Oerwoud van afkortingen

U hebt nooit gehoord van de Internationale Organisatie tot Bescherming van het Milieu (IOBM).

Dat kan ook bezwaarlijk, want zover mij bekend bestaat die niet. Dat wil zeggen: er bestaat wel een organisatie met de genoemde doelstelling, maar de oprichters hebben daaraan de naam Greenpeace gegeven. Iedereen kent die naam en het doel van die organisatie. Een fantastisch gekozen naam! Er gaat een metafoor in schuil, vermengd met een speelse gedachtenkronkel. De natuur is groen, ongerept, vredig. De natuur is het beschermen waard, ook als de aantasting niets met groen en vrede te maken heeft, zoals bij acties tegen het dumpen van nucleair afval in zee. Dat alles drukt die naam uit. Greenpeace, een geniale inval zo'n naam. Er zijn meer organisaties met aansprekende namen, die alleen al daardoor sympathie met hun doelstelling opwekken. Amnesty International bijvoorbeeld, dat zich niet primair richt op het verlenen van amnestie of gratie, maar op het bestrijden van het martelen van gevangenen. Of, een ander voorbeeld: Artsen zonder Grenzen.

Een goed gekozen naam vervult een public-relationsfunctie voor een organisatie, ligt makkelijk in het gehoor, doet het goed in de media, wekt brede sympathie voor doelstelling, en schept daarmee de beste kansen om dat doel te realiseren. Zo bestaat er in Nederland een stichting met één van de mooiste en belangrijkste doelstellingen, die wij zouden moeten nastreven. Het is de stichting LBR, maar helaas - een kleine steekproef onder vrienden en bekenden heeft het uitgewezen - slechts een enkeling kent die stichting en de betekenis van de letters LBR.

Zij staan voor Landelijk Bureau Racismebestrijding (volgens het briefpapier), of Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (volgens de statuten). Het laatste zal dus wel juist zijn. Die naam is niet echt inspirerend. LBR is weer een afkorting in het oerwoud van afkortingen waarin velen het spoor allang bijster zijn geraakt. LBR, men kan zich er weinig of niets bij voorstellen. Het zou daarom een goede gedachte kunnen zijn, daar iets aan te doen. Wie verzint een nieuwe, pakkende, aansprekende naam voor het LBR. Misschien via een prijsvraag in combinatie met wat public relations-activiteiten. In Duitsland is in augustus 1992 een vereniging opgericht met de naam Forum Buntes Deutschland. Het is nog niet helemaal wat ik bedoel, maar het is al beter dan LBR.

Als het uitsluitend om de naam zou gaan zou ik de zaak hier niet aan de orde hebben gesteld. Mijn bezwaren tegen de naam LBR gaan verder.

Als we in Nederland ergens vóór zijn, uit zich dat nogal eens in het bestrijden van het tegenovergestelde. Indien er mensen zijn die nertsen graag in vrijheid willen laten leven, richten zij een Anti Bont Komitee op, met als vreemde consequentie, dat de bontmantel van mijn grootmoeder een verwerpelijk kledingstuk is geworden, hoewel de dieren die ooit hun leven moesten offeren al meer dan 80 jaar dood zijn. Door iets te bestrijden, door ergens tegen te zijn door er een anti-etiket op te plakken, kweekt men een negatief imago. Door zich vóór iets in te zetten wordt het imago positief. Vergelijk het Anti Bont Komitee met de Dierenbescherming dan wordt duidelijk wat ik bedoel.

Het bestrijden van racisme en discriminatie zou in de doelstelling van het LBR dus plaats moeten maken voor het bevorderen van een multi-culturele en multi-raciale samenleving. Racisme- en discriminatie-bestrijding zou men daaraan moeten subordineren. Die positief geformuleerde hoofd-doelstelling zou in de naam tot uitdrukking moeten komen, en dan bij voorkeur op een wijze die iedereen aanspreekt en waarmee men naar buiten makkelijk kan scoren.

De in de naam LBR tot uitdrukking gebrachte negatieve formulering van de hoofd-doelstelling heeft nog een ander heel belangrijke consequentie gehad. Want wie zijn het, die strijden tegen racisme en discriminatie? Juist! Dat zijn degenen, die er onder te lijden hebben, de gediscrimineerden, die met de wet in de hand opkomen voor hun rechten en belangen. Het is dan ook volstrekt logisch en ook terecht dat een aanmerkelijk aantal van hun vertegenwoordigers in het bestuur van het LBR zitting hebben. Zou men nu de doelstelling van het LBR positief in de door mij bedoelde zin formuleren, dan wordt ineens zonneklaar, dat het probleem waar onze samenleving voor staat niet een probleem is van de gediscrimineerden, maar van de samenleving als geheel; een probleem van alle burgers, overheden, werkgevers en hun organisaties, woning-corporaties en andere verhuurders etc.

Eerst als de samenleving ervan doordrongen raakt, dat zij onomkeerbaar bezig is zich te ontwikkelen tot een cultureel en raciaal mozaïek, waarvan alle deeltjes, van welke kleur ook, onmisbaar zijn om het totale beeld van Nederland te vormen, dan zal duidelijk zijn, dat wij met bestrijding van racisme en discriminatie alléén er nooit zullen komen, dat wij dan slechts bezig zijn aan een deel van het probleem, met het risico, dat wij het grote doel uit het oog verliezen.

    • B.J. Asscher