Thyssen-museum in Barcelona wil geen filiaal zijn

Het Museo Monasterio de Pedralbes en de daarin ondergebrachte Collecio Thyssen-Bornemisza is dagelijks, behalve maandag, geopend van 10 tot 14 en op zaterdag van 10 tot 17 uur. Entree: 500 ptas. catalogus: ... ptas. Pedralbes is vanuit het centrum van Barcelona te bereiken met de buslijnen 64 en 22. Tel. 09-343 4811041

Tientallen slanke zuiltjes, kenmerkend voor de Catalaanse gotiek, torsen de drie verdiepingen tellende omgang van het klooster Santa Maria van Pedralbes. Het grote klooster biedt sinds eind september onderdak aan een klein deel van de collectie-Thyssen, die daarmee zijn tweede vaste verblijfplaats in Spanje gevonden heeft. “Dit deel is vooral bedoeld voor de fijnproevers,” zei baron Hans-Heinrich von Thyssen-Bornemisza ruim een maand geleden tijdens de opening.

De vroegere slaapzaal van de nonnen is verbouwd tot een hoog schip van grijze en witte steen. In chronologische volgorde hangen langs de muren schilderijen en reliëfs, de meeste van religieuze aard en afkomstig uit het Italië van de late mideleeuwen, renaissance en barok. De tijdsorde wordt slechts aan de korte kanten van de zaal doorbroken. Zo ziet de bezoeker direct na binnenkomst hoog in een voor hem ontoegankelijk trappehuis, en achter glas, een lijdende Christus-aan-het-kruis van Zurbarán. Het doek is gelukkig zo groot dat de te bewaren afstand niet als zo'n heel erg bezwaar hoeft te worden gevoeld. Helemaal aan de andere kant van de ruimte hangt Fra Angelico's wat zoetelijke Madonna van de Nederigheid - volgens de beheerders het topstuk van de hele expositie.

Hoewel het uit de veertiende eeuw daterende gebouwencomplex slechts zeventig schilderijen en beeldhouwwerken herbergt, is het streng verboden om het Thyssen-museum van Barcelona een filiaal te noemen van dat in Madrid. Organisatorisch gezien valt het wel onder het bestuur van de Thyssen Stichting in de hoofdstad, waar de vaste collectie tien keer zo groot is. Maar uit respect voor de nationalistische gevoelens van de Catalanen wordt daar niet al te zeer de nadruk op gelegd. “Het is niet zo dat wij de kruimels hebben gekregen,' stelt conservatrice Inmaculada Gómez met nadruk vast. “Deze werken zijn rechtstreeks uit de oorspronkelijke voorraad in Lugano gekozen, nog voordat de collectie van Madrid was samengesteld. De verhouding kwaliteit-kwantiteit is hier dan ook beter dan daar.”

In het door regionale politieke tegenstellingen beheerste Spanje was van meet af aan duidelijk dat de tweede stad van het land niet helemaal met lege handen kon achterblijven toen het erom ging de schatten van baron Thyssen uit te stallen. Bovendien is Tita Cervera, de huidige mevrouw Thyssen, afkomstig uit Barcelona en haar rol is van doorslaggevende betekenis geweest bij het naar Spanje halen van de verzameling die men tot voor kort plachtte aan te duiden als 's werelds op-één-na-rijkste kunstcollectie in particulier bezit. De in totaal meer dan achthonderdvijftig werken werden aanvankelijk voor de duur van negenenhalf jaar van de baron gehuurd, maar deze zomer gingen ze tegen een vergoeding van omgerekend zo'n zevenhonderd miljoen gulden definitief over in handen van de Spaanse staat.

Het museum in Madrid, dat vorig jaar zijn poorten opende, kreeg een heel eigen gebouw, dat speciaal voor dit doel werd aangepast en ingericht. De Catalanen hebben hun deel van 'Thyssen' gecombineerd met een andere kunsthistorische en toeristische attractie: het klooster Santa Maria, dat op zichzelf al een tocht naar de voorstad Pedralbes rechtvaardigt maar als bouwwerk natuurlijk wel geheel in zijn waarde moest worden gelaten. De kerk en de benedenverdieping van het indrukwekkende complex waren al in 1983 voor het publiek toegankelijk gemaakt. Men kon er als stijlkamers ingerichte kloostercellen bezoeken, de oude apotheek zien en ook de sinds de zestiende eeuw nauwelijks veranderde ziekenzaal. Een cel naast de ingang bevat goedgeconserveerde fresco's van de zeven hoofdzonden en de zeven zaligheden die in 1345 door de schilder Ferrer Basso werden gemaakt.

Na een ingrijpende restauratie zijn nu ook de bovenverdiepingen, de kelders en de gemeenschapsruimten te bezichtigen. De nog resterende bewoonsters, die behoren tot de orde der Clarissen, hebben dit terrein moeten prijsgeven en zijn naar een afgesloten hoek van het voor hen veel te groot geworden complex gebracht. Wellicht hebben ze het daar comfortabeler dan hun voorgangsters, wier sobere woonomgeving nu dagelijks door horden toeristen wordt besnuffeld. Daar staat echter tegenover dat ze een groot deel van de dag het genoegen moeten missen van een meditatieve wandeling door de zuilengalerijen rond de groene kloosterhof.

Dat het accent bij de keuze van het tentoongestelde op de religeuze kunst is komen te liggen wordt in de toelichtende teksten verklaard uit de behoefte om aan te sluiten bij de sfeer van het klooster. Dat er vooral veel Italianen staan en hangen zou te maken hebben met de historische banden tussen Catalonië en Italië. Maar wie vervolgens vraagt waarom dat ene Hollandse landschap van Salomon Ruysdael, dat beeldje uit Nottingham, het portret van Anna Dürer of het werk van de Andalusiër Velazquez en de Extremeen Zurbarán dan óók nog naar Pedralbes moest, krijgt als antwoord dat deze kleine collectie tegelijkertijd een representatieve indruk moest geven van wat de Thyssen-verzameling als geheel behelst. Zij het dan weer zonder de negentiende- en twintigste eeuwse kunst, die in Madrid ongeveer de helft van het museum beslaat.

Al deze rationalisaties en schijnredeneringen verhullen kortom niet erg overtuigend dat er tussen Madrid en Barcelona bijna vijf jaar lang een keihard gevecht is geleverd om de 'topstukken' uit de Thyssen-schat. Een gevecht dat niets te maken had met kunsthistorische argumenten maar uitsluitend met politieke belangen en waarin stuk voor stuk veroverd moest worden op de tegenstander. Wie de catalogi van beide instellingen vergelijkt ziet nog de sporen van deze strijd: een enkel doek, zoals de Christus van Zurbarán, wordt door alletwee geclaimd. Om het leed van het kleine Pedralbes te verzachten hebben de baron en de barones op het laatste moment een paar schilderijen die privébezit waren gebleven in bruikleen afgestaan en bestaat er in principe de mogelijkheid om werk tussen de beide plaatsen uit te wisselen.

Voor wie meer belang stelt in kunstgeschiedenis dan in kunstpolitiek en geen overdreven waarde hecht aan de samenhang in een collectie is er intussen genoeg te genieten in de vroegere nonnenslaapzaal en in het zijvertrekje, waar de Italiaanse achttiende eeuw is ondergebracht. Er is bijvoorbeeld een prachtige, stijve Madonna-met-kind van de veertiende-eeuwse meester Bernardo Daddi, er zijn indrukwekkend heldere burgerportretten van Duitsers en Oostenrijkers (Polack, Huber, Wertinger) en een reeks in diezelfde stijl geschilderde heiligen van Lucas Cranach. Vlak bij elkaar hangen portretten van bebaarde senatoren door Titiaan en Tintoretto, barokke scènes uit het leven van Christus door Rubens en Tiepolo, gezichten op Venetië van Canaletto en Guardi. De collectie Thyssen in Pedralbes is misschien niet, zoals het Madrileense museum, een hele reis maar in iedere geval wel een flinke omweg waard.