Ontslag effectenhandelaren overwogen; Effectenhuizen boos om stilte ING over malversaties

ROTTERDAM, 30 NOV. De ING Bank heeft zich de woede op de hals gehaald van de vier effectenbedrijven, die effectenhandelaren van de voormalige NMB Postbank hebben overgenomen. De effectenhuizen zijn boos, omdat de effecten-medewerkers ondanks hun betrokkenheid bij malversaties positieve referenties hebben meegekregen van ING.

Dit is vernomen uit verschillende bronnen. Uit een onderzoek van de interne accountantsdienst (IAD) van de ING Bank, dat vorige week bekend werd, blijkt dat twaalf effectenhandelaren in 1989 en 1990 betrokken zijn geweest bij grootscheepse malversaties bij de toenmalige NMB Postbank. De betrokken handelaren maakten volgens het onderzoek op grote schaal winst met privé-transacties, terwijl zij voor hun werkgever gemiddeld marginale en soms zelfs negatieve resultaten boekten. De Amsterdamse effectenbeurs en De Nederlandsche Bank zijn inmiddels een onderzoek begonnen.

Van deze twaalf handelaren zijn er vier inmiddels overgestapt naar het commissionairshuis Leemhuis & Van Loon, het effectenkantoor Optimix, de Nederlandse vestiging van het Britse S.G. Warburg Securities en ABN Amro. Deze bedrijven zeggen nu dat zij door ING niet op de hoogte waren gebracht van de achtergrond van de handelaren. Tot hun grote ergernis worden bedrijven nu in verband gebracht met praktijken waaraan zij zelf geen deel aan hadden. Ingewijden verwachten dat twee of drie van de vier overgestapte handelaren deze week alsnog worden ontslagen door hun nieuwe werkgever.

Zo blijkt dat S.G. Warburg van NMB te horen kreeg dat men L.J., thans directeur van Warburg, bepaald niet graag zag gaan. C.J. van Helbergen, indertijd directeur bij de effectendivisie van NMB en thans hoofd van de ING Investmentbank, schreef echter op 20 september 1990 in een intern memo: “Mensen die (..) ontslag willen nemen, zouden wij niet tegen moeten houden”. Een week later meldde een andere directeur van de divisie, B. Lindeboom, over L.J.: “Ook voor hem geldt het schrille contrast tussen de eigen performance en het handelsresultaat.” . S.G. Warburg werd hierover niet ingelicht, maar kreeg uitsluitend positieve berichten te horen.

Ook handelaar B.M., nu in dienst bij het commissionairshuis Leemhuis & Van Loon, kreeg prima referenties mee. NMB liet in een brief weten dat er weliswaar onderzoek naar hem was verricht, maar dat hem dat volledig had gevrijwaard. Eerder genoemd memo meldt over M.: “(..) heeft hij met name in Haarlem voordelen toegespeeld aan bevriende relaties, hetgeen niet te tolereren is.” Het geval M. is vermoedelijk het meest ernstige. Hij schoof een kennis in een jaar tijd rond de zes ton winst toe, terwijl niet werd onderzocht wat er met dit geld is gebeurd en of hij daar zelf een deel van heeft ontvangen. Bij deze transacties overtrad hij bovendien de beursregels, doordat hij veelal buiten de effectenbeurs om handelde.

De ING Bank liet vorige week in een reactie op publikaties in deze krant weten dat het bij de malversaties om 3,5 ton zou gaan, in plaats van de gemelde 5,5 miljoen gulden. Uit de dossiers van de interne accountantsdienst blijkt dat de bedragen echter aanzienlijk hoger liggen. De IAD onderzocht twee rekeningen in Luxemburg, waar 140.700 gulden winst werd geconstateerd. Daarnaast zijn er de zes ton die M. zijn kennis in Haarlem toeschoof en ten slotte bekeek de IAD 41 transacties, die bij elkaar 292.317 gulden opleverden. Opgeteld: ruim een miljoen gulden.

Het totale aantal transacties was echter 547. Als die gemiddeld even winstgevend waren als de onderzochte deals, dan zouden de twaalf handelaren in een jaar tijd zeker 5,5 miljoen gulden hebben verdiend. Een onverantwoorde conclusie, stelt de ING Bank, omdat het onderzoek een selecte steekproef betrof. In een memo van de IAD van 15 augustus 1990, met de titel 'Samenvatting bevindingen bijzonder onderzoek', staat echter nergens dat de selectie alleen de winstgevende deals betrof, wel dat het ging om deals “die door meerdere medewerkers tegelijkertijd” werden verricht en deals “waarvan de koop en verkoop zeer kort na elkaar volgden (of zelfs dezelfde dag geschiedden)”.

    • Marcel Metze