Brenger van een stukje ontspanning

Dat niemand zo snugger is om je goedkope maskerades te doorzien - wat een bijzondere sensatie moet dat voor een ambitieuze oplichter elke keer weer zijn. Je neemt een receptioniste aan, je hangt een doktersjas in de splinternieuwe praktijkruimte, je laat achteloos een stethoscoop uit een tas bungelen, en vanaf dat moment durft men je niet meer tegen te spreken.

Harm Wessels heeft een half jaar lang zo'n Walter Mitty-achtige droom in vervulling laten gaan. Vandaag staat hij voor de rechter op beschuldiging van oplichting, maar zijn pleziertjes van de afgelopen maanden kunnen ze hem niet meer afnemen. Hij zit er dan ook tamelijk ontspannen bij, deze 42-jarige man met zijn nette kleren en zijn goed getrimde snorretje. De houding van iemand die wéét dat hij vroeg of laat tegen de lamp zal lopen, maar dit tot de risico's van een afwisselend leven rekent.

Hij was altijd verkoper in de diepvriesproduktie geweest, homeopathie was zijn grote hobby. Toen hij een vriendin in Amersfoort kreeg, besloot hij zich daar als 'arts' te vestigen. Elsschot revisited. Hij zette een stichting op met de luisterrijke naam 'Primavera', huurde een ruimte en ging een samenwerkingsverband aan met een in hetzelfde pand gevestigde advocaat. Ze zouden elkaar cliënten toespelen: de advocaat stuurde zieke klanten door naar Wessels, en Wessels stuurde patiënten die tevens juridisch ongesteld waren, naar de advocaat.

Als Wessels een betere acteur was geweest, had hij misschien nog steeds de artsenstand van Amersfoort verrijkt. Maar hij gaf zich te veel over aan zijn driften, wat een mens, zoals bekend, fataal kan worden. Twee damespa-tiënten begonnen angstige vermoedens te krijgen na enkele vrijmoedige massages, en de compagnon-advocaat liet een onderzoek instellen. Met de resultaten daarvan wordt Wessels nu opnieuw geconfronteerd.

“U heeft tegen iedereen, ook uw twee medewerkers en zelfs uw vriendin, gezegd dat u arts was”, constateert de voorzittende rechter van de meervoudige strafkamer van de Utrechtse rechtbank, mevrouw mr. R. Meertens.

“Ik heb alleen maar gezegd dat ik een opleiding in de natuurgeneeskunde bij de L.O.I. heb gevolgd.”

“En heeft u daarvan een diploma?”

“Nee, want ik heb die opleiding niet helemaal afgemaakt. Daarnaast heb ik bij de L.O.I. ook nog een cursus medische terminologie gevolgd, maar die heb ik ook niet voltooid.”

Vanuit de diepvrieswereld naar de artsenij met als vooropleiding alleen de MULO - het was geen geringe stap, maar de pseudodokter werd er niet nerveus onder. Integendeel, hij tastte met volle overgave toe.

“De dames moesten zich uitkleden voor de massage”, zegt de rechter.

“Ik bracht een stukje ontspanning.”

“Ze moesten helemaal bloot, zeggen de dames.”

“Voor een massage van de schouders hoefden ze zich heus niet helemaal uit te kleden.”

“U nam volgens hen ook uitstrijkjes.”

“Absoluut niet. Daar had ik geen middelen voor.”

Wessels had een magnetiseur en een receptioniste-masseuse in dienst. Ook zij geloofden aanvankelijk onvoorwaardelijk in hem. Maar naderhand moest de magnetiseur toegeven dat hij het wel wat vreemd had gevonden als Wessels weer eens verheugd uitriep: 'Straks massage!' - en vervolgens handenwrijvend wegliep. Ook viel op dat hij uitsluitend jonge vrouwen wilde masseren.

Bij één dame zou hij nog een stapje verder zijn gegaan. Hij onderzocht haar thuis, masseerde haar borsten en buik, temperatuurde haar vaginaal, nam een uitstrijkje, en had - om de rechter te citeren - 'onverhoeds gemeenschap' met haar. Mevrouw had zich overrompeld gevoeld en was er dagenlang van streek van geweest.

“Absoluut niet”, mompelt Wessels.

Inmiddels heeft Wessels zijn praktijken definitief beëindigd. Zegt hij.

“Definitief?” vraagt de rechter sceptisch.

“Definitief. Ik heb mijn buik vol van de natuurgeneeskunde, dat zult u begrijpen.”

“Hoeveel verdiende u daar nou mee.”

“Ik heb er geen rooie cent aan overgehouden.”

“Waar leefde u dan van?”

“Ik ben al die tijd part-time in de diepvries gebleven.”

De officier van justitie, mevrouw mr. M. Timmers, gelooft niet dat Wessels zo weinig heeft verdiend. Zijn patiënten moesten eerst lid worden van zijn stichting 'Primavera' à raison van honderd gulden. Daar kregen ze medicijnen voor plus een eerste consult - de overige behandelingen moesten ze apart betalen. De officier schat dat hij ongeveer tachtig patiënten heeft gehad. Zij confronteert hem met vijf gevallen waarin hij zich duidelijk als arts heeft gepresenteerd. “Oplichting, meermalen gepleegd”, concludeert ze. “Een ernstige zaak. Hij heeft schade toegebracht aan het medische beroep. Hij heeft bovendien extra inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de betrokken vrouwen.”

Dan stelt de officier een interessante vraag: “Pleegde hij oplichting om er financieel wijzer van te worden, of om zijn lust te bevredigen? Ik denk dat het én-én is.” Ze eist een gevangenisstraf van zeven maanden waarvan drie voorwaardelijk plus vijf mille boete en toewijzing van de vorderingen van (drie) slachtoffers.

De advocaat, mr. Bredius, vraagt vrijspraak. Volgens hem is er geen sprake van oplichting. “Hij heeft zich niet uitgegeven voor arts. Hij had een bedrijfje voor alternatieve geneeskunde, en daar bestaat nog geen regelgeving voor. Er is niks illegaals aan het verstrekken van deelnemerskaartem en homeopathische middelen en aan het geven van massages.”

De rechter vraagt Wessels waar hij tegenwoordig van leeft.

“Ik ben handelsagent”, zegt hij monter. “Veertig uur per week. Maar als u het geen bezwaar vindt, noem ik de naam van het bedrijf liever niet.”

“Wat is uw inkomen?”

“Tussen 4000 en 6000 gulden per maand.”

“Dat is zeer hoog.”

“Ik ben er ook heel erg tevreden mee.”

(Het vonnis, twee weken later: een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk, en toewijzing van de vorderingen.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams