Raad voor de Kunst: voorstel mediawet slecht voor kunst

DEN HAAG, 30 NOV. De Raad voor de Kunst vreest dat de door minister d'Ancona van WVC voorgestelde wijzigingen in de mediawet, ter versterking van het publieke bestel, de cultuurpolitieke functie van de publieke omroep eerder kwaad dan goed zullen doen. De raad signaleert in de voorstellen een tendens om het publieke bestel alleen maar te laten commercialiseren. Dit schrijft de raad in een advies aan de minister.

Het begrip “publieke omroep” zal volgens de raad nog verder worden “uitgehold”. Daarmee gaat een belangrijk instrument bij het verwezenlijken van een cultuurbeleid verloren, aldus het advies. De raad acht het in het belang van de kunsten dat er in Nederland een publieke omroep bestaat en blijft bestaan. De publieke omroep ontleent zijn bestaansrecht bij het programmeren aan een ander uitgangspunt dan de commerciële zenders, aldus de raad: voor de publieke omroep staan onafhankelijkheid, streven naar een zo groot mogelijke kwaliteit en pluriformiteit bij het verschaffen van informatie en uitdragen van cultuur voorop.

Het voorschrijven aan de publieke omroep hoeveel culturele, kunstzinnige en informatieve programma's ze moeten maken, zoals de minister voorstelt, is niet voldoende, vindt de raad. Er moet ook aangegeven worden hoeveel geld aan die verschillende programma-onderdelen besteed dient te worden.

De raad pleit voor minstens één televisienet dat zich tot een “hoogwaardig cultureel kwaliteitsnet” moet kunnen ontwikkelen, als onderdeel van een verdere differentiatie van de drie bestaande publieke netten. Op dit net zou een NOS-programmabedrijf, onafhankelijk van de omroepverenigingen, een spilfunctie kunnen vervullen.

Het uitgeven van concessies (zendvergunningen) voor een periode van tien jaar, zoals de minister heeft voorgesteld, wordt door de raad ten stelligste ontraden. Dat leidt tot ongewenste verstarring. Overigens wijst de raad op de “stiefmoederlijke behandeling” van het medium radio, dat “voor het uitdragen van kunst en cultuur en het geven van informatie daarover nog altijd van wezenlijk belang is”. Dat geld voor het maken van radioprogramma's voor televisie worden aangewend, noemt de raad “ontoelaatbaar”.

De Raad voor de Kunst stuurde tegelijktijdig een advies over de relatie tussen kunst en omroep aan de minister. De raad pleit daarin ondermeer voor de komst van een dagelijks kunstmagazine op tv.