Nooit eerder waren verschillen zo klein

ROTTERDAM, 1 DEC. De waterlijn is niet zaligmakend. In de tweede etappe van de Whitbread Round the World Race varen de kleine jachten vrijwel gelijk op met de grote. Nu de wind in de zeilen blaast en ook nog eens aanwakkert, blijken de zestigvoeters gelijkwaardig aan de maxi's van tachtig voet (ongeveer 25 meter). Het geheim van de waterballasttank. Die onderscheidt de W60-vloot van de andere boten. En het verschil tussen surfen en planeren.

De Intrum Justitia, met aan boord de Nederlandse navigator Marcel van Triest, heeft de leiding in de tweede van de in totaal zes etappes. Het schip van het W60-type vaart een relatief zuidelijke koers op de Indische Oceaan. De vloot van veertien schepen heeft het Prins Edward Eiland gerond. Het verplicht passeren van deze Zuidafrikaanse bult weerhoudt de zeilers ervan een nog zuidelijkere en dus gevaarlijkere route te kiezen. De snelste boten zijn nu op weg naar het Franse eiland Kerguelen, op 70 graden oosterlengte. Nog nooit in de twintigjarige geschiedenis van de Whitbread waren de onderlinge verschillen zo gering.

De gelijkopgaande strijd is geen verrassing voor Bruce Farr. De Nieuwzeelander ontwierp meer dan de helft van de deelnemende schepen: drie maxi's en zeven W60's. In een interview met het Nederlandse blad 'Zeilen' roemt Farr de kwaliteiten van de kleinere boten. De theoretische snelheidsverschillen tussen de diverse W60's zijn klein. Volgens Farr bepalen vooral de zeil-ontwikkeling en de kwaliteit en besluitvaardigheid van de bemanning het verschil in prestaties. Alle zestigvoeters zijn voorzien van een waterballasttank. Die komt van pas wanneer het schip minimaal tien graden zijwaarts helt. De waterballast compenseert het geringere gewicht en het kleinere aantal bemanningsleden van de W60's. De peperdure tank (kosten bijna een half miljoen gulden) is nuttig op het kruisrak, maar ook bij een stevige wind van achteren zoals de laatste weken. Farrs berekeningen kwamen uit op een voordeel van twee procent, ofwel twee dagen over de zes etappes.

Door de hoge snelheid en de goede balans wordt de W60 als het ware uit het water getild. De plané. De maxi's surfen slechts, blijven dieper in het water en gaan minder hard. Wanneer de wind afneemt, is de maxi weer in het voordeel. Dan gelden de oude zeilwetten: de waterlijn en het zeiloppervlak. In de eerste etappe, met wisselende weersomstandigheden, gaven de zestigvoeters nog iets toe.

De Intrum zeilt momenteel in de buurt van de 51ste breedtegraad. Daar is meer wind, maar bevinden zich ook de grootste ijsbergen. Die zijn moeilijk te traceren met de radar. Het zicht wordt vaak belemmerd door mist. Marcel van Triest meldde afgelopen week dat de Intrum een ijsberg van één bij twee kilometer had gepasseerd. Pas op een kilometer afstand nam de Nederlandse navigator de kolos waar. Het concurrerende jacht Dolphin and Youth schampte een ijsberg. “We schuurden er langs met een dof gedreun, een angstige ervaring”, meldde schipper Matthew Humphries aan het thuisfront. Wat gebeurt er wanneer een jacht in volle vaart (20 mijl per uur) tegen een ijsberg vaart? Niemand die het zeker weet, maar volgens Van Triest valt de klap te vergelijken met de botsing van een brommer tegen een muur. “Het is zeer waarschijnlijk dat de bemanning zware verwondingen oploopt.”

De schade aan boord van de New Zealand Endeavour kan gerepareerd worden. De maxi, die de eerste etappe won en in de tweede race lange tijd aan kop lag, brak haar bazaanmast. De bemanning van schipper Grant Dalton was de laatste dagen druk doende om de zeilen aan te passen aan de nieuwe lengte van de mast. Die is door de breuk met acht meter ingekort. De Endeavour is ook ingehaald door de kleinere Tokio en had vanmorgen nog maar een geringe voorsprong op de maxi Merit Cup.

De Winston houdt de meest noordelijke koers aan. Deze W60'er met aan boord de Nederlandse wachtleider Bouwe Bekking, vaart al een paar dagen zonder rails op het voorschip. Een sluiting van een van de neerhouders sloeg stuk, waardoor de preekstoel met de lifeline werd losgerukt. De Dolphin vaart sinds gisteren met een kapot roer, dat op provisorische wijze is hersteld. De zeilen zijn zwaar gereefd om de krachten op het roer te verminderen. De verwachting is dat de eerste schepen eind volgende week de haven aan de Australische zuidwestkust binnenlopen. Dan kunnen de ijsmutsen af en de boten op de helling.