REFERENDUM-FARCE

In NRC Handelsblad van 18 november werd het referendum waarin Curaçao zich uitsprak over de staatkundige toekomst van dit eiland een impuls genoemd voor de democratie. Curaçao is hiermee Nederland in democratisch opzicht voorbijgestreefd, aldus de verslaggever.

In Nederland komt het referendum sinds het begin van deze eeuw periodiek aan de orde, maar tot dusverre durven we dit democratisch experiment maar niet aan. Een recent voorbeeld is de referendum-farce in de gemeente Rotterdam. Begin jaren tachtig is daar in een petitie van het actiecomité 'Referendum: Ja' om invoering van een lokaal referendum gevraagd. Toen dit na een aanvankelijke toezegging door de gemeenteraad uiteindelijk toch niets opleverde, werden eind jaren tachtig twee nieuwe petities ingediend, opnieuw met negatief resultaat. Enkele jaren later kwam het gemeentebestuur plotseling hiervan terug. Een commissie bestuurlijke vernieuwing werd ingesteld die invoering van een correctief referendum voorstelde. Het college van B en W diende in aansluiting hierop een voorstel in tot invoering van zo'n referendum, zij het onder stringente voorwaarden. Desondanks verwierp de gemeenteraad dit voorstel kortgeleden met de kleinst mogelijke meerderheid. Het voorstel kwam één stem tekort.

De tegenstanders vonden de raadsverkiezingen van 2 maart aanstaande de enige gezaghebbende opiniepeiling onder de burgers. Dit tekent de mentaliteit dezer raadslieden. Verkiezingen zijn er niet om iets te kiezen. Dit doen de raadsleden wel. De kiezers mogen slechts een stem uitbrengen zodat de raadslieden weer vier jaar hun eigen gang kunnen gaan met een schijnmandaat van de kiezers en zonder zich veel aan te trekken van die kiezers.

    • S.W. Couwenberg Rotterdam