IRA hoopt op 'vrede en vriendschap'

LONDEN, 30 NOV. De bijna 40 pagina's documentatie over de contacten tussen de IRA/Sinn Fein en de Britse regering gaan over het volgende dilemma: Londen eist een totale beëindiging van het geweld, alvorens er kan worden onderhandeld. De hard line-republikeinen kunnen daaraan alleen voldoen als Londen daarvoor eerst iets teruggeeft, willen ze hun eigen aanhang niet van zich vervreemden.

Terwijl John Hume, leider van de Social Democratic and Labour Party, in het geheim een vredesplan ontwikkelt met Gerry Adams, onderhandelt de - anonieme - tussenpersoon voor de Britse regering vooral met Adams' rechterhand, Martin McGuinness. 22 Februari 1993: mondelinge boodschap van de leiders van de Provisional Movement (IRA).

“Het conflict is over, maar we hebben uw advies nodig over de wijze van beëindiging. We willen een onaangekondigd staakt-het-vuren teneinde tot een dialoog te komen die tot vrede leidt. We kunnen een dergelijke stap niet aankondigen, omdat die tot verwarring leidt bij de vrijwilligers. De pers zal een aankondiging ten onrechte interpreteren als overgave. We kunnen niet voldoen aan de eis van de minister dat we afzien van geweld, maar we kunnen dat onder vier ogen wel beloven, zolang we er van op aan kunnen dat we niet worden bezwendeld. 26 Februari: in Warrington is een bomaanslag op een gasfabriek.

Een boodschap van de Britse regering: “We begrijpen en accepteren de ernst achter wat u zegt. We willen dat serieus nemen en op voorhand aanvaarden. Die houding zal natuurlijk beïnvloed worden door de gebeurtenissen zoals die zich de komende dagen en weken gaan voordoen. Het is niet mogelijk meteen al een inhoudelijk antwoord te geven.” 5 Maart: de IRA noemt haar twee vertegenwoordigers, Martin McGuinness en Gerry Kelly, als degenen die ze zo snel mogelijk voor “een verkennende ontmoeting” wil afvaardigen. 7 Maart: in Bangor (Noord-Ierland) ontploft een IRA-bom, 4 politiemensen raken gewond. 11 Maart: de Britse regering zegt dat ze zich beraadt op een antwoord “in het licht van voortdurend geweld”. 19 Maart: de Britse regering zet haar principes uiteen, onder andere:

“De Britse regering kan niet beginnen aan gesprekken die moeten leiden tot een tevoren vastgestelde uitkomst. Zij heeft aanvaard dat de uiteindelijke uitkomst van zo'n discussieproces een verenigd Ierland zou kunnen zijn, maar dan alleen op basis van de instemming van de bevolking van Noord-Ierland. Maar tenzij de bevolking van Noord-Ierland die wens tot uiting brengt zal de Britse regering voortgaan de unie (met de Britten) te handhaven”. 20 Maart: een IRA-bom ontploft in het winkelcentrum van Warrington: 2 jonge kinderen vinden de dood, 58 mensen raken gewond. 22 Maart: een mondelinge boodschap van de Provisionals: “Het laatste wat we nodig hebben op dit gevoelige moment is datgene wat nu is gebeurd. Het is het lot van de geschiedenis dat we ons in deze positie bevinden. Het enige dat ons op dit moment te binnen wil schieten is een oud Iers spreekwoord: “God's hand works in mysterious ways”. “Onze hoop is dat die hand tot vrede en vriendschap zal leiden.” 24 April: zware bom ontploft in de Londense City. 10 Mei: een boodschap van de Provisionals, waaruit blijkt dat er rechtstreeks contact is geweest tussen een vertegenwoordiger van de Britse regering (“niet op ons gezag”, houdt Londen vol) en de Provo's. De IRA wil nu spijkers met koppen slaan over wanneer en waar er gepraat gaat worden. 20 Mei: een bom van 400 kilo ontploft in Belfast: 20 mensen raken gewond.

In juni en juli blijven antwoorden van Londen uit. De Provo's beklagen zich een aantal keren over “uitstel” en “afhouden”. Dit is de periode waarin John Major in het Lagerhuis vecht voor zijn politieke voortbestaan, met als inzet 'Maastricht'. 23 Juli: Major wint de strijd om Europa, alleen met behulp van de Unionisten, die op het laatste moment miraculeus over hun afkeer jegens Maastricht heenstappen.

In augustus en september wordt wederzijds naar verdere intenties gevraagd. De IRA wijst erop dat het meeste geweld nu van de loyalistische terroristen komt. 23 Oktober: IRA-aanslag op de protestantse Shankill Road met 10 doden als gevolg.

27 Oktober: Gerry Adams helpt de lijkkist dragen van Thomas Begley, een van de daders van de aanslag. 29 Oktober: John Major en Albert Reynolds formuleren zes uitgangspunten voor het bereiken van vrede in Noord-Ierland. 30 Oktober: in Greysteel (Noord-Ierland) schieten loyalistische terroristen zeven cafébezoekers neer. 2 November: een boodschap van de IRA. “We geloven dat het land op een point of no return is aangeland. Alstublieft, laat ons duidelijk en onomwonden weten wanneer u bereid zou zijn onderhandelingen te openen in geval er een volledig staken van de vijandelijkheden zou zijn.” 5 November: de Britse regering antwoordt met verwijzing naar het Iers-Britse vredesplan. Als het de IRA ernst is met haar aanbod tot staken van de vijandelijkheden en ze dat ook openlijk demonstreert “kan een eerste ontmoeting voor verkennende dialoog plaatshebben binnen een week na hervatting van de parlementaire sessie in januari”.