Mooie plaatjes vertellen het verhaal van Eline Vere

Eline Vere, deel 1, Ned.1, 20.26-21.22u. De volgende afleveringen zijn op 7 en 14 december.

Eline Vere is, zoals ze geregisseerd is door Harry Kümel en gespeeld door Marianne Basler, mooi en behaagziek, om niet te zeggen: een uitgesproken flirt. Ze vleit alle mannen, in de eerste plaats haar weerloze en machteloze zwager Henk, die er uitziet als een armoedig, ziek aapje. De televisieserie Eline Vere, die met ingang van vanavond in drie delen wordt uitgezonden, is de langere versie van de film die twee jaar geleden in de bioscoop te zien was. Volgens de AVRO is de tv-serie, vanwege haar lengte, evenwichtiger dan de bioscoopversie. Dat zal wel, maar totaal in balans is de film toch nog steeds niet en dat zal hij ook niet worden al wordt hij nog drie keer zo lang, dat ligt namelijk aan de keuze van de makers die mooie plaatjes prefereren boven karaktertekening.

En de plaatjes zijn mooi, erg mooi zelfs. Eline in een schitterend wit kostuum met twee grote zwarte honden die door besneeuwd Den Haag rent (helaas rent ze daarbij langs allerlei bomen die wel besneeuwd zijn maar toch ook nog volop in blad staan); een zwarte lijkkoets, getrokken door met rouwfloers beklede paarden door diezelfde overdadige sneeuw; de zanger Fabrice uitgedost als een affiche van Toulouse Lautrec; de buffetjuffrouw in de schouwburg zo opgesteld dat het sprekend een schilderij van Renoir is - het is allemaal even plezierig om naar te kijken. Maar het lijkt of die plaatjes ook meteen het verhaal moeten vertellen, en dat doen ze niet. Lange blikken achterom en overduidelijk hijgen (dat zou nu eindelijk eens verboden moeten worden, dat krankzinnige nadrukkelijke gehijg altijd als iemand bang of opgewonden of verliefd is) maken niets invoelbaar, dat is slechts overdreven aangedikte buitenkant.

Geen moment lijkt Elines gedweep met bariton Fabrice iets anders dan bakvissen-adoratie, en dat geeft niet, want waarom zou zij zich niet op haar tweeëntwintigste of hoe oud zal ze zijn, opgevoed in een wereld waar niemand een klap uitvoert en men met lekker veel geld binnenzit en over elkaar roddelt, als een bakvis mogen aanstellen? Toch lijkt iets in de slotscène van dit eerste deel, waarin Eline ineens ziet dat de door haar aanbeden zanger een bijzonder ordinair en pokdalig personage is - 'een remedie tegen de liefde' fluistert haar wereldse neef Vincent opgewekt - te suggereren dat zich hier wel degelijk een grote ramp heeft voltrokken. Als het zo is dan is het toch moeilijk om daarin te geloven. Het is sowieso moeilijk om iets van Elines tragiek te geloven, daarvoor is het alllemaal te mooi, te elegant, te vrolijk, te weinig benauwend. Den Haag, zo wordt ons verschillende keren duidelijk gemaakt, is dodelijk van burgerlijkheid en stijve deftigheid, soireetje rijgt zich aan soireetje, een enigszins gevoelig iemand moet er wel gek worden. Maar dat wordt allemaal zo luchtig en geamuseerd naar voren gebracht dat het buitenkant blijft.

Wel wordt er vaak goed geacteerd - Mary Dresselhuys als de oude mevrouw Van Raat is een deftige slang in een vogelkooi, of Thom Hoffman als de nuffig grappige Vincent Vere - maar de acteurs krijgen geen kans iets van hun personages te maken. Dat Eline uitroept dat zij zich wel zou willen laten schaken en dat haar neef dat ook wel zou willen, maakt ze niet tot twee misplaatsten in de Haagse wereld, maar tot twee fantaserende kinderen.

'Een speeltuig met gebroken snaren' zoals Couperus schreef, zal déze Eline niet worden. Maar ze levert fijne plaatjes op.