NS krijgen Sphinx Cultuurprijs voor hun nieuwe stations; Daglicht sluit de somberheid uit

De nieuwe treinstations zijn “een verrijking van het nationale cultuurlandschap”. Daarom wordt de Sphinx Cultuurprijs vandaag uitgereikt aan de Nederlandse Spoorwegen. Als hij op visite is durft huisarchitect C. Douma weer rechtop te zitten.

Publikatie bij deze Sphinx Cultuurprijs: NS laat bouwen, stations sinds 1980, uitg. Walburg Pers, ƒ 29,50.

“Dit nieuwe station van Sittard is een goed voorbeeld van prachtige detaillering, kleurstelling, grote helderheid en overzichtelijkheid,” zegt huisarchitect Cees Douma (60) van de Nederlandse Spoorwegen. “Het daglicht sluit iedere somberheid uit. Als je in een gebouw als dit rondloopt heb je toch weer geloof in de toekomst van ons vervoerbedrijf, meer in ieder geval dan wanneer je staat op het aanpalende grauwe perron.”

Het station van Sittard behoort volgens de jury van de Sphinx Cultuurprijs (van de Maastrichtse sanitair- en tegelfabrikant) tot de 'verrassend oorspronkelijke' stations die sinds de jaren tachtig worden gebouwd en 'door hun kwaliteit ver boven de grauwe middelmaat verheven zijn'. De NS, aldus de jury, heeft hiermee 'een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de verrijking van het nationale cultuurlandschap'. De prijs werd vandaag in Maastricht uitgereikt aan hoofddirecteur ir. R. den Besten van NS. Voorzitter van de jury was dr. A. Mekking, hoogleraar architectuurgeschiedenis in Leiden.

Vanaf de zuidkant heeft het in september geopende NS-station van Sittard iets weg van gemalen in waterrijk gebied: rechts een kolom van blauwe geglazuurde bakstenen, vierkantjes diffuus glas die samen een deel van de muur vormen met hier en daar ronde openingen. Alleen de sierlijke krul van het dak wijkt af van de strakke vormgeving. Binnen is het licht en zijn kaartjesverkoop, een bloemenwinkel en de restauratie overzichtelijk gerangschikt.

In het rapport worden de voormalige huisarchitect van de Spoorwegen ir. Koen van der Gaast en diens opvolger ir. Cees Bouma geprezen; de laatste als degene die definitief gestalte gaf aan wat wordt genoemd het nieuwe bouwen. Dat wil zeggen van 'feestelijke toegangspoorten tot de stad'.

Architect van het Sittardse station is Jan van Belkum; Douma was namens de NS de kwaliteitsbewaker. “Ik ben niet de schoolmeester die op elke getrokken lijn let, maar wel degene die het bindend advies geeft. Als ik het echt onaanvaardbaar vindt dan moet het ontwerp worden herzien, zoals bij het station van Amersfoort. Waar ik wèl persoonlijk voor sta bij de stations van de jaren tachtig tot nu toe is de 'paraplu-filosofie', de perronkap zoals die van Tilburg, als het hoofdelement dat alle gebouwen eronder overkoepelt”. Voordat hij vier jaar geleden officieel tot bouwmeester en tot hoofd van de afdeling gebouwen van de NS werd aangesteld, ontwierp Douma zelf stations, van Emmen, Bergen op Zoom, Steenwijk, Hoogeveen, Heerenveen, Zoetermeer en Leerdam.

De jury heeft bij haar beoordeling ruim twintig sinds 1980 gebouwde stations beoordeeld op hun architectonische en esthetische merites: onder meer de stations Amsterdam-Sloterdijk, Arnhem-Velperpoort, Gouda, Rotterdam-Blaak en de nieuwste in de reeks: Sittard. De jury van de Sphinx Cultuurprijs prijst in deze stations vooral het licht en de grote vides, glaswanden en vliesgevels. “De hang naar transparantie werkt door in de constructie: het aantal steunpunten wordt tot het allernoodzakelijkste beperkt zodat hal en perron overzichtelijk blijven. Deze maximale zichtbaarheid dient ook nog een ander doel: de bevordering van de sociale veiligheid en de bestrijding van het vandalisme”, aldus de jury.

Douma: “De jaren zestig waren een traumatische periode waarin de NS-directie alleen belangstelling had voor een punctuele dienstregeling, een betaalbaar treinkaartje, goed materieel en dienstvaardig personeel. Begin jaren tachtig kwam de kentering. Als ik tegenwoordig ergens op visite ben, durf ik weer rechtop te gaan zitten”. De verandering in denken van de NS gebeurde mede onder druk van het publiek en de pers. “Het verzet werd nog groter toen monumentale stationsgebouwen met beeldbepalende betekenis werden gesloopt en werden vervangen door utilitaire wachthokjes, die de aanvang van iedere treinreis tot een hoogst oninteressante gebeurtenis maakten. Sinds echter in de jaren tachtig expansie en nieuwe lijnen hun entrée deden, zijn de NS-inzichten gelukkig sterk gewijzigd. Via een groot aantal heldere, overtuigende en herkenbare stations keerden wij terug naar een hoogwaardige traditie en aanvaardde NS tevens opnieuw haar culturele verantwoordelijkheid om - als grote opdrachtgever in de dienstverlening - het gezicht van de samenleving in positieve zin te beïnvloeden. The Times schreef dat na de Victoriaanse tijd nergens meer stations van zulke kwaliteit zijn gebouwd als de onze; de Herald Tribune dat ze niet zijn gemaakt om het openbaar vervoer te verwèrken maar om het te vèren”.

Toch vreest hij voor de toekomst. “Ik ben bang dat onze fraaie vormgeving in de no-nonsense onderneming waarin we nu weer terechtkomen, onder druk komt te staan en dat we weer dreigen terug te vallen naar de jaren zestig en zeventig”. De Sphinx Cultuurprijs komt dan ook bijzonder gelegen. Maar ondanks de voorgenomen splitsing bij de NS in zogenoemde business units ('die naam zegt al genoeg') heeft hij de belofte van de directie dat zijn bouwmeesterschap in de komende jaren 'met kracht zal worden gehandhaafd'. “Ik blijf rechtstreeks vallen onder de concernleiding; we hebben zo goed gescoord dat de hoogste bedrijfsleiding ervan overtuigd is dat we op de ingeslagen weg dienen voort te gaan”.