'Kracht van CVSE wordt nu haar machteloosheid'

De ingrijpende wijzigingen in de veiligheidssituatie in Europa hebben hun weerslag op alle organisaties die zich daarmee bezig houden. Ook de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), die vandaag in Rome op ministerieel niveau bijeengekomen is, lijdt in hoge mate aan gevolgen van de verdwijning van de oude tweedeling tussen Oost en West, waardoor ook in dat forum de discussie over veiligheidsvraagstukken diffuser is geworden. De machteloosheid van de organisatie wordt nog versterkt door het feit dat voor beslissingen van de CVSE unanimiteit - in enkele gevallen bijna-unanimiteit - noodzakelijk is. De kracht van de organisatie, dat iedereen meedoet, is daarmee in feite haar machteloosheid.

Het belangrijkste thema dat vandaag en morgen aan de orde komt is eventuele Russische bemoeienis met de buurlanden. Rusland zou graag een door de CVSE gesanctioneerde vrije hand krijgen om in het zogeheten 'nabije buitenland' gewapenderhand tussenbeide te komen als daar vrede en veiligheid in gevaar zijn. Veel Oosteuropese landen huiveren bij die gedachte. In de aan Rusland grenzende landen wonen grote Russische minderheden, in totaal zo'n 23 miljoen. Geen van die landen wil Moskou op voorhand een vrijbrief overhandigen om ten gunste van deze minderheden tussen beide te komen.

In West-Europa bestaat wel enig begrip voor de Russische wens. De Franse minister van buitenlandse zaken, Alain Juppé, zei dezer dagen wel te voelen voor het formuleren van de voorwaarden waaronder Rusland toestemming zou kunnen krijgen troepen te legeren bij brandhaarden in het voormalige Sovjet-rijk. “Vredesoperaties moeten een juridisch raamwerk hebben”, aldus de minister, en de CVSE moet de organisatie zijn die daarvoor toestemming geeft.” Voor de vrees van de pas onafhankelijk geworden landen, dat dit zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare vorm van Russische inmenging, toonde hij wel begrip, maar hij wees er tegelijkertijd op dat “de voormalige satellietlanden lid zijn van de CVSE en omdat alle beslissingen bij consensus moeten worden genomen, zullen zij juist de gelegenheid hebben om gehoord te worden.” Nu al is Rusland direct militair betrokken bij de conflicten in Tadzjikistan, Georgië en Moldavië.

Groen licht voor Russische bemoeienis zou de machteloosheid van de CVSE enigszins kunnen camoufleren. Pogingen van de organisatie tot conflictbeheersing in Nagorny Karabach, waar Armeniërs en Azeri elkaar bestrijden, en in Georgië zijn tot dusver jammerlijk mislukt. Dat vindt mede zijn oorzaak in Westerse desinteresse voor dergelijke conflicten. De secretaris-generaal van de CVSE, de Duitse diplomaat Wilhelm Höynck, beklaagde zich twee maanden geleden openlijk over het gebrek aan Westerse betrokkenheid bij de CVSE-activiteiten.

Ten behoeve van de beheersing van het conflict in Nagorny Karabach was afgesproken dat er vijfhonderd waarnemers naartoe zou worden gestuurd. De Westerse landen boden er niet meer dan dertig aan. Zou de CVSE Rusland officieel tot toeziend voogd verklaren voor dit conflict (en bij soortgelijke spanningshaarden), dan zou het gezichtsverlies van de CVSE binnen de perken blijven. Höynck leek gisteravond een akkoord hierover mogelijk te achten, wanneer duidelijk voorwaarden worden gesteld aan een Russische interventie. Die zou moeten worden uitgevoerd onder toezicht van CVSE-functionarissen en slechts een beperkte periode mogen duren.

Het is niet voor het eerst in haar geschiedenis dat de CVSE door een dal gaat. Na de sluiting van de akkoorden van Helsinki in 1975, waarin werd afgesproken dat de grenzen tussen de deelnemende landen werden vastgelegd, waren Oost en West vaak in lange, vruchteloze discussies gewikkeld. In Belgrado twee jaar, in Madrid en Wenen zelfs drie jaar. Het einde van de Koude Oorlog leek de organisatie een nieuwe impuls te geven. Het Handvest van Parijs, dat in november 1990 werd getekend door de leiders van de deelnemende landen, was een hoogtepunt in het bestaan van de organisatie.

Maar de successen zijn nu op de vingers van één hand te tellen. Het meest tastbaar zijn de bemoeienissen van de Hoge Commissaris voor de minderheden, Max van der Stoel, die met succes in Estland tussen beidekwam ten gunste van de daar wonende Russen. Het effect van andere CVSE-missies naar onder meer Georgië, Armenië en Azerbajdzjan, Moldavië en Tadzjikistan en gebieden in het voormalige Joegoslavië is minder tastbaar. Toch zijn het deze in de eerste fase van een dreigende confrontatie ondernomen pogingen tot conflictbeheersing waaraan de CVSE haar bestaanrecht kan ontlenen. Dat is dan ook de reden dat Italië, dat vandaag het roulerend voorzitterschap van de CVSE overneemt van Zweden, versterking van die functie wil. “Het is weinig zichtbaar, maar nuttig.”

Mogelijk zal in Rome overeenstemming worden bereikt over uitwisseling van informatie over de militaire apparaten van de deelnemende landen, een vertrouwenwekkende maatregel waar al lange tijd aan is gewerkt. De ministers van de 52 landen zullen niet met geheel lege handen naar huis willen.

    • Herman Amelink