Rendement en omzet grafische industrie gedaald

AMSTERDAM, 1 DEC. De economische situatie geeft in de grafische industrie aanleiding tot grote bezorgdheid. Na de slechts uiterst geringe groei van de omzet in 1992 is deze in de eerste helft van dit jaar in absolute cijfers met zes à negen procent gedaald.

Enige compensatie viel te halen uit de nog sterkere daling van de papierprijzen, zodat de afzetvermindering reëel tussen de drie en de vijf procent uitkwam. Dat heeft de voorzitter van het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen (KVGO), J. van Ginkel, gisteren gezegd in de ledenvergadering van zijn organisatie.

Het bruto rendement van drukkerijen is in de eerste helft van het jaar naar het zich laat aanzien met tien procent ingezakt, ruim een half procentpunt meer dan in 1992. Ook 1994 zal “buitengewoon moeilijk” worden voor de grafische industrie.

Van Ginkel haalde uit naar het kabinet, dat een “volstrekt bureaucratisch land achterlaat”. Zijn kritiek gold vooral de “volstrekt ondoorzichtige en veel geld kostende” terugdringing van het ziekteverzuim en ook de regels voor de arbeidsomstandigheden; er is nog steeds geen Arbo-wetgeving, maar die moet wel 1 januari ingaan. Verder had hij geen goed woord over voor de tientallen miljoenen kostende administratie die moet worden bijgehouden over te werk gestelde allochtonen, en evenmin voor de “averechts werkende” bonus/malusregeling in de WAO.

Van Ginkel vroeg zich af of dit soort “zegeningen” uit Den Haag te maken heeft met het feit dat tachtig procent van de Tweede-Kamerleden uit de ambtenarij afkomstig is en dus “onze politiek en politieke leiders er absoluut geen kaas van hebben gegeten hoe onze maatschappij werkelijk reilt en zeilt”. De grote werkloosheid wordt zodoende in niet onbelangrijke mate veroorzaakt door de overheid zelf, vooral door de “wig”, het (grote) verschil tussen het netto inkomen van de werknemer en de bruto loonkosten van de werkgever.