Euthanasie lijkt geregeld, maar de strijdlust blijft

DEN HAAG, 1 DEC. Het herbevestigen van de strafbaarheid van medische euthanasie door de Eerste Kamer gistermiddag is in tegenspraak met de overheersende politieke en maatschappelijke opinie over dit onderwerp. D66-woordvoerster Wessel-Tuinstra haalde aan het slot van het euthanasiedebat in de senaat voor de laatste maal uit naar de regeringscoalitie: er is voor dit wetsontwerp nauwelijks een politiek en geen maatschappelijk draagvlak. “Dat is een kwalijke zaak bij wetgeving over leven en dood.”

De acceptatie van de euthanasie-regeling door beide Kamers van het parlement is in dat licht een succes voor minister Hirsch Ballin (justitie) en voor het CDA. Immers coalitiepartner PvdA heeft ook in het slotdebat in de Eerste Kamer niet nagelaten stiefmoederlijke gedachten te uiten over de nu aangenomen euthanasieregeling. PvdA-woordvoerder Van den Berg zei vorig week al dat zijn partij eigenlijk meer zag in de euthanasiewet die eerder was ingediend door D66; daarin wordt medische euthanasie onder strikte voorwaarden gelegaliseerd. Gistermiddag zei Van den Berg het nog eens: “de wettelijke regeling is verre van ideaal”. Maar zoals hij vorige week ronduit toegaf, de PvdA steunt de regeling omwille van de coalitie: “Wie te zamen een politieke coalitie beginnen, zijn gehouden in alle belangrijke politieke kwesties te zoeken naar een grondslag voor overeenstemming”.

Het blijft echter de vraag in hoeverre de euthanasiekwestie nu is gepacificeerd. D66-senatoren Wessel-Tuinstra en Vis verklaarden na afloop van de stemmingen gisteren direct al strijdlustig dat de euthanasie opnieuw zal worden ingebracht bij de komende formatie. Maar het is afwachten of de democraten op dit punt echt het risico willen lopen “door de pomp te gaan”, zoals dat rond de Hofvijver heet.

De mijlpaal die gisteren is bereikt, heeft zowel te maken met symboliek als met de praktijk. Er is, zoals ook Hirsch Ballin benadrukte, geen euthanasiewet aangenomen. De strijd heeft zich de afgelopen jaren afgespeeld rond een minieme wijziging van de Wet op de Lijkbezorging die het mogelijk maakt bij algemene maatregel van bestuur het “onnatuurlijk” overlijden van patiënten te melden. Euthanasie, hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging niet op verzoek blijven strafbaar. Alleen kunnen artsen die zich gedwongen voelen het leven van een patiënt te beëindigen, of daarbij behulpzaam te zijn, met redelijke zekerheid een beroep doen op noodtoestand en zo straffeloos blijven.

Pag.2: Kwestie is nog niet geregeld

In de algemene maatregel van bestuur die nog aan de orde moet komen in de beide Kamers van de Staten-Generaal, worden alle eisen van zorgvuldigheid vastgelegd waaraan medici moeten voldoen willen zij aanspraak maken op straffeloosheid. In de praktijk werken OM en artsen al jaren met een lijst zorgvuldigheidseisen, die wordt nu echter binnen het bereik van de wetgever gebracht. De rechter moet daarbij echter in voorkomende gevallen aangeven welke normen heersen rond het levensbeëindigend handelen van medici.

De afgelopen week hebben de coalitiepartijen vooral schoten voor de boeg gelost voor de wijze waarop het meldingsformulier er uit moet zien. Alle andere fracties wijzen de regeling af: hoofdmotief daarvoor is bij VVD, D66 en GroenLinks de strafbaarstelling die in stand blijft. Alle oppositiepartijen keuren het daarbij af dat de meldingsprocedure niet alleen geldt voor “echte” euthanasie, maar ook voor gevallen waarin artsen het leven beëindigen van gehandicapte baby's, coma-patiënten, psychiatrische gevallen en zwaar demente bejaarden. Het kabinet motiveert dat vanuit de gedachte dat “al het levensbeëindigend handelen toetsbaar moet zijn”. De oppositie, maar ook de artsenorganisatie KNMG en de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, vrezen voor onduidelijkheid door twee principieel verschillende handelingen onder te brengen in één regeling. Dat is een van de aspecten die bij de behandeling van de algemene maatregel van bestuur onvermijdelijk zal terugkeren.

Als trouwens wordt tegemoetgekomen aan het verlanglijstje van de CDA-fractie in de Eerste Kamer betreffende de vormgeving van het meldingsformulier, zal alleen al het invullen daarvan straks een barrière opwerpen voor artsen die euthanasie of een “schijngestalte” daarvan overwegen toe te passen. Op het formulier moet, net als op het pakje sigaretten, komen te staan dat euthanasie en hulp bij zelfdoding strafbaar zijn. Voor verschillende categorieën wilsonbekwamen dienen aparte rubrieken te worden ingevuld en de arts moet zijn motivatie in eigen woorden noteren. CDA-woordvoerder Fleers zou bovendien graag zien dat aan de onderkant van het formulier twee stroken worden gehecht, die de arts kan toezenden aan ziekenhuis en familie. Blijven die stroken weg dan gaan ziekenhuis of familieleden aan de bel trekken bij het OM, zo luidt de gedachte. Met het streven naar extra waarborgen, controle-mogelijkheden en toetsingsmomenten lijkt het erop als of het CDA langs bureaucratische weg wil ongedaan maken, wat het legislatief mogelijk maakt.