Brits-Ierse top over vredesplan gaat door

LONDEN, 1 DEC. John Major en zijn Ierse collega Albert Reynolds zijn er vanmorgen in een laatste poging in geslaagd hun vredesplan voor Noord-Ierland op de rails te krijgen. Dat betekent dat hun cruciale ontmoeting komende vrijdag doorgaat.

Inmiddels is gebleken dat president Clinton in een telefoongesprek bij Major heeft aangedrongen op het vinden van een oplossing voor Ulster. Clintons interventie was geïnspireerd door Dublin, maar dateert van vóór het uitlekken van de geheime contacten tussen Londen en de IRA en zijn politieke vleugel Sinn Fein.

De Brits-Ierse topontmoeting dreigde niet door te gaan wegens concessies die de regering van de Republiek van Londen eist, in ruil voor de mogelijkheid dat Ierland zijn grondwettelijke aanspraken op Ulster laat vallen. Reynolds wil dat het resultaat van de topontmoeting niet alleen een vredesplan inhoudt, maar ook de aanloop schetst tot het politieke vervolg daarop.

Major, met zijn geringe meerderheid in het Lagerhuis, kan de unionisten niet nog verder van zich vervreemden door te veel concessies aan de Republiek te doen. De verhoudingen met de politieke vertegenwoordigers van de loyalisten in Noord-Ierland zijn al gespannen, sinds de contacten met de IRA zijn uitgelekt. Vooral de bereidheid van de Britse regering om zaken met Sinn Fein te doen, nog voor een lange periode van staking van de gewelddadigheden van de IRA zou zijn verlopen, heeft kwaad bloed gezet. De leider van de gematigde Ulster Unionists, James Molyneaux, had eerder gezegd dat die periode ten minste vijf jaar moest duren. De Britse regering wilde met tien weken genoegen nemen.

Inmiddels werpt de correspondent voor Ierland van The Independent vanochtend de mogelijkheid op dat de Britse regering delen van de documenten over de contacten met de IRA vervalst heeft. Vergelijking met de documentatie die Sinn Fein heeft overgelegd suggereert dat een van de partijen liegt over wat er precies heeft plaatsgehad. Inconsequenties in de Britse versie lijken erop te duiden dat daar in de bewoordingen is geknoeid. Een woordvoerder van de Britse minister voor Noord-Ierland, Sir Patrick Mayhew, zegt dat de zaak zal worden uitgezocht.

Als de beschuldiging op waarheid blijkt te hebben berust kunnen onderhandelingen over een oplossing voor Ulster voor decennia stagneren. Perfiditeit op deze schaal, hetzij bij Sinn Fein hetzij bij de Britse regering, wordt in Ierse verhoudingen in het historisch besef bijgeschreven.