Waardering voor harde gulden in ecu toegenomen

DEN HAAG, 30 NOV. De gulden is opgeschoven naar de vierde plaats in de rij van valuta die de samenstelling en de waarde van de ecu, de Europese rekeneenheid, bepalen. Na de jongste herziening van het gewogen gemiddelde van de EG-munten in de ecu heeft de gulden een aandeel van 10,23 procent. Daarmee heeft de gulden de Italiaanse lire gepasseerd en heeft de gulden bijna evenveel gewicht als het Britse pond.

Het vergrote aandeel van de gulden in de ecu geeft zowel het economische gewicht van Nederland als de hardheid van de gulden weer. Op grond van de nieuwe ecu-samenstelling zou bijvoorbeeld niet Italië, maar Nederland deel moeten uitmaken van de Groep van zeven machtigste industrielanden.

De samenstelling van de ecu is herzien met de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht op 1 november en zal niet meer veranderen tot het moment waarop de ecu een zelfstandige munt wordt. De ecu, die werd ingesteld als rekeneenheid bij de oprichting van het Europese Monetaire Stelsel in 1979, bestaat uit een gewogen gemiddelde van alle EG-munten. Het gewicht dat aan een munt wordt toegekend weerspiegelt het economische gewicht van het betreffende land. De koers van de ecu fluctueert met de koersen van de deelnemende munten. Op het ogenblik is een ecu ƒ 2,158 waard.

De munten van alle EG-landen nemen deel aan de ecu, maar niet alle landen nemen deel aan het wisselkoersmechanisme van het EMS. De Griekse drachme en, sinds september 1992, het Britse pond en de Italiaanse lire staan buiten het wisselkoersmechanisme. De overige munten hebben sinds augustus 1993 ruimte om maximaal vijftien procent af te wijken van de centrale koers; alleen voor de gulden en de D-mark geldt een bandbreedte van 2,25 procent aan beide kanten van de spilkoers.