IJsjesetende zus verovert haar zieke broer in stroef sprookje van Yazaki; Geen liefde, louter lust en dwingelandij

March Comes in Like a Lion (Sangatsu no raion). Regie: Hitoshi Yazaki. Met: Yoshiko Yura, Cho Bang-ho. Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt; Den Haag, Haags Filmhuis.

“Er was eens een jongen en zijn zusje...” Is dat een vergissing van de vertaler (die het verderop in de ondertitels ook over 'zelfgebakte koekjes' heeft, om maar iets te noemen)? Of staat het er echt in het Japans: 'er was eens...', in plaats van 'er waren eens een jongen en zijn zusje'. 'Er was eens een jongen en zijn zusje...'“ zodat de taal het zusje wegduwt? In elk geval waarschuwt die bekende entrée, die in het verloop nog kan worden aangevuld met 'en hun baby', dat March Comes in Like a Lion een sprookje is. Zo hebben, als vaak in sprookjes, de twee hoofdpersonen geen ander verleden dan het feit van hun bloedverwantschap, en zelfs zien we de toverspiegel van Sneeuwwitjes boze stiefmoeder: het zusje verschijnt erin en spreekt. In leugens.

Een serie vriendelijke kiekjes van twee kinderen stemt intussen hoopvol, maar ze leiden een boos vertelsel in, met een Noodlot en een tragische afloop. De zus begeert de broer en ze bedriegt hem om zijn wederliefde te veroveren. Het gaat om de liefde van zijn lichaam. Van genegenheid merken we weinig, wel veel van lust en dwingelandij.

Een mooi, provocerend gegeven, dat werd bedorven doordat regisseur en co-scenarist Hitoshi Yazaki zijn toevlucht nam tot de, ook voor een sprookje, overleefde truc van het geheugenverlies om het zusje haar zin te geven. Broer kreeg een ongeluk, weet niets meer en zij neemt zijn handicap te baat om zich als zijn verloofde te presenteren. Alleen het optreden van een dubbelganger was nog flauwer geweest.

Onder leiding van de zus, die behaagziek huppelt waar kinderlijk waarschijnlijk de bedoeling is geweest en die een koelbox als handtas meezeult omdat ze het liefst waterijsjes eet, scharrelt het tweetal rond in een afbraakbuurt in Tokio. Hitoshi laat zich daarbij kennen als een trendy filmer, die zijn schijnbaar achteloze filmstijl heeft afgekeken van de eerste films van Jim Jarmusch, zonder ook de ironie en de beminnelijkheid van zijn Amerikaanse collega te kunnen kopiëren. Nu en dan weet hij echter wat stroef en gewild oogt raar en onstuimig te maken. Dat doet hij vooral door een ongebruikelijke, verrassende manier van mise en scène. Hij houdt je een plaatje voor en net wanneer je denkt dat je weet wat zich daarin ophoudt, blijkt er nog iets of iemand zich schuil te houden.

Het droevig tragedietje van de gedoemde hartstocht kabbelt door van het ene overgeposeerde shot naar het andere en komt alleen tot leven in de aanwezigheid van twee bejaarde personages. Het is een oud stel dat tot afgunst van zusje, al tientallen jaren van elkaar houdt. Zo maar, om een drogreden.