Nederlanders vervuilen de Maas evenzeer als de Belgen

MAASTRICHT, 30 NOV. Opnieuw is het water van de Maas te vuil om er drinkwater van te maken. Door lozingen in Wallonië van de chemicaliën di-isopropylether en pyridine moeten de waterwinbekkens in de Biesbosch de komende dagen worden gesloten. Volgens de stichting Reinwater zouden de stoffen zijn geloosd door een Waals mestmestfabrikant, Prayon Rupel. Een woordvoerder van Prayon Rupel ontkent dat dit bedrijf verantwoordelijk is voor de huidige vervuiling van de Maas.

De spaarbekkens in de Biesbosch zijn eerder, tussen begin mei en half juli dit jaar, gesloten geweest als gevolg van het verontreinigde Maaswater. Besprekingen tussen de Nederlandse regering en de diverse regeringen in België verlopen intussen moeizaam. Minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) heeft zich gisteren per brief gericht tot haar Waalse ambtgenoot, G. Lutgen, van wie zij opheldering vraagt over de jongste 'gifgolf'. Ook verlangt zij betere meetapparatuur in Wallonië om de kwaliteit van het Maaswater te controleren.

Wallonië wil de kwaliteit van het Maaswater op zichzelf wel verbeteren, maar heeft er minder belang bij dan Nederland: “U moet goed begrijpen dat vijf miljoen Vlamingen en Nederlanders dankzij onze inspanningen goedkoop aan hun drinkwater komen, terwijl wij zelf ons drinkwater ten koste van dure maatregelen uit de Ardennen moeten halen”, zei minister Lutgen vorig jaar, toen het Maaswater bij Eijsden weer eens was verontreinigd met gif, ditmaal pyridine. Terwijl de Waalse overheid de boeren in de omgeving van de spaarbekkens van de Vesdre en La Gileppe had moeten uitkopen, lieten de Nederlanders de intensieve veehouderij maar hun gang gaan met als gevolg dat het grondwater zoveel nitraat bevatte dat het niet meer geschikt was voor de drinkwaterbereiding. En waar nog schoon grondwater was, werd het gebruikt voor de intensieve landbouw, mopperde Lutgen verder. Moesten de Walen voor de gevolgen van dat beleid opdraaien? Kon Nederland geen andere maatregelen nemen om minder te zijn aangewezen op de Maas?

Lutgen vond dat de Nederlanders zich maar aanstelden: er moest ook ernstig rekening mee worden gehouden dat niet een Waalse fabriek het gif had geloosd, maar een Nederlandse vrachtauto die zijn tank in Wallonië was komen spoelen. Bovendien is het niet zo slecht gesteld met de kwaliteit van de Maas. Volgens de hydroloog J. Smitz, verbonden aan Lutgens ministerie van milieuzaken, is de toestand van het water de laatste jaren sterk verbeterd: “We hebben nog een paar problemen als fluor, ammoniak en fosfaten, maar voor de zware metalen is de situatie sinds vijftien er constant en belangrijk beter op geworden.”

Er zwemt veel vis in de Maas, legt Smitz uit, maar hoe die overleeft is een raadsel. De rivier voldoet vanaf de Franse grens tot Namen aan de zogenoemde A2-norm (geschikt voor drinkwaterbereiding), maar vanaf de monding van de Sambre, die ernstig vervuild industriewater uit Charleroi aanvoert, worden alle normen grandioos overschreden.

In Wallonië wordt zeventig procent van het huishoudelijk en het industriële afvalwater nog steeds ongezuiverd op de Maas geloosd. De agglomeratie Luik met zijn 500.000 inwoners, op luttele kilometers van de Nederlandse grens, heeft geen enkele rioolwaterzuivering. Alleen al voor het armlastige Luik zou 250 miljoen gulden en voor heel Wallonië 4,5 miljard gulden nodig zijn voor de bouw van zuiveringsinstallaties. Bij de huidige voortgang van het plan om het water van de Maas alleen nog maar biologisch schoon te krijgen zal het nog 25 jaar duren voordat Wallonië aan zijn Europese verplichtingen kan voldoen.

Intussen werpt de Waalse regering de juridische aansprakelijkheid voor de vervuiling verre van zich. “Nederland kan op geen enkele manier voor de rechter afdwingen dat wij ons aan de Europese richtlijnen houden”, liet de juridisch advieseur van Lutgen bij het vorige 'incident' horen. Sindsdien is de stichting Reinwater er echter in geslaagd van de rechter een uitspraak te krijgen dat het staalbedrijf Cockerill Sambre met onafhankelijk uitgevoerde metingen komt aantonen dat het geen verboden stoffen in hoge concentraties loost. Ook de Rotterdamse wethouder Hogervorst wil zijn heil zoeken bij afzonderlijke bedrijven, waarmee hij een contract wil sluiten: “Jullie zuiveren het water of wij stappen naar de rechter.” Dergelijke acties zetten nog meer kwaad bloed in Wallonië: “Dat accepteert men hier heel moeilijk en vooral de Waalse regering is woedend over de actie van meneer Hogervorst”, verzekert Robert Planchar, directeur van de Port Autonome in Luik en voormalig lid van de commissie Biesheuvel-Davignon, die tevergeefs heeft geprobeerd de Nederlands-Belgische Waterverdragen op papier te krijgen. Hij heeft er een hard hoofd in dat er ooit goedschiks overeenstemming komt tussen Nederland en Wallonië.

Toch wordt aan Nederlandse zijde de hoop gekoesterd dat de Belgische staatshervormingen het overleg vergemakkelijken. “Tot nu toe was het nooit duidelijk wie in België moest woden aangesproken”, zegt J. Dogterom van het Internationaal Centrum voor Waterstudies in Amsterdam. “Nu hebben we tenminste een duidelijke gesprekspartner: Wallonië, al kom je daar weer het probleem tegen dat bedrijfsleven en overheid twee handen op één buik zijn. De regering wil niet tegen het belang van de bedrijven ingaan. Bovendien moeten we in Nederland ook de hand in eigen boezem leren steken. Iedere keer wordt de aandacht gericht op Wallonië, maar de structurele vervuiling van de Maas komt evenzeer uit Nederland. Toen deze zomer de waterinname in de Biesbosch zes weken stil lag hoorde je weinig. Wie was toen de schuldige: de Nederlandse tuinbouwers met hun bestrijdingsmiddel diuron.”