Drie centra voldoende voor hartpatiëntjes

ROTTERDAM, 30 NOV. Om kinderen met een aangeboren hartafwijking optimale zorg te geven moet het aantal behandelcentra teruggebracht worden van zeven naar drie. Dat schrijft de Gezondheidsraad in een vandaag uitgekomen advies aan staatssecretaris Simons (volksgezondheid).

Ieder jaar komen in Nederland ongeveer 1.600 kinderen met een aangeboren hartafwijking ter wereld. Kinderhartchirurgen opereren jaarlijks 950 kinderen en kindercardiologen voeren 1.000 catheterisaties uit, waarbij ze het hart van binnen bekijken of behandelen zonder de borstkas te openen.

In een kwalitatief goed centrum zouden vier cardiologen en twee hartchirurgen moeten werken. De Gezondheidsraad becijfert aan de hand van het aantal behandelingen dat een specialist moet uitvoeren om zijn vaardigheid op peil te houden, dat drie grotere in plaats van de huidige zeven centra volstaan.

De sterfte onder kinderen met een hartafwijking is sinds 1960 gedaald van 25 naar 6 procent in het eerste levensjaar. Kinderen die met een hartafwijking zijn geboren blijven soms hun hele leven invalide en levenslang hartpatiënt. Zij ondervinden vaker problemen met opleiding, relaties en werk dan gezonde pubers en volwassenen. De Gezondheidsraad pleit ervoor om voor hen speciale multidisciplinaire behandelteams op te richten.