CNV: arbeid voor iedereen is utopie

ROTTERDAM, 1 DEC. In Nederland is een grote groep 'onbemiddelbare' werklozen ontstaan, voor wie de kans op betaalde arbeid minimaal is. Dit schrijft de christelijke vakcentrale CNV in haar gisteren gepresenteerde notitie 'De onderkant van de arbeidsmarkt'. Daarmee erkent het CNV dat volledige werkgelegenheid in de nabije toekomst onmogelijk is.

Het CNV vindt dat de groep van onbemiddelbare werklozen uit de kaartenbakken van het arbeidsbureau moet verdwijnen. Ook zou de sollicitatieplicht voor deze mensen moeten worden afgeschaft. “Mensen staan nu in de kaartenbakken van het arbeidsbureau en worden vervolgens vergeten”, aldus CNV-beleidsmedewerker P. Hazebosch. “Wij vinden dat je deze ongeorganiseerde praktijk op een nette manier moet regelen. Je moet mensen geen baantje beloven, als je zeker weet dat ze dat werk niet krijgen.”

De onbemiddelbare werklozen wil de christelijke vakcentrale in de toekomst onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten laten vallen. Het al of niet verkrijgen van betaalde arbeid is immers niet alleen afhankelijk van de werkloosheidsduur, maar ook van opleiding, leeftijd, woonomgeving en etnische afkomst. Problemen waarvoor de oplossing in handen van de gemeenten ligt, aldus het CNV. Deze zouden bij voorbeeld via sociaal-maatschappelijk werk de werklozen weer “op poten moeten zetten”, aldus Hazebosch.

Met nadruk ontkent de christelijke vakcentrale groepen langdurig werklozen af te schrijven. “We hebben heel simpel vastgesteld dat voor sommige mensen geen werk is. Dat moet je eerlijk erkennen.” Het CNV maakt onderscheid tussen mensen die niet kunnen werken en degenen die niet willen werken. De niet-kunners moeten in aanmerking komen voor scholing en hulp vanuit de gemeenten, de niet-willers krijgen een sanctie opgelegd. Hazebosch zegt niet te weten hoe groot de groep van onbemiddelbare werklozen is.

Het huidige vangnet voor langdurig werklozen, de banenpool, voldoet volgens het CNV niet. In de banenpool zitten kansloze werklozen, die in de ziekenhuizen en gemeente-instellingen extra gesubsidieerd werk verrichten. “Hun afstand tot de arbeidsmarkt blijkt onoverbrugbaar en hun problemen op de arbeidsmarkt vallen bovendien vaak samen met sociale problemen”, schrijft de vakcentrale. Het CNV pleit ervoor deze banen, zoals conciërge op een school of controleur op een tram om te zetten in 'echte' banen.

Over het effect van de Jeugdwerkgarantiewet (JWG), die jongeren een boventallige baan in de collectieve sector biedt, heeft de christelijke vakcentrale ook haar twijfels. Het JWG is mislukt, meent de vakcentrale, omdat “jongeren die formeel in dienst zijn van de JWG-organisatie, thuis zitten en het minimum jeugdloon ontvangen zonder dat daar arbeid tegenover staat”. In de grote steden is inderdaad een wachtlijst voor JWG'ers ontstaan. Het CNV zegt nu deze subsidies te willen gebruiken voor het gericht begeleiden en en bemiddelen van moeilijk plaatsbare werklozen.