VEB verliest strijd om opeisen lening van Fokker

ROTTERDAM, 30 NOV. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) heeft de strijd om een 4,75 procent achtergestelde converteerbare obligatielening van Fokker vervroegd op te eisen verloren. Tijdens de vierde vergadering over dit onderwerp stemde een ruime meerderheid gisteren in het Amsterdamse Hilton-hotel tegen vervroegde opeising van de lening van 150 miljoen. Doorslaggevend was de stellingname van de Duitse effectenbank Trinkhaus & Burkhardt, die enkele weken geleden een derde van de lening op de Amsterdamse effectenbeurs heeft opgekocht.

Gisteren bleek de effectenbank uit Düsseldorf tegen opeising van de obligatielening. De bank beschikt over 23.000 obligaties, ongeveer 15 procent van de lening. Eerdere tegenstemmers tegen vervroegde opeising van de lening als Delta Lloyd (6641 obligaties) en de Stichting Aandelenbezit Fokker-personeel (32.544 obligaties) kregen daardoor de steun die nodig was om de VEB volledig buiten spel te zetten. De uitslag was 23.278 stemmen voor opeising van de lening en 62.185 tegen opeising.

Flink wat tegenstemmers hadden voor de stemming van gisteren echter al de handdoek in de ring gegooid. Zij geloofden niet langer in een vervroegde aflossing van de lening, waarmee Fokker en huisbankier ABN Amro gezien de slechte economische situatie in de luchtvaart allerminst gebaat zijn.

De kwestie van vervroegde opeising van de achtergestelde converteerbare lening kwam aan de orde toen het Duitse concern Dasa Fokker overnam. Een aantal obligatiehouders greep de overneming onmiddellijk aan om er bij de Centrale Trustcompagnie, die de taak heeft de belangen van de obligatiehouders te behartigen, op aan te dringen naar Fokker te stappen om hun geld terug te vragen. Zij wezen daarbij op het artikel in de trustakte waarin staat dat de obligatiehouders hun geld eerder kunnen terugvragen als een meerderheid van de aandelen van Fokker in andere handen zou overgaan.

De trustee, een volledige dochter van ABN Amro en derhalve op de hand van Fokker, weigerde echter bij de vliegtuigbouwer aan te kloppen om het geld op te eisen. Om de Centrale Trustcompagnie alsnog te dwingen naar Fokker te stappen, sleepte de Verenging van Effectenbezitters de trustee voor de rechter. Die oordeelde echter dat in alle drie tot dan gehouden vergaderingen “geen regelmatige besluitvorming” had plaatsgevonden en bepaalde dat de trustee een nieuwe vergadering moest uitschrijven. Fokker heeft inmiddels tegen dit vonnis beroep aangetekend. Het is niet waarschijnlijk dat Fokker dit hoger beroep doorzet nu het voorstel om tot vervroegde opeising over te gaan is verworpen. Het gevaar dat de vliegtuigbouwer in één klap 150 miljoen op tafel zou moeten leggen, is door de stemming van gisteren geweken.