Congres over oorlogsschade monumenten; 'Bosnisch cultuurbezit moedwillig vernietigd'

LONDEN, 30 NOV. Er vinden in Bosnië-Herzegovina niet alleen etnische, maar ook culturele zuiveringen plaats. Volgens Patrick Boylan, vice-president van de International Council of Museums, is een van de doelen in de oorlog het moedwillig vernietigen van cultureel erfgoed. “Zo wordt er gepoogd om de herinnering aan het bestaan van de vijand, van andere culturele of etnische groepen, uit te wissen.”

Boylan was een van de sprekers op een conferentie over de oorlogsschade aan de Bosnische cultuur die afgelopen week in Londen werd gehouden. Ook volgens Colin Kaiser, waarnemer van de Raad van Europa in Bosnië, onder meer in Mostar, schieten de strijdende partijen steeds vaker op de culturele monumenten van hun tegenstanders. Patrick Boylan schreef in opdracht van Unesco en het Nederlandse ministerie van WVC een rapport over de internationale wetgeving met betrekking tot cultureel erfgoed tijdens gewapende conflicten. Hij hoopt dat ook culturele oorlogsmisdaden voor het nieuwe Oorlogsmisdadentribunaal in Den Haag zullen worden gebracht.

Door de oorlog is al ongeveer 95 procent van het culturele erfgoed van Bosnië-Herzegovina zwaar beschadigd of vernietigd. Honderden moskeeën bestaan niet meer; sommigen zijn veranderd in parkeerplaatsen en waar eens een brug een rivier overspande is nu niets dan leegte.

Als de oorlog in Bosnië nog lang duurt, zal er niets meer te zien zijn van de honderden jaren oude Ottomaanse cultuur in dit gebied. Ook orthodoxe en katholieke monumenten bestaan niet meer. Een paar voorbeelden: de Aladija moskee uit de zestiende eeuw in Foca, bekend om zijn houtsnijwerk, werd met dynamiet tot ontploffing gebracht; het pre-Ottomaanse katholieke klooster van Kraljeva Sutjeska in Centraal Bosnië werd in brand gestoken; de oude boogbrug over de Neretva in Mostar werd weggeschoten. Ook recentere bouwkundige monumenten hebben van de oorlog te lijden, zoals de art-deco gebouwen in Sarajevo uit het begin van deze eeuw.

De conferentie vond plaats in het Courtauld Institute of Arts en werd georganiseerd door de Bosnia-Herzegovina Heritage Rescue Foundation (BHHR), een Britse organisatie die een jaar geleden werd opgericht om het in gevaar zijnde Bosnische culturele erfgoed te documenteren en plannen te maken voor de wederopbouw. Volgens verscheidene sprekers moet er nu al zoveel mogelijk gedaan worden. “Voor de oorlog waren er in Sarajevo 250 architecten,” zei de Britse architect Roger Shrimplin, die de stad in juli bezocht. “Nu zijn het er nog maar vijftig. De meesten zijn gevlucht. Als we Sarajevo in een spookstad laten veranderen, zullen ze nooit meer terugkomen.”

Veel beschadigde gebouwen die nu nog overeind staan zullen de winter niet overleven als er niet snel actie wordt ondernomen. John Sell, voorzitter van de Society for the Protection of Ancient Buildings, presenteerde op de conferentie een in het Servo-Kroatisch vertaalde brochure waarin aan leken wordt uitgelegd wat de juiste methode is om een muur te stutten en hoe je waterschade in een gebouw zonder dak het best kunt voorkomen. “Als er in een beschadigd gebouw nog gordijnen aanwezig zijn, is het goed om die te sluiten, dat helpt in ieder geval een beetje tegen regen en wind.”

Geld, middelen en kennis voor deze eerste hulp aan monumenten ontbreken vaak. Sterk plastic om regen en wind buiten te houden is in Mostar bijvoorbeeld nodig ter bescherming van de zestiende-eeuwse gebombardeerde moskeeën. Het Zemalski-museum in Sarajevo, dat in de frontlinie ligt, vroeg de BHHR in een brief onder andere om chemicaliën om de verrotting van de aan weer en wind blootgestelde, belangrijke natuurhistorische collectie tegen te gaan.

Maar het is moeilijk om hulp te bieden. De Verenigde Naties mogen zich alleen met humanitaire hulp in de klassieke betekenis bezighouden. Daarom kan de Unesco, de culturele tak van de VN, niet in Bosnië opereren en worden andere organisaties die zich met cultuur bezighouden uit Bosnië geweerd. De BHHR probeert culturele hulp nu als humanitaire hulp erkend te krijgen.

De BHHR wil teams van drie of vier specialisten naar Bosnië sturen om daar aan specifieke projecten te werken. De teams moeten samenwerken met lokale organisaties, zoals het Instituut ter bescherming van cultureel-historisch en natuurlijk erfgoed van Bosnië-Herzegovina in Sarajevo. De BHHR werkt ook samen met de Bosnische regering, die op de conferentie vertegenwoordigd was. Waarschijnlijk zal er op het komende Winterfestival in Sarajevo eveneens aandacht worden gevraagd voor bedreigde bouwkundige monumenten door middel van tentoonstellingen, symposia en boeken.

Een van de projecten van het BHHR is het 'winterklaar' maken van het Zemalski-museum, dat voor een deel geen dak meer heeft. Daarvoor is 42.000 dollar nodig. Een ander project behelst het vaststellen van de verliezen van de bibliotheek van het Oriëntaals Instituut, die bijna volledig verloren is gegaan. Om fondsen te kunnen verwerven laat de BHHR zich nu registreren als liefdadigheidsorganistatie. De burgemeester van Amsterdam heeft de BHHR steun aangeboden. Patrick Boylan hoopt dat een donatie aan een organisatie ter bescherming van cultureel erfgoed ooit dezelfde vanzelfsprekendheid zal krijgen als een gift aan het Wereld Natuur Fonds of Artsen zonder Grenzen.