Bankier Meys somber over de economie

ROTTERDAM, 1 DEC. ABN Amro verwacht dat de Duitse economie volgend jaar niet groeit. Het herstel van de Nederlandse economie zal in de komende twee jaar mager zijn. Dit zei Th. Meys, lid van de raad van bestuur van ABN Amro gistsren in een toespraak over de economische verwachtingen in Europa en Nederland.

Nadat de Duitse economie dit jaar met naar schatting twee procent is gekrompen, is een voorzichtig herstel zichtbaar, vindt Meys. De industriële produktie blijft stabiel, het vertrouwen van de consument neemt weer toe en de orders trekken aan. Maar daar tegenover staat de stijging van de werkloosheid in voormalig West-Duitsland van 5,6 procent tot 7,9 procent. Samen met de buizinigingsmaatregelen en de belastingverhoging waar de Duitse overheid toe over zal moeten gaan om het begrotingstekort terug te dringen, zorgt dit er voor dat de consumptieve bestedingen nauwelijks toe zullen nemen. Een door consumenten geleid economisch herstel is dan ook nog niet te voorzien.

Meys waarschuwt ervoor dat er nog een tweede, zij het mildere, dip in de Duitse economie kan komen. Met de prognose behoort ABN Amro tot het sombere kamp van economische onderzoeksinstellingen. Pas in 1995 groeit de Duitse economie weer, met 1,5 procent. ABN Amro voorziet voor het volgend jaar een Duitse kapitaalmarktrente (rendement op langlopende obligaties) van een half procent lager dan de 5,87 procent van nu.

Naar Europese maatstaven doet de Nederlandse economie het zo slecht nog niet. Tegen een gemiddelde economische groei in de EU van -0,5 procent, bereikte de Nederlandse economie een nulgroei dit jaar. Volgens ABN Amro is dit vooral te wijten aan de naar verhouding geringe conjunctuurgevoeligheid van de Nederlandse export.

Over de vooruitzichten voor economisch herstel is Meys somber. Hoewel begin jaren tachtig het herstel uit de toenmalige recessie krachtiger was dan werd voorzien, is volgens hem de kans klein dat de economie ook ditmaal de sombere prognoses overtreft. De groei in de Europese Unie raamt de bank op gemiddeld 1 procent volgend jaar en 2 procent in 1995, en de Nederlandse economie loopt daarmee in de pas.

Voorwaarde voor een werkelijk economisch herstel is volgens Meys een vergaande herstructurering in het bedrijfsleven, het terugdringen van de structurele werkloosheid en een stringent budgettair beleid door de overheden van de lidstaten van de EU. Die laatste maatregel, gekoppeld aan een beleid van lage inflatie, kan ook verdere onrust onder de Europese munten voorkomen. Hoewel het Europese Monetaire Stelsel (EMS) volgens Meys niet dood is, kan niet meer worden gesproken van een min of meer vast wisselkoerssysteem.