inl 020-6229375.

Ook Tejo Rémy, vormgever annex meubelmaker, werkt op het ritme van popzender Radio Drie. “Behalve dat (hij draait schuldbewust het volume wat lager) is het hier heerlijk rustig.” Het merendeel van de loodsen op het oude industrieterrein in Utrecht is doods en dichtgetimmerd. Inspirerend? “Soms”, antwoordt Rémy. Hij is geen voorstander van mythes. “Alles hangt van je stemming af.” De voordelen van zijn werkplaats - die hij deelt met een collega-ontwerper - zijn in ieder geval het daglicht en de ruimte. Waar vroeger een zeilmakerij was gevestigd, staan nu tekentafels, ijzeren rekken en houten plankjes in het rond. Al het gereedschap, groot en klein, heeft een willekeurige plaats, maar het enige dat Rémy regelmatig niet kan vinden, is zijn aansteker. Zonder op te staan trekt Rémy vanaf zijn plek achter de tekentafel uit een kartonnen doos een van zijn bekendste ontwerpen tevoorschijn. De gezandstraalde melkfles vormt samen met elf andere dito flessen een kroonluchter, die vlak boven de grond kan worden gehangen. In iedere fles hangt een lampje dat met schroefjes aan de hals is bevestigd. “Het zijn ovenlampjes. Die zijn smal en tegen de hitte in de fles bestand.” Die tip kreeg hij in de lampenwinkel, nadat gewone lampen ettelijke malen waren gesprongen. Rémy's lamp maakt deel uit van een serie meubelen, die hij in het kader van zijn afstudeerproject aan de Kunstacademie te Utrecht ontwierp. De lamp, een stoel van geperste vodden, waarbij een roze peignoir de kleur van de zitting mocht bepalen, en een kast van oude laatjes, een metafoor voor het geheugen, hebben veel aandacht getrokken. Exposities in galeries en een prijs op een talentenbeurs in München waren het gevolg, evenals het predikaat 'eco-kunstenaar'. Tot grote ergernis van Rémy. “Zo'n verhaal gaat een eigen leven leiden. Uit reactie heb ik een boekenkast met nieuwe iepenhouten planken en betonblokken gemaakt.” Hij tilt ter demonstratie een betonblok van 25 kilo uit de voorraadkast. “Ja, die heb ik zelf gemaakt.” In elkaar gevoegd is het resultaat een stellage van vijf 'gebroken wippen' met de betonnen blokken in het midden. “De planken steken schuin omhoog, zodat de boeken tegen elkaar aanglijden. Ze kunnen er niet afvallen.” De ontwerpen van Rémy balanceren tussen kunst en design, maar hij wil zichzelf geen kunstenaar noemen. “Ik ben gewoon bezig, net zoals de directeur van Philips en een straatveger.” Rémy volgt zijn eigen inspiratie. Met het glas van een eigenhandig kapot geslagen autoruit, voor een gulden of twintig op de autosloop gekocht, is hij nu een fruitschaal aan het maken. In een ronde, gipsen mal ligt een strookje van gebroken glas gedrapeerd. “Eerst heb ik geprobeerd het glas te lijmen, maar dat werd een kliederboel. Nu laat ik het smelten. Omdat het dan de neiging heeft om naar beneden te glijden, heb ik in de mal terrassen aangebracht, volgens hetzelfde principe als de rijstvelden. Van binnen zal ik het glas glad strijken, maar de buitenkant blijft die terassenstructuur behouden.” Het uitgangspunt van Rémy is lang niet altijd het eindpunt. Oorspronkelijk was de schaal een ring zonder bodem. “Ik wilde een plek voor fruit maken. Maar dat beeld, een glazen ring met daarbinnen fruit, paste niet. Het materiaal trok te veel aandacht. Dat is het probleem met glas; het is zo gauw mooi.” Het knutselen, het uitvinden, is een van de bevredigendste onderdelen van zijn werk. En ja, toch het liefst met de middelen, die voorhanden zijn. “Alles is er al. Ik vind meer uitdaging in het gebruiken van oude dingen om iets nieuws te maken. Zoals Robinson Crusoë. Die richtte zijn paradijs ook in met wat hij vond.” Ook in het groot blijft hij die filosofie trouw. Op de vraag waarvan hij als ontwerper droomt, antwoordt hij: “De wereld anders inrichten.”