Olympische kernploeg biedt ook jongeren kans

PAPENDAL, 30 NOV. Nederland krijgt een 'olympische kernploeg'. Daarmee zal André Bolhuis, die vandaag bekend maakte zijn activiteiten als chef de mission te zullen voortzetten, al vanaf begin volgend jaar naar de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta toewerken. In de kernploeg worden atleten opgenomen van wie aangenomen mag worden dat ze bij Olympische Spelen een rol van betekenis kunnen spelen. Door de toelatingscriteria wat ruimer te maken is er ook gelegenheid om jonge talenten, die nu nog niet aan de strenge eisen van internationale bonden voldoen, al in een vrij vroeg stadium intensief te gaan begeleiden.

Die begeleiding, onder de supervisie van de chef de mission, behelst vooral extra financiële steun en een intensievere individuele begeleiding. Als voorbeeld daarvan noemt Bolhuis de bokser Orhan Delibas die zilver won op de laatste Olympische Spelen in Barcelona en daarna met de gedachte speelde prof te worden. Met hem is afgesproken dat hij in ieder geval tot en met Atlanta amateur blijf en dat hij geholpen zal worden met het vinden van een woning, werk en geld voor training en wedstrijden. “In dat traject van begeleiding zitten natuurlijk ook meetpunten. Je krijgt iets van ons, maar je moet er ook iets voor teruggeven”, aldus Bolhuis. Wie daaraan niet voldoet valt weg uit de olympische kernploeg.

Met bonden en sporters zal in de toekomst meer in de 'contractsfeer' worden gewerkt. “De vrijblijvendheid is er af.” De chef de mission van NOC*NSF zegt dat de eerste selectie voor de kernploeg een beetje arbitrair genoemd kan worden. “Het is nog geen echt nominatiebeleid. Door deze aanpak kun je aankomende talenten versneld naar voren halen.” Omdat steeds meer sportbonden zich strikt houden aan de limieten die internationaal worden voorgeschreven als toelatingseis voor Olympische Spelen heeft NOC*NSF op dat gebied weinig invloed meer. Met de vorming van een kernploeg wordt toch gepoogd atleten te helpen aan de voorwaarden te voldoen. “We kunnen nog een hoop toevoegen”, zegt Bolhuis.

De nieuwe werkwijze was voor hem een van de voorwaarden om zijn werk als chef de mission voort te zetten. Al voor de Spelen van Barcelona vorig jaar, zijn debuut in die rol, was hem gevraagd beschikbaar te blijven tot en met de volgende Spelen. Bolhuis hield dat in beraad. Nadat hij in december het eindrapport van Barcelona had gepresenteerd wilde hij echter afstand nemen van de sport. “Ik wilde even weg zijn. Andere dingen doen. Ik heb aan een oude auto geknutseld, van alles met de familie ondernomen. Nu heb ik er weer veel zin in. En stiekem heb ik al wat voorbereiding gedaan, want ik vind dat er nog van alles kan worden toegevoegd.”

Eén van de activiteiten die hij ontplooide wat het zoeken naar sponsors, waarmee het ambitieuze plan kon worden bekostigd. Hij vond de Nederlandse Lotto, onderdeel van de Stichting Nationale Sporttotalisator (SNS), bereid tot en met 1996 uit het reclamebudget jaarlijks een bedrag van een miljoen gulden beschikbaar te stellen. “Boven het bedrag dat jaarlijks van de SNS naar de sport vloeit”, verduidelijkt hij. Lotto wordt een zogenoemde Top-voor-top sponsor van NOC*NSF en mag als tegenprestatie onder meer de olympische ringen voeren in de eigen reclamecampagnes.

Naast die sponsorinkomsten kan de kernploeg van Bolhuis putten uit de rente-opbrengst van het Fonds voor de topsporter, 600.000 gulden per jaar. “Bovendien komt uitgerekend vandaag in de Eerste Kamer de instantloterij (krasloten, red.) aan de orde. Als die wordt aangenomen komt er echt geld om deze plannetjes gestalte te geven.”