Alles-of-niets-spel rond Gatt in eindfase beland

BRUSSEL, 1 DEC. Brussel, gisteravond nog overvallen door een pak sneeuw en ijzel, maakt zich voorzichtig op voor dooi in de handelsrelaties met de Verenigde Staten. Vandaag zijn in de Europese hoofdstad in een betrekkelijk optimistische sfeer de ultieme onderhandelingen begonnen die van doorslaggevende betekenis zijn voor het al dan niet tot stand komen van een GATT-akkoord over liberalisering van de wereldhandel.

Commissaris sir Leon Brittan, de hoofdonderhandelaar namens de Europese Unie, zei gisteren in het Europees Parlement dat hij de komende dagen vooruitgang verwacht in de onderhandelingen met de Amerikanen op alle fronten, niet alleen op het terrein van de landbouw. En zijn collega-commissaris van landbouw, René Steichen, zei op een persconferentie dat de onderhandelingen met de VS over het vorig jaar gesloten Blair House-akoord over de verplichte terugdringing van de gesubsidieerde export van landbouwprodukten nu pas “serieus” op gang komen.

Die uitlatingen, gevoegd bij andere recente uitspraken van EU-onderhandelaars in Genève - waar het secretariaat van de GATT is gevestigd en waar ook de eigenlijke onderhandelingen over de zogeheten Uruguay-ronde plaatshebben - bieden hoop dat de 'dead line' voor de GATT-besprekingen van 15 december toch nog zal worden gehaald. Op 15 december loopt in de VS de zogeheten 'fast track' af: de procedure waarbij het Amerikaanse congres de regering in ruime mate de vrijheid laat naar eigen goeddunken een handelsakkoord af te sluiten.

Aan de GATT-onderhandelingen - die betrekking hebben op uiteenlopende onderwerpen als landbouw, markttoegang, dienstenverkeer, de regeling voor handelsgeschillen en douanetarieven - doen meer dan honderd landen uit de hele wereld mee. Een GATT-akkoord is dus niet alleen een zaak van de Europeanen en de Amerikanen, maar wel wordt een bilateraal vergelijk tussen Brussel en Washington op de belangrijkste punten als voorwaarde gezien om een wereldwijde, multilaterale overeenkomst te sluiten.

Een jaar geleden leek er een doorbraak te zijn bereikt toen de (vorige) Europese commissie uit Washington terugkwam met het Blair House-akkoord en dat werd gepresenteerd als een model voor de landbouwparagraaf in het te sluiten GATT-akkoord. Blair House legt onder andere vast dat de gesubsidieerde uitvoer van landbouwprodukten met 21 procent in vijf jaar moet dalen. Tegelijkertijd zetten de Amerikanen het licht op groen voor rechtstreekse inkomenssteun aan de boeren om hun inkomen op peil te houden.

Dat het landbouwakkoord nog steeds in het brandpunt van de belangstelling staat, komt vooral door toedoen van Frankrijk. Parijs begon zich het afgelopen jaar steeds feller te verzetten tegen Blair House, dat in zijn ogen verder ging dat de ingrijpende hervorming van het Europese landbouwbeleid waartoe de ministers van landbouw uit de 12 lidstaten van de (toen nog) Europese Gemeenschap in mei 1992 besloten. Frankrijk kreeg de afgelopen maanden steeds meer steun uit andere lidstaten bijn kritiek op het landbouwakoord. Maar ook op andere terreinen, zoals de audiovisuele sector, heeft Frankrijk grote bezwaren tegen de voorstellen van de Amerikanen.

Twee ontwikkelingen hebben zich de afgelopen tijd voorgedaan, die, aan de vooravond van de vijftiende december, zorgen voor beweging. De Europese lidstaten besloten om hun onderlinge tegenstellingen rond het harde Franse optreden toe te dekken en om voortaan in nauwe eensgezindheid met de Europese Commissie op te trekken. Dat leidde twee maanden geleden tot de opdracht aan de Europese Commissie om opnieuw met de VS te gaan praten over het Blair House- akkoord. Niet met de bedoeling om te “heronderhandelen” of de onderhandelingen “te heropenen”, maar om “verduidelijkingen” aan te brengen bij de overeenkomst, zo werd het in Brussel aanwezige perskorps geduldig uitgelegd.

Die nadere uitleg van Blair House moest nog even wachten tot afgelopen maand, toen de Amerikaanse president er in was geslaagd het Noordamerikaanse vrijhandelsakkoord NAFTA door het congres te slepen. NAFTA kwam precies twee weken geleden rond, en begin vorige week reisde sir Leon al naar Washington af om opnieuw de temperatuur ter plekke op te nemen. Na afloop daarvan werd al meegedeeld dat partijen nu onderhandelen “in het perspectief van het sluiten van een GATT-akkoord”.

Het alles-of-niets eindspel wordt hoog ingezet. Sir Leon Brittan onderhandelt vandaag en morgen met zijn Amerikaanse tegenspeler Mickey Kantor, de speciale handelsafgevaardigde van de regering in Washington. Landbouwcommissaris Steichen praat met de Amerikaanse landbouwminister Mike Espy. En niet geheel onbelangrijk is ook de komst van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Christopher, naar Brussel. Hij zal daar morgen aanwezig zijn op de bijeenkomst van de ministers van buitenlandse zaken van de lidstaten van de NAVO, maar hij praat vandaag al met voorzitter Delors van de Europese Commissie en met de Belgische minister Claes. Dat gesprek vindt weliswaar plaats in het kader van het reguliere Europees-Amerikaanse overleg, maar de actualiteit van de GATT zal zeker niet uit de weg worden gegaan.

Morgenavond zal er waarschijnlijk al duidelijkheid zijn of Europa en de VS elkaar voldoende hebben genaderd om in Genève in de weinige nog resterende tijd een GATT-akkoord in elkaar te kunnen timmeren. Ook op aandringen van Frankrijk komen morgenavond de ministers van buitenlandse zaken van de 12 lidstaten in de Europese Unie voor spoedberaad bijeen om de vooruitgang van de bilaterale gesprekken van vandaag en morgen met de Amerikanen te evalueren. Frankrijk wil die evaluatie nu al, omdat het niet door de Amerikanen voor een fait accompli wil worden gesteld. Parijs wil nu al duidelijkheid om aan de vooravand van de vijftiende december niet te worden overvallen met een 'take it or leave it' aanbod van de VS.

'We moeten ons niet in de hoek laten drukken', is het credo van de Frankrijk, en dat door de andere 11 lidstaten wordt onderschreven. Uiterst interessant wordt het natuurlijk indien de VS vandaag en morgen op geen enkel punt toegeven op het gebied van de landbouw, en Frankrijk en de Europese Unie voor de keuze komen te staan tussen vasthouden aan de harde opstelling of de landbouw loslaten teneinde een veel breder handelsakkoord niet in gevaar te brengen. Mogelijk wordt dat voor Europa een verscheurende keuze tussen de 'liberalen' en 'protectionisten'.

Maar vooralsnog ziet het er naar uit dat die confrontatie kan worden omzeild. De Franse minister van buitenlandse zaken Juppé verklaarde eerder deze week dat een GATT-akkoord per saldo voordelig uitpakt voor Frankrijk en Europa. En ook Europees commissaris Steichen deed gisteren zijn uiterste best een positief klimaat te scheppen. Hij belegde een persconferentie om mee te delen dat de begin vorig jaar doorgevoerde hervorming van het Europese landbouwbeleid vruchten begint af te werpen. Dit jaar is in de 12 lidstaten 165 miljoen ton graan geoogst, 16 miljoen ton minder dan het geval was geweest indien het oude beleid was voortgezet. Steichen zei ook dat het graanoverschot vanaf juli dit jaar was gedaald van 33 miljoen ton naar 24 miljoen ton op dit moment. De voorraad overtollig vlees is in een jaar tijd gehalveerd tot nog geen 650.000 ton op dit moment.

Die cijfers bewijzen volgens de Europees commissaris dat geen extra inspanningen nodig zijn om te voldoen aan de afspraak met de Amerikanen over vermindering van de gesubsidieerde export, zoals de Fransen vrezen. Ze moeten ook de Amerikanen ervan overtuigen dat het Europa ernst is met de aanpak van de landbouwoverschotten. Een GATT-akkoord over landbouw zal niet eerder dan op 1 januari 1995 van kracht worden. Dat betekent dat we nog ruim een jaar de tijd hebben om het probleem van de huidige verschotten op te lossen, aldus Steichen. Wat hij eigenlijk van de Amerikanen wil, is dat ze ermee instemmen om het wegwerken van die voorraden op de wereldmarkt uit te zonderen van de bepaling dat de gesubsidieerde uitvoer met 21 procent moet dalen.