Bezwaarschriftencommissie WVC:; Nader onderzoek naar ouderdom paneel Brueghel

DEN HAAG, 1 DEC. Het schilderij Bloemstilleven in kuip, dat de inzet is van een conflict over de toepassing van de Wet tot Behoud van Cultuurbezit, moet worden onderzocht volgens de dendrochronologische methode. Daarmee kan de ouderdom van het gebruikte paneel worden bepaald en zo kan mogelijk worden vastgesteld of het van de hand van Jan Brueghel de Oude is, of van een kopiïst.

Dat is de voorlopige uitkomst van een hoorzitting die gistermiddag is gehouden door een bezwaarschriftencommissie van het ministerie van WVC. De commissie boog zich over het verzoek van een Duitse verzamelaar, D. Doll, om het bloemstilleven te schrappen van de lijst van beschermd cultuurbezit. Doll heeft een koop-optie op het schilderij, dat afkomstig is uit de particuliere collectie Thurkow. Eerder is eenzelfde verzoek tot voor de Raad van State afgewezen: op grond van 'nieuwe feiten' werd de beroepsprocedure eind vorig jaar heropend.

Voorzitter van de commissie C. Kortmann, hoogleraar staats- en bestuursrecht te Nijmegen, ging niet inhoudelijk in op de kunsthistorische geschillen over het belang van het bloemstilleven. Evenmin besteedde hij aandacht aan de volgens de eigenaar bestuurlijk onzorgvuldige wijze waarop de minister de beide beroepsprocedures in deze zaak totnogtoe afhandelde. Wel stelde hij vast dat het besluit van de minister om het stuk op de lijst te handhaven slechts gebaseerd was op de uitspraak van één deskundige in de Commissie Wet Behoud Cultuurbezit, die onderdeel is van de Raad voor het Cultuurbeheer. “Ik kan me indenken dat het een wat merkwaardige constructie is van de Raad voor het Cultuurbeheer.”

Kortmann stelde beide partijen voor om een arbitrage te laten verrichten door deskundigen die zij zelf zouden kunnen aanwijzen. Daarnaast zou het dendrochronologisch onderzoek kunnen worden uitgevoerd, waarom de advocaat van Doll, P. Russell, eerder had verzocht. Met die methode kan, middels de bestudering van de jaarringen in het hout, het veljaar van de boom worden bepaald. Mocht de veldatum liggen na 1625, het overlijdensjaar van Jan Brueghel de Oude, dan is in elk geval bewezen dat het Thurkow-paneel niet eigenhandig door hem schilderd kan zijn. Daarmee zou ook het kunsthistorische belang, als grond waarop de minister bepaalt dat het schilderij voor Nederland behouden moet blijven, wegvallen.

Zowel Russell als de vertegenwoordigster van de minister gaven er de voorkeur aan om zich vooralsnog te beperken tot het jaarringenonderzoek. De Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek heeft toegezegd dit onderzoek binnen een maand te kunnen verrichten. Begin volgend jaar komt de bezwaarschriftencommissie opnieuw bijeen om de uitslag te bespreken. De vertegenwoordigster van de minister zegde toe dat, mocht de uitslag 'iets heel duidelijks' opleveren, het schilderij geschrapt zal worden van de lijst.