Universiteiten ruziën over studieduur

Achter het voorstel van de universiteiten om zelf de cursusduur van hun studies te bepalen gaat een conflict schuil tussen de technische en de 'algemene' universiteiten.

ROTTERDAM, 30 NOV. Het zou “rampzalig” zijn, zegt de Utrechtse collegevoorzitter drs. J.G.F. Veldhuis, als staatssecretaris Cohen (onderwijs) zijn voornemen uitvoert om de opleiding tot ingenieur aan de technische universiteiten met een jaar te verlengen. “Het probleem van de afnemende studentenbelangstelling voor technische en bèta-vakken moet je in zijn geheel aanpakken, niet op deze manier.”

Na een intensieve lobby met steun van het bedrijfsleven kregen de drie Technische Universiteiten - Delft, Eindhoven en Twente - dit najaar van staatssecretaris Cohen (onderwijs) de toezegging dat ze er een jaar bij krijgen voor “sommige” van hun ingenieursopleidingen. Verlenging tot vijf jaar is noodzakelijk om Nederland staande te houden in de internationale concurrentieslag, luidt de redenering.

De 'algemene' universiteiten zijn daar mordicus tegen. De argumenten voor verlenging van de ingenieurs-opleiding zijn “subjectief” en gebaseerd op “slecht meetbare criteria”, aldus een eigen verklaring die zij gisteren uitgaven. Als het niet in vier jaar kan, ligt dat volgens hen aan de TU's zelf, die nog onvoldoende ernst hebben gemaakt met de vernieuwing van hun onderwijs. Eenzijdig de ingenieurs bevoordelen zou volgens Veldhuis, woordvoerder van de 'algemene universiteiten', een averechts gevolg hebben voor de belangstelling van studenten voor de bèta-opleidingen aan de algemene universiteiten.

Prof.dr. J.H. van Lint, collegelid van de TU Eindhoven, kwalificeert die argumenten als “flauwekul”. “Ik kan me wel voorstellen dat de algemene universiteiten het vervelend vinden als er meer studenten voor een ingenieurs-opleiding zouden kiezen, maar dat is nu juist de bedoeling.” Het gisteren gepresenteerde standpunt van de vereniging van universiteiten VSNU dat niet de overheid, maar de universiteiten zelf moeten bepalen hoe lang een studie duurt - zonder dat ze daar extra geld voor krijgen - noemt hij “een vaag compromis”.

Lint houdt “met de hand op het hart” vol dat de opleiding tot ingenieur niet is te vergelijken met de bèta-studies waar de algemene universiteiten naar verwijzen. Ook zijn collega dr. N. de Voogd, collegevoorzitter van de TU Delft wijst die vergelijking af. “Een ingenieur moet natuurwetenschappen beheersen èn nog iets extra's. Ik zou er trouwens helemaal geen moeite mee hebben als bèta-studies ook een jaar extra krijgen, maar dan moeten ze wel een case hebben. Die heb ik nog niet gehoord.” De meningsverschillen tussen de universiteiten bleken niet te overbruggen in de commissie die het VSNU-standpunt formuleerde. Lint: “Het bleef bij welles-nietes.”

Intussen hoopt de VSNU dat de partijen elkaar alsnog vinden. “De technische universiteiten zijn bang dat hun eigen plannen vertraging oplopen, maar dat hoeft helemaal niet”, aldus een woordvoerder. De VSNU vindt dat de overheid de wettelijke bepalingen moet schrappen over studielast en studieduur - elke studie moet nu vier maal 1680 uur tellen. Of studenten met een langere cursusduur ook een jaar extra een beurs moeten krijgen - zoals in Cohens toezegging aan de TU's - is onduidelijk.

Cohen zal binnenkort komen met een wetsvoorstel voor de ingenieursopleidingen.

    • Sjoerd de Jong