Violist Gidon Kremer goochelt verrassend met Beethoven

Concert: Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Nikolaus Harnoncourt m.m.v. Gidon Kremer, viool. Programma: L. van Beethoven: Vioolconcert; Derde symfonie. Gehoord: 30/11 Concertgebouw Amsterdam.

In de serie Carte blanche stelt het Amsterdamse Concertgebouw dit seizoen de violist Gidon Kremer vijf keer in de gelegenheid te laten horen wat hij het liefste wil. Op papier ziet dat er soms wel mooi uit maar ook wat vanzelfsprekend, zoals het Vioolconcert van Beethoven, dat gisteravond op het programma stond. Dat de begeleiding zou worden verzorgd door het Chamber Orchestra of Europe onder leiding van Nikolaus Harnoncourt maakte het al bijzonderder. Maar de verrassingen kwamen pas tijdens het concert.

Gidon Kremer gaat in zijn optreden goeddeels terug naar de vrijheden die de echt grote solisten zich in de vorige eeuw veroorloofden. Voor hen waren de noten van de componist vooral de aanleiding om zichzelf te laten horen en niet zozeer om de bedoelingen van de componist hoorbaar te maken.

Kremer blijft in zijn versie van Beethovens Vioolconcert officieel midden tussen die twee uitersten. Tot de cadens van het eerste deel wordt ingezet, is alles ongeveer normaal. Maar dan, op het moment dat iedereen verwacht dat hij nu een prachtige solo gaat inzetten, valt Kremers arm met de strijkstok in de hand geheel stil. We horen ineens wel een fortepiano, die niet op het podium staat, via twee luidsprekers hoog boven het orkest.

Het is alsof Beethoven - de pianist - zelf vanuit de hemel gaat deelnemen aan de uitvoering. Wat klinkt vanuit de kelder onder de Spiegelzaal is de cadens van Beethovens eigen pianoversie van het Vioolconcert. Overigens blijft 'Beethoven' niet lang de enige solist, Kremer gaat op zijn viool iets spelen dat waarschijnlijk overeenkomt met de rechterhand-partij van die pianocadens en ook de paukenist roert zich af en toe. De beroemde vioolsolo is een terzet geworden!

In het slotdeel, al even ongebruikelijk begonnen met een mini-cadens, gebeurt hetzelfde nóg een keer op veel kleinere schaal: pianist Vadim Sakharov had als 'Beethoven' hier maar één riedeltje te spelen en Kremer had zelf het laatste woord. Hij leek in dit Vioolconcert een goochelaar die verschijningen oproept, hij toonde daarvoor al eerder een voorliefde. In Schnittkes Concerto grosso nr 5, dat hij in augustus in Amsterdam uitvoerde, spookte ook al een piano buiten de zaal. En eerder hoorde men in een Schnittke-duo de altviool vanachter een gordijn.

Voorzover het Vioolconcert 'gewoon' werd uitgevoerd, klonk het naar de gevestigde maatstaven verre van conventioneel. Harnoncourt, het orkest en Kremer spanden zich met een 'authentiek' aandoend klankbeeld in voor een maximale expressie met een enorm reliëf en opgevoerde contrasten, forse accenten, dramatische fortes, een hoofdrol voor de paukenist met een stel harde stokken, superzachte passages en een soms ijzingwekkend dunne viooltoon werd hier welbewust gezocht naar de grenzen van wat nog kan en die liggen heel ver van de klassieke, evenwichtige en nobele uitvoering waarmee ik groot werd: die van violist Zino Francescatti en dirigent Bruno Walter.

Maar wie carte blanche heeft, dient zich inderdaad te buiten te gaan aan iets dat op zijn minst ongewoon is, al werd deze unieke versie van het Vioolconcert al eerder op de plaat gezet: Teldec 9031-74881-2. Het publieke succes was groot en Kremer speelde als toegift nog een even uitzonderlijke vioolversie van het Schubert-lied Erlkönig: in zo'n duizelingwekkende, ijlende vaart dat het slechts in de kreten van het kind en in de plots in normaal tempo gespeelde slotnootjes duidelijk werd wat hier klonk.

De uitvoering van Beethovens Derde symfonie 'Eroïca' was na de pauze veel voorspelbaarder: een typische Harnoncourt-aanpak die dus ook veel verrassingen oplevert. Het snel genomen eerste deel klonk minder onaantastbaar monumentaal dan de gevestigde normen aangeven. En de dramatiek van de Marcia funèbre werd doorschoten met veel opgewektheid in de blazers: de fröhliche und dankbare Gefühle uit de pastorale Zesde symfonie kondigen zich hier al aan en braken in de twee laatste onbekommerd los.