'Tijdperk van ontnuchtering is ingegaan'

PAPENDAL, 1 DEC. Voor de Nederlandse sportwereld ontsprong gisteren een nieuwe geldbron. Met het besluit van de Eerste Kamer in te stemmen met de invoering van de instantloterij, een nieuw kansspel, kwam een einde aan de jarenlange nerveuze sfeer in sportkringen omdat nu wordt aangenomen dat een jaarlijkse geldstroom van maximaal drieëndertig miljoen gulden op gang zal komen.

Wouter Huibregtsen, voorzitter van NOC*NSF, toonde zich opgelucht over de beslissing. Hij denkt dat de verwachte miljoenen van de krasloterij gebruikt zullen worden ter compensatie van de teruggelopen opbrengt van lotto-toto, waardoor de sport de afgelopen jaren minder geld heeft gekregen, verder voor de ondersteuning van de topsport en tevens om kleine bonden te steunen die door een nieuwe regeling hun overheidssubsidie dreigen kwijt te raken.

Tot op de dag van de behandeling in de Eerste Kamer heeft de georganiseerde sport in haar rats gezeten over de uitkomst van het debat. Maandag nog verscheen er op de advertentiepagina's van de landelijke dagbladen een open brief aan de leden van de Eerste Kamer, ondertekend door zo'n honderdtwintig instellingen, merendeels uit de sportwereld, waarin erop werd gewezen dat de nieuwe loterij onontbeerlijk is omdat er door de bezuiningen bij de overheid geen extra financiële middelen ter beschikking komen.

De post voor sport op de begroting van WVC van 45 miljoen gulden mag dan al jarenlang buiten de bezuiningen zijn gebleven, zelfs minister d'Ancona noemde die bijdrage van de rijksoverheid aan de sport “buitengewoon gering”. Zo gering dat ze tegen de achtergrond van de maatschappelijke functie die het ministerie de sport toedicht zei: “We zitten voor een dubbeltje op de eerste rang. Maar het gevolg daarvan Daardoor kunnen we nu wel meepraten.”

Tijdens de bijeenkomst 'Samen leven door sport' van de initiatiefgroep Sport en Samenleving op het nationaal sportcentrum Papendal bij Arnhem kondigde ze aan volgend jaar een aantal ronde-tafel-gesprekken te zullen organiseren over het omgaan met regels in sport en maatschappij, sport en grootstedelijke sociale problemen en het al dan niet af sluiten van een aparte verzekering voor sporters. “De maatschappelijke inbedding relativeert de autonomie van de sport”, aldus de minister.

J.P. van der Reijden, ex-staatssecretaris van WVC die destijds sport in zijn portefeuille had, verweet de overheid een heleboel sportbonden, ook zwakkere, “op te zadelen met grote maatschappelijke problemen die je als overheid graag kwijt wil omdat je ze zelf ook niet op kunt lossen.” Anderen zagen daar geen kwaad in, zoals VNO-voorzitter A.H.G. Rinnooy Kan die de “terechte zuinigheid” en de “gedemonstreerde incompetentie” van de overheid zag als een rechtvaardiging voor de terugtredende overheid.

Overigens treedt ook het bedrijfsleven een beetje terug in de relatie met de sport. Sponsoring is een zakelijke relatie geworden. De VNO-voorzitter wees er “met klem” op dat de sportwereld de wetten van de markteconomie moet respecteren omdat anders deze aantrekkelijke geldstroom wel eens zou kunnen opdrogen. Financieel zouden bonden hun eigen boontjes moeten doppen.

Hij pleitte tevens voor een aparte verzekering tegen sportongevallen. “De ondernemer die merkt dat zijn werknemer voor de zoveelste keer afwezig is omdat hij geblesseerd is, neemt dat niet voor lief. Hij schrijft dat toe aan de steeds irritanter wordende spelverruwing waar paal en perk aan gesteld moet worden, net zoals het niet meer vanzelfsprekend is dat de financiële gevolgen van een opgelopen blessure bij risicovolle sporten voor rekening van de ondernemer of de maatschappij zijn. “De kritiekloze waardering vanuit het bedrijfsleven voor de grote waarde van sportbeoefening is voorbij. Het tijdperk van de ontnuchtering is ingegaan.”

NOC*NSF voorzitter Huibregtsen meende dat er nog steeds onvoldoende redenen zijn om tot aparte verzekeringen voor sportbeoefenaren over te gaan en ook WVC ziet weinig in zo'n verzekering.