Het Franse voetbal likt zijn wonden

PARIJS, 30 NOV. Het Franse voetbal likt zijn wonden. Met het ontslag van de voorzitter van de nationale voetbalbond, Jean Fournet-Fayard, is officieel een einde gekomen aan een tijdperk waarin het geld niet opkon terwijl de resultaten uitbleven. De uitschakeling van het land voor de eindronden van het WK in Amerika is de genadeklap geworden voor het ancien régime.

'Le foot francais' is al jaren een miljoenenbedrijf. Reclame-inkomsten en sponsorcontracten gaven de voetbalbond een armslag die had ontbroken in de succesjaren, de vroege jaren '80, toen Michel Platini tot de snelste en meest elegante goalgetters van de wereld behoorde. Honderden miljoenen franken stroomden de bondskassen binnen, maar het fundament was leeg en rot.

Ook de clubs dreven op het succes van vroeger, of de goedgevulde beurs van geldschieters als Claude Bez en Bernard Tapie, mannen die hun clubs (de Girondins van Bordeaux en Olympique Marseille) nodig hadden voor persoonlijke ambities en zo mogelijk een snelle bijverdienste. Bez heeft in '88 zelfs het Franse elftal onder zijn hoede gekregen. Zijn latere val wegens malversaties was dan ook een diepe.

In die tijd kon ook de gepensioneerde Platini van 'Les Bleus' geen winnende equipe meer smeden. De organisatie om het nationale elftal deugde niet. En deugt nog niet. De clubs voeren geen nieuw talent aan, ze jagen eigen successen na en missen de aansluiting met Europa. Terwijl zij juist op toekomstige successen het geld bij elkaar hebben geregeld om duur talent uit het buitenland te kopen.

In die jaren kon de voormalige verdediger van Angers, Jean Fournet-Fayard, geen orde op zaken stellen in de bureaucratische en deftige hoofdburelen van de bond in Parijs. Men verwijt hem dat hij zijn zakelijke besognes in Lyon te veel aandacht blijft geven. Maar de structuur van het Franse profvoetbal is steeds omslachtiger en ondoorzichtiger. Zijn permanente aanwezigheid had niet geholpen.

De onbestuurbaarheid bleek dit jaar toen eigenaar Tapie van Olympique Marseille in direct conflict kwam met de wereldpaus van de voetbalsport. UEFA-baas Havelange dwong Fournet-Fayard en de voorzitter van de machtige Franse sectie betaald voetbal, Noël Le Graet, nationaal bakzeil te halen. Tapie werd onder zware druk gezet zijn op winst staande rechtszaak tegen de wereldbond in te trekken. Macht won van recht. Men giste: welke prijs heeft Tapie bedongen van de Franse bobo's?

Naar nu blijkt geen enkele. De totale deconfiture werd steeds duidelijker. Tapie zit verstrikt in vijf verschillende rechtszaken. Twee daarvan hebben met voetbal te maken: wanbeheer bij OM, en de oude omkopingszaak in de wedstrijd OM tegen Valenciennes. Het Franse parlement zal binnenkort zijn parlementaire onschendbaarheid (Tapie is ook nog Kamerlid en kandidaat-burgemeester van Marseille) opheffen. Zijn vertrek bij OM lijkt onafwendbaar, zeker nu de club nog af en toe wint en ook de boeken iets zijn gezuiverd.

Voor het Franse bondswezen is Tapie's val niet genoeg. Behalve een nieuwe voorzitter zoekt men ook een nieuwe trainer van het nationale elftal. Die krijgt alle tijd want voorlopig doen 'de blauwe' in geen enkel internationaal toernooi van betekenis mee.

Voor ik de eiken deur van de Burgerlijke Stand goed en wel achter mij gesloten heb, is deze Hallard al aan het uiteenzetten dat Bismarck, in zijn Kulturkampf tegen alles wat Latijns was, de administratie en het onderwijs in Pruisisch Wallonië het Duits oplegde en het Frans verbood. Na een minuut onderbreek ik hem, maar veel verder dan “Wat ik u eigenlijk wilde vragen was of von Rundstedt...” raak ik niet. Met een zucht slaat hij zesenzestig jaar over. Nee, de stad is als gevolg van verkeerd begrepen informatie door de geallieerden gebombardeerd. Ook dat nog, denk ik. Léon Hallard diept uit een bureaula een folder op, bladert en wijst een foto aan. Ik leg mijn notitieboekje neer. Nu roemt zijn monotone stem de eigenheid van Malmédy, maar ik zie alleen een in puin gegooide markt: de universele baksteenhopen, de venstergaten in een gevel zonder huis, eergisteren stond het allemaal op precies zo'n foto in mijn krant. Enkel de obelisk is ongehavend en wijst naar de hemel waarin die fatale donderbui is losgebarsten.