Tokio in hypernerveuze stemming

TOKIO, 30 NOV. Na de mini-krach van gisteren heerste vandaag op de beurs van Tokio een hypernerveuze stemming. De Nikkei ging als een jojo op en neer. Het bericht in een ochtendblad dat het Japanse kabinet snel met maatregelen zou komen deed de koersen vanmorgen eerst stijgen. Toen de minister van financiën daarop zei dat hij niet zou interveniëren, daalden de koersen weer en ze daalden nog verder toen bekend werd dat de werkloosheid tot het hoogste niveau in bijna zes jaar was gestegen.

Aan het eind van de ochtend stond de Nikkei 0,43 procent lager dan de slotkoers van gisteren, de dag dat het even Black Monday was in Tokio en de Nikkei met meer dan duizend punten kelderde om vervolgens weer enigszins te klimmen. Koopjesjagers deden vanmiddag de koersen weer stijgen, waarna de Nikkei ten slotte 3,87 procent hoger sloot dan gisteren en de beleggers weer op adem konden komen.

Vandaag had spoedoverleg plaats tussen de ministers van financiën en van economische zaken. Daarbij was gesproken over de slechte leningen van de grootste banken die, ondanks ferme afschrijvingen in het laatste halve boekjaar, per saldo met bijna tien procent waren toegenomen. Volgens minister Hirohisa Fujii van financiën zullen de banken worden aangemoedigd meer onroerend goed te verkopen om zich zo te ontdoen van hun reusachtige portefeuillie aan slechte leningen.

Het slechte nieuws van de banken bracht de koersen gisteren in een vrije val. Bankaandelen werden massaal verkocht en hun koersen tuimelden met honderden punten tegelijk. In deze maand is de Nikkei al met 3.700 punten gedaald, ofwel met negentien procent. Steunaankopen op instigatie van het ministerie van financiën hielden de daling aanvankelijk tegen. De aankopen werden gedaan door de postspaarbank, de grootste spaarpot ter wereld, met als doel de koersen kunstmatig op te krikken om de halfjaarcijfers van de fondsen een minder slecht aanzien te geven. De dalende trend van de Nikkei, het koersgemiddelde van de 225 toonaangevende fondsen, wordt volgens analisten niet langer versluierd en weerspiegelt de werkelijke toestand van de economie en het diepgewortelde pessimisme over het herstel.

Vandaag werd bekend dat de werkloosheid in oktober 0,1 punt is gestegen tot 2,7 procent (van de beroepsbevolking), voor Westerse begrippen laag, maar in Japan het hoogste niveau sinds februari 1988 toen de economie herstellende was van de yen-crisis. Verder staan tegenover elke 100 baanzoekers maar 67 banen, zo meldde het ministerie van arbeid. Dat is twee banen minder dan in september.

Wegens de hardnekkig aanhoudende recessie plaatsen veel grote Japanse bedrijven personeel over naar geaffilieerde, kleine bedrijven. Op hun beurt ontslaan die personeel dat parttime in dienst is of op tijdelijke contractbasis werkt voor meestal een lager loon. De grote bedrijven betalen het loonverschil aan de kleine bedrijven die hun overtollig personeel in dienst nemen en kunnen zo aanzienlijk bezuinigen op hun loonkosten. De werkloos geworden parttime of tijdelijke werknemers verdwijnen uit de statistieken, wat de officiële werkloosheid betrekkelijk laag houdt. En dat maakt weer dat elke op zichzelf al geringe stijging van de officiële werkloosheid een veel ernstiger betekenis heeft dan de cijfers doen vermoeden. Geen wonder dat de beurs vandaag heftig reageerde op de nieuwste stand.

Gisteren zei premier Morihiro Hosokawa dat het kabinet niet zal ingrijpen in de financiële markten. “De markt bepaalt vraag en aanbod”, aldus de premier. Dat betekent dat de dalende trend voorlopig wel zal aanhouden, zo verwachten analisten. Tenzij het kabinet snel komt met een grote belastingverlaging om het economische herstel af te dwingen. Maar die wordt niet eerder verwacht dan met ingang van het nieuwe begrotingsjaar, vanaf 1 april volgend jaar. En in de sombere voorspellingen van economische onderzoeksinstellingen is zo'n belastingverlaging al verdisconteerd.

    • Paul Friese