Collages, kijkdoosjes en reliëfs veranderen woning in kunstwerk

Lagenoord 9, Utrecht, t/m 12 dec. Di-za 11-17 u zo 13-17 u

UTRECHT, 30 NOV. Eigenlijk is de Utrechtse kunstenaar Bertus Jonkers nog steeds huisschilder. Zo begon hij in de crisisjaren, omdat hij dacht dat een carrière als kunstschilder te hoog gegrepen was. Dit jaar nam de 73-jarige Jonkers zijn intrek in een bejaardenhuis, zodat het mogelijk werd in zijn atelierwoning een overzichtstentoonstelling in te richten. Het grootste werkstuk is de woning zelf.

Muren, plafonds, trap en keukenschouw zijn versierd met schilderingen, collages, reliëfs en kijkdoosjes. Twintig jaar lang bewerkte Jonkers het interieur in afwisseling met zijn andere bezigheden als kunstenaar. “Als je niet kon schilderen, ging je je kamer maar eens opknappen”, verklaart hij.

Tot en met zondag hebben de Stichting Utrechtse beeldende kunst (suB-K) en het Centraal Museum de woning aan de Lagenoord 9 voor het publiek opengesteld. Het streven is om het kunstwerk ook daarna in stand te houden. Waarschijnlijk zal bij een nieuwe bewoner bedongen worden dat deze het interieur intact laat en af en toe publiek toelaat.

Het werk is met precisie, maar ook met enige willekeur uitgevoerd. Het voorportaal is grondig onder handen genomen en veranderd in een kleine tempel, maar het plafond in de achterkamer is ongerept, uitgezonderd een klein venstertje. Jonkers: “Daar zat een gat in het plafond en de gemeente was te beroerd om het te repareren. Nu zitten er twee muizen die wat zitten op te vreten.”

Voor Jonkers, die uit een arbeidersgezin kwam, zat er na de lagere school niets anders op dan huisschilder te worden. In een boekwerkje ter gelegenheid van de tentoonstelling verhaalt hij hoe hij regelmatig in het Centraal Museum ging kijken naar een schilderij van een tulp. Toen een collega van zijn werk hem een ansicht met een tulp gaf, ging hij die naschilderen.

Pas ver na de oorlog werd Jonkers op advies van anderen kunstenaar. In 1960 had hij een eerste tentoonstelling in het Utrechtse Arti, maar daarna was zijn werk nog maar zelden te zien. Rond 1970 had hij twee opdrachten voor een muurreliëf bij een Utrechts bejaardenhuis en de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder.

Pas na 1990 kreeg Jonkers meer aandacht. Inmiddels maakt hij vooral driedimensionale kunst, vitrines met exotische bouwwerken en kleine koffertjes. “Ruimte is bewegen en bewegen is ontdekken”, verklaart de kunstenaar. “Ik was vastgelopen in die kunsttoestanden en ben yoga gaan doen. Mijn leraar zei tegen me: jij gaat nog bouwen ook. Ik begreep toen niet wat hij bedoelde. Ik ben begonnen met koffertjes te maken. Die zijn symbolisch voor het op reis gaan. Het gaat om het loslaten van bagage, het loslaten van overtollige toestanden. Beroemd worden noemen ze dat tegenwoordig.”

Jonkers toont een oude opgesierde koffer met 'formulierenkunst', verstijfde brieven van instanties als de Sociale Dienst en de Commissie Stimulering Beeldende Kunst.

De ex-huisschilder werkt bij zijn etsen nog steeds met deurenverf. In plaats van koper of zinkplaten gebruikt hij karton. Veel materiaal komt van de straat. “En reclameblaadjes. Die kreeg ik zat.”

De bouwwoede van Jonkers resulteerde in 'De Stad van Overgave', een fantasiestad van vier bij vier meter met tientallen flatgebouwen en torens. De stad is een eerbetoon van Jonkers aan de jeugdafdeling van de Verenigde Naties (UNOY). Ook de opbrengst van de tentoonstelling komt ten goede aan de UNOY. 'De Stad van Overgave' is in 1992 door het Centraal Museum aangekocht en sindsdien daar te bezichtigen. Af en toe komt er nog een gebouwtje bij.

    • Bert Determeijer