Kooijmans: Kennelijk is er geloot en zijn wij uit de boot gevallen; Haagse bijdrage in Genève gewichtsloos

GENÈVE, 30 NOV. De Nederlandse regering bleek gisteren tijdens het Bosnië-overleg in Genève politiek vrijwel geïsoleerd. Den Haag mocht van het voorzitterschap van de Europese Unie geen enkele rol spelen bij de nieuwe vredesconferentie. Minister Kooijmans kon alleen 's ochtends en aan het einde van de middag tijdens het plenaire gedeelte het woord voeren, een lot dat gedeeld werd met Griekenland en Luxemburg. (De Deense en Ierse ministers waren niet verschenen.)

De belangrijke bilaterale gesprekken met respectievelijk de Kroaten, Serviërs en moslims werden geregisseerd door de grote lidstaten Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk als voorzitters, met Spanje, Italië en Portugal in de rol van rapporteurs. “Kennelijk is er voor de rol van 'kleine lidstaat' geloot en zijn wij eruit gevallen. Vreemd, hoor”, zei Kooijmans achteraf, enigszins ontstemd. De relatief forse Nederlandse troepenbijdragen en de activistische opstelling van Den Haag bleken in Genève politiek geen gewicht in de schaal te leggen.

Dat kwam ook pijnlijk naar voren uit het Nederlandse aanbod de luchtmobiele brigade van 1.100 man voor de uitvoering van het vredesakkoord naar Bosnië te sturen. Dat aanbod is door vrijwel alle lidstaten in dank aanvaard, maar politiek geheel in de lucht blijven hangen. De dringende oproepen van Kooijmans, vorige week nog in Brussel, aan de andere Europese landen om nu ook eens aanbiedingen te doen, zijn vrijwel genegeerd. Alleen België bood gisteren 150 man genie-troepen aan voor de uitvoering van het vredesakkoord. Kooijmans zei in Genève daarover openlijk boos te zijn geworden. “Ik heb mijn ongenoegen daarover geuit. Ik heb de collega's opgeroepen daar eens wat aan te doen, ook met het oog op hun eigen geloofwaardigheid.” Een 'aanfluiting' van de Europese Unie, noemde Kooijmans dat, waarover hij 'zeer misnoegd' was.

De bijeenkomst in Genève was immers bedoeld als een uiterste poging van Europa om de strijdende partijen tot vrede te dwingen. Daarbij zou in ruil voor het geleidelijk opheffen van de sancties eindelijk een vredesakkoord tot stand moeten komen, met Europa in de rol van arbiter. Na eerst zo opzichtig te hebben gefaald bij het voorkomen van de oorlog, zou de Unie nu het uiterste moeten doen bij het uitvoeren van de vrede, zo was de Nederlandse houding. Het minste is dat de lidstaten daarom nu snel aangeven hoeveel troepen ze daarvoor beschikbaar stellen. De schattingen voor het benodigde aantal lopen uiteen van 15.000 naar 50.000.

Het mocht gisteren niet zo zijn; de Belgische Raadsvoorzitter minister Claes dekte de Europese desinteresse handig af. Hij zei slechts dat zolang er nog geen vredesregeling is, het ook niet duidelijk is hoeveel troepen er moeten komen of voor welke taken. Dat geen enkele lidstaat zijn kaarten op tafel wil leggen is aldus logisch verklaard. Blijft slechts de vraag hoe de hoge Nederlandse inzet dan verklaard moet worden. Minister Kooijmans hield zich in Genève groot. Hij vond het een kwestie van 'boter bij de vis'. Het Nederlandse aanbod 'blijft staan', ongeacht de houding van de andere lidstaten. Maar hij gaf ook toe dat “aan deze wol nog gesponnen moet worden”.

Of die vredesregeling er ooit komt, is gisteren overigens niet veel duidelijker geworden. Er hing bij de ééndaagse ministersconferentie een ronduit pessimistische stemming, waarin een enkele ontstemde Nederlandse minister niet echt uit de toon viel. De Europese ministers moesten gisteren eerst de toespraken van de presidenten Izetbegovic, Tudjman en Milosevic aanhoren, hetgeen veel van het incasseringsvermogen vroeg. Alle drie de leiders gaven elkaar de schuld van het conflict, wensten verscherping dan wel onmiddellijke opheffing van de sancties en gaven ieder hoog op van de eigen vredeswil. De Servische leider Milosevic beschuldigde de internationale gemeenschap van volkerenmoord, en wel op Servische kinderen, door de importboycot. Het was een “straf voor een agressie die wij niet begingen”. Er was “geen enkele Servische soldaat in Bosnië, terwijl er nog geen kilo hulpgoederen door Servische milities van de VN was gestolen”.

Ondanks de kritiek was Milosevic bereid het Europese actieplan als een 'positieve stap' te zien, mits natuurlijk de VN-sancties ('een verkrachting van het VN-handvest') meteen worden geschrapt. De Bosnische president Izetbegovic sprak ook van volkerenmoord, maar dan natuurlijk op de moslim-bevolking. Hij vroeg om sancties tegen de Kroaten en een strengere boycot van de Serviërs. Voor een succesvol vredesakkoord stelde hij de aanwezigheid gedurende vijf jaar van “NAVO- en Amerikaanse troepen” als voorwaarde. Zonder duidelijke politieke verplichting om een akkoord uit te voeren zijn onderhandelingen niet meer dan een “oefening in futiliteit, of erger, in toegeeflijkheid”.

“De zwarte pieten zijn rijkelijk rondgestrooid”, constateerde Kooijmans, die na een ochtendje luisteren maar weinig bereidheid tot concessies had kunnen waarnemen. In de vertrouwelijke bilaterale gesprekken zou de toon veel gematigder zijn geweest. De Britse minister Hurd zei dat er “een zeer grote kloof gaapte tussen wat men zegt in de plenaire bijeenkomst en daarna, in de bilaterale”.

De dag was bescheiden begonnen. Het ging volgens Hurd helemaal niet om onderhandelingen, maar slechts om het 'veroorzaken van dynamiek' dan wel het 'scheppen van een kader' en wel met zoveel vaart 'dat we onderhandelingen van de grond krijgen'. Aangezien niemand wist hoe dergelijke abstracties gemeten moeten worden, stond de uitkomst al snel vast. Als het strijdende drietal nog een paar dagen, wellicht enige weken zou willen blijven praten in Genève, dan was het Euro-initiatief al gered. “Weet er hier iemand anders wat beters”, had de Duitse minister Kinkel, bijna agressief, de zaal met journalisten gevraagd. “Deze poging is het waard om te worden gedaan.” Er zou van cadeaus aan de Serviërs geen sprake zijn. Pas als alle geschillen met de moslims zijn opgelost (een Bosnische haven, de toekomst van Sarajevo, het extra moslim-gebied). Maar ook de Servisch-Kroatische geschillen in Kosovo, Vojvodina en Sandzak, pas dàn zouden sancties kunnen worden geschorst.

De enige die zich aan een voorspelling waagde, was Owen. “Als we vooruitgang maken over de status van Sarajevo en een akkoord over een haven voor de moslims krijgen, dan geloof ik dat er een kans is op vrede.”

Een eerste indicatie kan liggen in het verloop van de hulptransporten in de komende dagen. Worden die blijvend gesaboteerd door de strijdende partijen, dan kan het moment van de waarheid niet langer worden uitgesteld. Of Europa trekt zich terug, of het past geweld toe. Of, zoals Hurd het zei, “Je kunt niet eindeloos doorgaan met humanitaire hulp verstrekken.”