Allegro toont Frans Strijards worsteling

Voorstelling: Allegro Barbaro van Frans Strijards door Art & Pro. Regie: Frans Strijards. Decor: Stans Lutz. Spel: Carla Hardy, Trudy de Jong, Paul Hoes, Elsje de Wijn, Laus Steenbeeke. Gezien: 1/12, Rozentheater, Amsterdam. Nog te zien: aldaar t/m 18/12. Tournee: 1994/'95.

Al jaren - ik weet het nu zeker - is toneelschrijver/regisseur Frans Strijards op zoek. Naar wat weet ik niet en de tragiek nu is, dat hij het zelf ook niet lijkt te weten. Hij was ooit een briljant streetkid, dat klassieken van de trap af smeet en toonde dat er dan nog heel wat van over bleef, vervolgens ensceneerde hij op cartoon-achtige wijze eigen werk (Het syndroom van Stendhal en Hitchcock's Driesprong) en ook dat was uitdagend, verrassend, tintelend. Toen ensceneerde hij meer eigen werk (Toeval.Voorval., Sporen) en verdween de betovering.

De schrijver ging de regisseur dwarszitten, of omgekeerd. Resultaat was in elk geval dat Strijards verstrikt raakte in de chaos, die hij zelf schiep. Zijn intriges waren geforceerd, het ideeëngoed dat hij erin verwerkte, was onhelder. Zijn voorstellingen bleven interessant, maar nu voornamelijk vanwege de strijd die het intellectualistische talent Strijards zichtbaar met zichzelf aan het voeren was. En die strijd is nog niet uitgewoed. Ook zijn nieuwe stuk Allegro Barbaro is het produkt van dualisme; de filosoof Strijards en de ensceneur zijn het nog steeds niet met elkaar eens.

Eén ding is zeker: regisseren kan hij. Strijards moet zelfs van het weerbericht een meeslepende choreografie kunnen maken. Mise en scène is zijn grote kwaliteit. Het wervelt en draait, zwenkt en springt: hij is de meester van de onderbroken loopjes, van het draaien om de as, de verbrokkelde beweging, het onverhoeds op de schreden terugkeren, van de tic en de off-balance. Het wederom door Stans Lutz ontworpen decor van Allegro (en ook die titel uiteraard) wijst op die dynamiek. Het is een driehoek, waarvan de punt achterin eindigt in een ondoorzichtig raam en waarvan de zijlijnen in een golfbeweging uitwaaieren. Er zijn onnodig veel deuren, ten behoeve van een komediant va-et-vient en dat het meubilair enigszins braaf langs de kant is opgesteld, is eigenlijk een stijlbreuk.

Maar des te meer ruimte is er voor de loopjes, de korte sprints, de val. In die zin past Strijards tekst goed bij zijn regie: de half geuite gedachteflarden van zijn personages weerspiegelen hun omgeving en hun bewegingen. Maar dan? Dan is er een thriller-achtige intrige, over malversaties en verraad in het grote zakenleven, tussen mensen die emotioneel en zelfs amoureus tot elkaar veroordeeld zijn en elkaar niettemin heftig wantrouwen. Dat klinkt zo vreemd als het is en dat weet Strijards ook aannemelijk te maken. Met humor zelfs, zo nu en dan. Trudy de Jong, vanouds zijn vleesgeworden gedachtengoed, blinkt weer uit in neurose, in dwangmatig gedrag, in de afwisseling van verstikte woede en poeslieve vleierij en van radeloosheid en abrupte kordaatheid.

Maar zomin als de anderen die niet minder goed weten wat komediespelen is, slaagt zij erin de voorstelling te laten zweven. Want dat is het enige, dat de toeschouwer ervan zou kunnen weerhouden zichzelf de vraag te stellen waar hij nu eigenlijk naar kijkt. Moderne mensen die het moeilijk hebben met elkaar, kennelijk, klaarblijkelijk, vermoedelijk. Mensen die in staat zijn tot het formuleren van zo op het gehoor, pakkende oneliners: “Je leeft maar één keer, dus je kunt het maar beter goed plannen” en: “Angst heeft zijn wortels in het zelfbehoud van het individu” en: “Wat jouw karakter mist, is...karakter”.

Maar ook: “Zeg, wat moet ik met zo'n gesprek?” Dat is géén oneliner, maar wel de essentie van Allegro Barbaro. Strijards maakt opnieuw niet duidelijk, waarom het hem begonnen is. Het probleem is zijn suggestie dat het om meer gaat dan eigentijdse luxe-problemen, en die suggestie vervolgens laat voor wat zij is. De machteloosheid van zijn personages wordt daarmee die van de schrijver en de regisseur. Ik ben zijn therapeut niet, maar misschien moet hij even afzien van het schrijven van stukken en voor mijn part Feydeau en Ayckbourn gaan regisseren. Iets stevigs en helders en niet te pretentieus. In afwachting van oude vonken.