EUTHANASIE

P.J. van der Maas c.s., de onderzoekers die op verzoek van de regering in 1991 euthanasie in Nederland in kaart hebben gebracht (rapport-Remmelink), reageren in NRC Handelsblad van 23 november op de advertentie van het Nederlands Artsen Verbond over euthanasie.

De NAV beschouwt uitdrukkingen als 'levensbeëindiging', 'bespoediging van de dood', of 'levensverkorting' als equivalent van 'doden', het resultaat is hetzelfde. En wij hebben euthanasie beschreven als het bewust veroorzaken van de dood van een patiënt. Wij berekenen, op grond van de in het rapport-Remmelink gegeven en in de laatste advertentie afgedrukte cijfers, dat dit in het desbetreffende jaar 19.675 keer is voorgekomen, en dat hiervan in 11.575 dus in 6 op de 10 gevallen, geen uitdrukkelijk verzoek van de patiënt bestond. In het rapport wordt het begrip euthanasie echter beperkt tot 'levensbeëindigend handelen op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt'.

Natuurlijk is in gevallen van afzien van chemotherapie of antibiotica op verzoek van de patiënt geen sprake van dubieuze praktijk. Integendeel. Maar het rapport zelf maakt onderscheid tussen niet-behandelen met de uitdrukkelijke bedoeling, met de bijbedoeling en zonder de bedoeling het leven van de patiënt te verkorten. Wanneer deze (bij) bedoeling aanwezig is, is er geen sprake meer van geneeskundig handelen maar van bewust doden.

Verreweg de meeste artsen in Nederland menen goed te doen met het toepassen van euthanasie, wij zouden het echter toejuichen als de in het buitenland verworven kennis en ervaring waardoor lijden kan worden voorkomen ook op grote schaal aan de Nederlandse patiënten wordt aangeboden.

    • K.J.P. Haasnoot
    • Namens het Nav-Bestuur