Proefschrift: vooral buitenlanders de dupe van beleid corporaties

DELFT, 30 NOV. Bij de toewijzing van vrijkomende woningen in naoorlogse wijken en complexen houden woningbouwcorporaties steeds meer rekening met huidige ofwel 'zittende' bewoners. Dit heeft tot gevolg dat bepaalde groepen woningzoekenden, met name buitenlanders, worden achtergesteld.

Dat concludeert drs. J. Adrianow, die op 7 december aan de Technische Universiteit Delft hoopt te promoveren op het proefschrift “Sociaal woningbeheer door corporaties in naoorlogse buurten”.

Om (sociaal) verval van naoorlogse buurten te stoppen of te voorkomen, proberen corporaties de bewonerssamenstelling te beïnvloeden. De meest gebruikte manier daarbij is een zogenoemd 'inplaatsingebeleid': de nieuwe bewoners moeten passen bij de zittende bewoners. De wijze waarop het 'inplaatsingebeleid' wordt uitgevoerd, varieert. Bij het toepassen van criteria ontstaan tegenstrijdigheden met de wet waardoor bepaalde groepen woningzoekenden worden achtergesteld. In de praktijk blijken dat vooral buitenlanders te zijn. “Een criterium als 'leefstijl' ”, schrijft Adrianow, “houdt op zichzelf geen discriminatie naar ras, godsdienst en dergelijke in.” Maar het toepassen van het criterium leidt wèl tot discriminatie.

Volgens Adrianow stellen gemeenten en corporaties formeel geen maximum aan de concentratie van etnische groepen per straat, portiek of wijk. “Er zijn echter signalen die erop wijzen dat in de praktijk niet zelden wel streefpercentages worden gehanteerd.”

Gemeenten en corporaties ontkennen volgens Adrianow die handelwijze. “Dat plaatsingsbeleid is officieel verboden en daarnaast zijn ze bang om van discriminatie te worden beschuldigd.” Volgens haar is het massaal toegepaste plaatsingsbeleid niet discriminerend bedoeld, maar pakt het wel zo uit. “Vooral voor buitenlanders is het steeds moeilijker een woning te vinden.”

Toch gaan gemeenten en corporaties ermee door omdat zij ervan overtuigd zijn dat door spreiding de leegstand en overlast in probleemwijken worden teruggebracht. Volgens Adrianow is dit een hardnekkige mythe en zijn hiervoor geen bewijzen te vinden.

Plaatsingsbeleid maakt veelal onderdeel uit van sociale-vernieuwingsprojecten. Hierbij wordt dan een hele buurt op heel verschillende manieren aangepakt. Adrianow: “Zelf heb ik de indruk dat het instellen van een huismeester al veel problemen kan voorkomen.” Ze vindt dat door plaatsing te veel over de hoofden van de mensen heen wordt beslist.

Adrianow is voorstander van het 'Delftse model'. Hierbij is van plaatsen geen sprake, maar geven woningzoekenden zelf aan waar zij willen wonen. “Dat werkt prima. Het is een hardnekkig misverstand dat buitenlanders altijd bij elkaar willen wonen. Zeker de tweede generatie wil dat niet. Zij vinden dat zij dan te veel last hebben van sociale controle van hun landgenoten.”