Grensblokkade met Glühwein en worst

Ongeveer 6000 boze Duitse boeren blokkeerden gisteren 25 grensovergangen tussen Nederland en Duitsland, uit protest tegen maatregelen die de verspreiding van varkenspest in Duitsland moeten tegengaan.

NIEUWESCHANS, 30 NOV. Op balen stro zitten jonge boeren schouder aan schouder te turen in een kampvuurtje bij de grensovergang Nieuweschans-Bunde. Een spandoek vertolkt hun gevoelens: “Gegen politiker kämpfen selbst Götter vergeblich”. “Het vuur symboliseert dat we nog niet afgebrand zijn en nog vuur over hebben”, zegt één van de boeren, A. Venema uit Jemgum. Binnen in een tent, neergezet door de boerenbond Ost-Friesland, staan de koffiepotten op tafel. In een hoek stoomt een kachel warme lucht de tent in.

Plattelandsvrouwen schenken Glühwein en serveren worstjes. In kleine groepjes gezeten staren de boeren voor zich uit. Even verderop achter zo'n 30 trekkers die de snelweg versperren staan tientallen vrachtwagens geparkeerd. In rode overall en met de vlag van de Landskreise - zwart met een witte ploeg - probeert een boer de moed erin te houden. “We eten en drinken de hele dag.” Medelijden met de gestrande chauffeurs heeft hij niet. “Ach, mijn dochter heeft eens drie dagen in de Brennerpas moeten wachten toen vrachtwagenchauffeurs de grens dichtgooiden. Ze had een baby bij zich. Toen werd er ook niets gezegd. Laat ze eens solidair zijn met ons.”

De stemming is gelaten. Zondagavond kwamen 500 boeren op trekkers naar de grensovergang Nieuweschans die ze bezetten uit protest tegen de varkenspestmaatregel. Sinds enkele weken geldt in een aantal streken een verbod op het transport van varkens, wegens het uitbreken van de besmettelijke ziekte. Maar volgens de varkensfokkers heerst er in deze Landskreise nauwelijks varkenspest. De boeren vinden de maatregel niet alleen overdreven, maar ook onrechtvaardig. Venema: “Binnen een Kreise waar varkenspest heerst mogen we onze varkens niet verhandelen, terwijl de buurman verderop dat wel mag, omdat die net in een andere Kreise woont. Duizenden gezonde varkens zijn zo naar het slachthuis gegaan, terwijl in Joegoslavië en Rusland de mensen uithongeren.”

De laatste drie weken zijn heel wat gezonde dieren geslacht. De boeren in de grensstreek zitten met een schadepost van 300.000 mark, vertelt een van hen. “Maar”, zo haast een ander te vertellen, “het gaat ons niet om het geld. Ik ben 25 jaar boer, maar dat gezond vlees als afval wordt verwerkt heb ik nog nooit meegemaakt”. Akkerbouwer H. Eekhoff uit Bunde hekelt de hele EG-landbouwpolitiek, die hij betitelt als “gelegaliseerde uitbuiting”. “De prijzen dalen, terwijl de kosten almaar stijgen. Bonn doet niks voor ons. Als het zo doorgaat houd je alleen de grote bedrijven over. Straks hebben we hier alleen nog kolchozen over zoals vroeger in de DDR. En dat vonden we allemaal verkeerd.”

Personenauto's worden 's middags toch weer doorgelaten. Nadat een boze Nederlander de nacht ervoor met een mes één van de banden van een trekker had lekgestoken, ging de grens helemaal dicht. Eén van de gestrande chauffeurs is R. Landman uit Lemmer, die met 30 ton rode kool op weg was van Warga naar de voormalige DDR. Hij wacht al dertien uur, vanaf zondagavond kwart voor negen en vreest dat de groente nu bedorven is. “De vorst moet erin blijven, maar de auto's staan al een paar uur in het zonnetje.” Landman vindt de actie nergens op lijken. Tot kwart voor vijf hebben ze vannacht zitten discussiëren. De stemming was grimmig. “Wat hebben wij hier mee te maken? Laat ze in Brussel gaan protesteren.”

Collega-chauffeur G. van der Wal die tien kilometer over de grens een lading schroot had moeten afleveren heeft al evenmin begrip voor de protesterende boeren. “Ik vind het dom wat ze doen. Ze stoten ons het brood uit de mond.” Tegen kwart voor drie start een Schotse vrachtwagenschauffeur met een lading aluminium voor Denemarken zijn voertuig. De man in de rode overall komt hem zeggen dat de grens over tien minuten open gaat. De chauffeur heeft zes uur in zijn cabine gezeten. Hij zit er niet erg mee. “Ik vind het wel goed dat deze mensen voor hun rechten opkomen.”