Vrije val in Japan

DE MARKT BEPAALT vraag en aanbod. In Westerse markteconomieën is deze opmerking een open deur.

Maar als de Japanse premier Morihiro Hosokawa dit zegt daags nadat de koersen op de Japanse effectenbeurs in elkaar zijn geklapt, is het een aanwijzing dat het politieke denken in Japan ingrijpend aan het schuiven is. Afgelopen maandag ging de Nikkei, de Japanse beursbarometer, in vrije val naar beneden. De beurs heeft zich sindsdien wel hersteld, maar de schrik zit er goed in. Bovendien: de beurskrach is een illustratie van de diepe financieel-economische crisis in Japan. Dat maakt de gang van zaken in de tweede industriële grootmacht ter wereld en het industrieland met het grootste structurele spaaroverschot, ook voor andere landen van direct belang.

Japan maakt de ernstigste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog mee. Vertwijfeld vragen Japanners zich af wanneer de bodem van de crisis is bereikt en waar de overheid blijft. Onder de Liberaal-Democratische Partij (LDP), die Japan sinds 1955 38 jaar ononderbroken regeerde en die deze zomer werd weggestemd uit onvrede over politieke inteelt en corruptieschandalen, stuurde de overheid de markt. De nieuwe premier, Hosokawa, is met een coalitieregering begonnen lang uitgestelde politieke en economische hervormingen uit te voeren. Eén daarvan is dat de regering niet langer bereid is, zoals de LDP deed, de markt te manipuleren door beurskoersen op te krikken met kunstmatige steunaankopen.

Met een dure yen, een chronisch handelsoverschot, de leeggelopen luchtbel-economie van overgewaardeerde aandelenkoersen en onroerend-goedprijzen, biljoenen aan waardeloze bankleningen, dalende bedrijfswinsten en oplopende werkloosheid staat Japan voor ingrijpende economische aanpassingen. De poging van de LDP om de economie te ondersteunen met twee miljardeninjecties van openbare uitgaven is op niets uitgelopen. Het wachten is nu op een nieuw stimuleringspakket met belastingverlaging, rentedaling en nog meer overheidsuitgaven. Maar het blijft niet bij economische maatregelen. De regering-Hosokawa heeft ook politieke hervormingen en modernisering van het archaïsche kiesstelsel in het vooruitzicht gesteld.

DEZE MAATREGELEN accentueren de tekortkomingen van het Japanse 'model' waarvan midden jaren tachtig werd voorspeld dat het de geïndustrialiseerde wereld zou veroveren. De band tussen ministeries en bedrijfsleven, de verstrengeling van ondernemingen en financiële conglomeraten, de informele macht van de bureaucraten en de feitelijke machteloosheid van ministers en premiers hebben de Japanse economie naar grote hoogte gestuurd maar blokkeerden eind jaren tachtig noodzakelijke aanpassingen.

Over het Japanse model bestaan in het Westen twee opvattingen. De ene gaat uit van de uitzonderlijke eigenschappen van het Japanse 'systeem' zoals zich dat met een onderbreking van de naoorlogse Amerikaanse bezetting deze eeuw heeft ontwikkeld. De andere stroming meent dat Japan niet anders functioneert dan Westerse kapitalistische economieën. Nu ontrolt zich een synthese van beide opvattingen: het Japanse 'systeem' heeft jarenlang veranderingen tegengehouden en gaf daarmee aan Japan een eigen, afwijkende dynamiek. Maar nu dit systeem het einde van zijn politieke en economische cyclus heeft bereikt, zorgen de aangekondigde hervormingen voor grote verwarring. Zonder zichzelf te verloochenen stelt Japan zich open voor de onzekerheden van de markteconomie. Van die kwetsbaarheid is Japan lang, te lang afgezonderd gebleven.