Sectiebestuur bestookt clubs niet met revolutionaire plannen

ZEIST, 30 NOV. Precies een jaar geleden barstte er in het Zeister bos een massaal wolvengehuil los, toen het sectiebestuur van Martin van Rooijen zijn beleidsplan presenteerde voor de periode 1993-1996. De voormalige staatssecretaris had de nota eigenlijk bedoeld als een discussiestuk, maar de intentie die uit wat vage kreten sprak was voor de betaalde voetbalclubs half januari voldoende om ervoor te zorgen dat het hele college opstapte.

Gisteren moesten de clubs weer hun oordeel geven over een beleidsplan, nu van het nieuwe sectiebestuur van voorzitter Jos Staatsen. Het bleek in een najaarsvergadering die nog geen twee uur duurde, niet meer dan een hamerstuk. Dat was geen kunst, want het sectiebestuur heeft slechts de hoofdlijnen die de informatiecommissie al had opgesteld, verder uitgewerkt. Bovendien waren alle hoofdstukken en paragrafen reeds in vier clusters van negen clubs doorgesproken.

Het is dan ook allerminst een verrassing dat het boekwerkje ondanks het rode kaft weinig of geen revolutionaire plannen bevat die indruisen tegen de belangen van de clubs of de werknemers. De laatste groepering wordt in feite door Karel Jansen vertegenwoordigd in het sectiebestuur, al zit de peetvader van de spelersvakbond VVCS op persoonlijke titel in het college. Staatsen c.s. kunnen worden nagegeven dat het stuk in pagina's ongeveer de helft is van het product dat Van Rooijen en Boels in elkaar knutselden, terwijl het toch concreter op de materie ingaat. Maar aan de andere kant werkt het ook wel wat gemakkelijker als je geen impopulaire maatregelen neemt en enigszins aan de leiband van de clubs je marsroute uitstippelt. Staatsen heeft daar een simpel antwoord op: “Als je met voorstellen komt die niet haalbaar zijn, kun je ze beter achterwege laten.”

De nieuwe sectievoorzitter, ex-burgemeester van Groningen, is een man van weinig woorden. De traditionele speech voorafgaande aan de vergadering liet hij achterwege. “Want aan de toespraakcultuur die bij de KNVB heerst, doe ik niet mee.” Zijn slagvaardigheid deed secretaris Jan Huijbregts opmerken: “Op het moment dat Staatsen vanavond de vergadering beëindigde, was Van Rooijen nog aan zijn voorwoord bezig geweest.” De nieuwe sectievoorzitter lijkt niet een man die zich op glad ijs begeeft. In tegenstelling tot zijn solistische voorganger.

Met het beleidsplan waarmee hij een tijdbom zou leggen onder zijn eigen stoel, durfde Van Rooijen de sombere situatie van het betaalde voetbal ter discussie te stellen. Zijn college onderkende de zorgelijke situatie van de lege tribunes, zoals afgelopen zondag de topper uit de eerste divisie tussen Dordrecht'90 en AZ'67 zich voltrok voor 2431 toeschouwers. Ook de gemiddeld vierduizend bezoekers bij Sparta of drieduizend bij RKC was Van Rooijen een doorn in het oog.

Zijn bestuurders mijmerden in het beleidsplan over heilmiddelen als een topklasse, play-offs, een ander puntensysteem of periodetitels in de eredivisie om ook spanning in de middenmoot te creëren. Uit praktisch oogpunt moest het advies van de UEFA worden opgevolgd om de eredivisie in te krimpen tot zestien clubs. Van Rooijen was zeer geïnteresseerd in een Holland-België-competitie. En hij vroeg zich verder af of FC Friesland, FC Limburg, FC IJmond en FC Gelderland niet de toekomst zou worden. Het waren vaak hersenschimmen, maar ze zouden wellicht ooit tot vernieuwing hebben geleid.

Het huidige sectiebestuur geeft in zijn nota geen creatieve oplossingen voor de teruglopende toeschouwersaantallen in de eerste divisie (69.000 minder in vergelijking met vorig seizoen). Hoe het produkt betaald voetbal verbeterd kan worden komt voorlopig evenmin aan de orde. Daartoe zal in overleg met de clubs in de toekomst een convenant worden opgesteld. Het college probeert de status quo zoveel mogelijk in stand te houden. Over enkele jaren zal blijken of stilstand ook achteruitgang heeft betekend. Het beleid is gebaseerd op protectionisme met slechts een vleugje realiteitszin. Het publiek moet naar de wedstrijden worden gelokt door mooiere stadions. De clubs kunnen een eenmalige uitkering krijgen van twee ton uit het accommodatiefonds van acht miljoen om de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van veiligheid of comfort aan te brengen.

Het streven is erop gericht het aantal van 36 clubs in stand te houden. Door natuurlijke afvloeiing mag er een inkrimping plaatsvinden tot 32 clubs (twee keer zestien). Dan pas zullen er verenigingen uit de amateurs of een tweede FC Vlissingen worden toegelaten. Staatsen verwacht dat strengere licentievoorwaarden vanzelf een sanering in de hand werken. Sectiebestuurslid Gerard Bouwer daarover: “Maar de intentie is toch heel anders dan die van het vorige sectiebestuur. Wij leggen ons een inspanningsverplichting op door het aantal van 36 clubs in stand te houden. Bijvoorbeeld met behulp van speciale fondsen. Je kan met het aanbrengen van verschillen in licentievoorwaarden in ere- en eerste divisie al het aantal clubs in een afdeling sturen. Je zou hogere eisen kunnen stellen aan een eredivisieclub. Het is maar net waar je het accent wil leggen.”

Was het vorige sectiebestuur van mening dat de relatie met het amateurvoetbal moet worden verbeterd, het huidige college wil “het betaalde voetbal afgrendelen”, zoals Gerard Bouwer het omschrijft. Dat lokte afgelopen zaterdag al kritische opmerkingen uit van amateur-voorzitter Ad Lansink die concludeerde dat de liefde voortaan kennelijk van een kant moet komen. Bouwer: “Anders worden we belemmerd in onze slagvaardigheid.” En Staatsen: “Er is al overleg geweest met de respectieve penningmeesters, de sectievoorzitters en bondsvoorzitter Van Marle. Toen werd mij inderdaad duidelijk dat ons standpunt bij de amateurs als vervelend wordt ervaren.”

Van Rooijen c.s. vonden ook dat er een studie moest komen naar een klasse van non-amateurs (onafhankelijken). Daarbij tegemoet komend aan de betalingsproblematiek bij de amateurafdeling. Het nieuwe sectiebestuur zet resoluut een streep door die gedachte. Bouwer: “Wij willen geen promotie-degradatieregeling. Stel, bij een club zijn de investeringen op het gebied van veiligheid en accommodatie zodanig ten koste gegaan van de sportieve prestaties dat degratie onvermijdelijk wordt. Dan zou zo'n vereniging dus als beloning uit het betaalde voetbal moeten verdwijnen.”

Schrale troost voor de amateurs: in de nieuwe opzet van de bekercompetitie, te beginnen in het seizoen 1995-1996, mogen een gelimiteerd aantal niet-profclubs blijven deelnemen. De huidige opzet zal gewijzigd worden in een poulesysteem met een regionaal karakter. Maar ook hier houdt het sectiebestuur sterk rekening met de wensen van de achterban; in dit geval de coaches betaald voetbal.

Overige besluiten najaarsvergadering betaald voetbal:

Voor een regelmatig competitieverloop zal in beginsel geen uitstel van wedstrijden worden toegestaan.

Peter Groenenboom benoemd als bestuurslid marketing, sponsoring en mediazaken.

NOS moet na de winterstop betaald voetbal op pay-tv kanaal onderbrengen.

Meer clubs dan Ajax, PSV, Feyenoord en FC Groningen zullen deelnemen aan experiment met clubkaart. Daarvoor is voor 24 januari een bijzondere algemene vergadering uitgeschreven.

Competitie '94-'95 begint in derde weekeinde van augustus. In deze maand wordt ook gestart met de voorronde van het UEFA-Cuptoernooi.

    • Erik Oudshoorn