B & W Den Haag wil vijf kunstinstellingen laten verzelfstandigen

DEN HAAG, 1 DEC. Het Haagse college van B en W wil vijf gemeentelijke kunstinstellingen laten verzelfstandigen. Het gaat om de Koninklijke Schouwburg, het Museon, het Haags Gemeentemuseum, het Historisch Museum en het Koorenhuis, de enige kunstinstellingen in Den Haag die nog deel uitmaken van de gemeentelijke organisatie.

De verzelfstandiging van de Koninklijke Schouwburg en het Museon zal op korte termijn worden uitgewerkt. Vermoedelijk gaan beide kunstinstellingen met ingang van het seizoen 1995-'96 verder als stichting. Voor het Haags Gemeentemuseum zal het langer duren voordat de verandering rond is, aldus wethouder L. Engering (financiën en cultuur). Door de budgetoverschrijdingen van enkele miljoenen guldens onder het bewind van voormalig directeur Rudi Fuchs moet het museum de komende vijf jaar sterk bezuinigen. Bovendien vindt op dit moment een reorganisatie plaats. Pas in 1996 verwacht het college van B en W voorstellen voor verzelfstandiging van het museum aan de gemeenteraad voor te leggen. Ook de verzelfstandiging van het Koorenhuis en het Haags Historisch Museum zal door reorganisaties langer op zich laten wachten.

Wethouder Engering vindt dat de gemeente “niet verantwoordelijk hoeft te zijn voor de uitvoering” van het kunstbeleid. Door de verzelfstandiging kan de gemeente meer aandacht besteden aan hoofdlijnen, zoals de verbetering van de culturele functies van de stad als geheel. De plannen zijn niet bedoeld om te bezuinigen, benadrukt Engering. “De subsidies blijven hetzelfde.” Door de verzelfstandiging krijgen de kunstinstellingen vooral meer vrijheid op artistiek-inhoudelijk terrein, aldus de wethouder, omdat ze niet meer worden gehinderd door allerlei gemeentelijke richtlijnen. Op langere termijn verwacht de gemeente overigens wel kosten te besparen omdat de “gemeentelijke bemoeienis” met het financiële beheer van de instellingen wegvalt - met name de rol van de dienst Kunst en Cultuur.

Directeur H. van Westreenen van de Koninklijke Schouwburg zegt in een reactie “erg blij” te zijn met de voorstellen van het Haagse college. “Het tonen van theater behoort niet tot de kerntaak van de overheid.” De schouwburg heeft weliswaar alle vrijheid bij de programmering, maar wat betreft het financiële beheer is de instelling “onderdeel van de gemeentelijke hiërarchie”, aldus Van Westreenen.

De Koninklijke Schouwburg heeft elk jaar te maken met een door de gemeente vast te stellen budget, terwijl de bespelers van het podium uitgaan van het Kunstenplan van het ministerie van WVC, dat telkens over een periode van vier jaar wordt bepaald. “Als zelfstandige organisatie kan de Koninklijke Schouwburg straks meegaan in die ritmiek van vier jaren”, zegt Van Westreenen. Daardoor kan de schouwburg de lange-termijnprogrammering beter afstemmen op de planning van onder meer de vaste bespeler, het Nationale Toneel.