Bijlo's woede klinkt oprecht

Voorstelling: De zeespiegel, door Vincent Bijlo. Gezien: 29/11 in de Stadsschouwburg, Utrecht.

“Het is groen! Je kan!” roept een stem in het donker. Het toneelbeeld licht rood op. Wij zien dat. Vincent Bijlo niet, want hij is blind. En meer dan in zijn vorige cabaretsolo gaat het daar in De zeespiegel - zijn derde - weer over. Hij maakt duidelijk hoe vaak hij op anderen moet vertrouwen (en hoe de ervaringen zijn achterdocht hebben aangescherpt), hij valt vinnig uit naar de gehandicaptenbelbus en andere betuttelende voorzieningen, doet na hoe de monotone spraaksynthesizer hem tegenwoordig de krant voorleest en een woord als cacao-cao verhaspelt, demonstreert de geluiden die uit de televisie komen, en vertelt in een bijna achteloos terzijde dat hij als kind niet kwaad was als hij iets verkeerds deed - nee, hij schaamde zich voor zijn moeder.

Zijn in een bijtend ritme gedebiteerde grappen zijn ditmaal ingebed in een knap gecomponeerd verhaal over een strandontmoeting tussen een jongetje uit een anti-Duits gezin en een Duitse badgast, en gelardeerd met diverse bluesy liedjes waarvan er een op muziek van Tom Waits is gezet. De dosering is voorbeeldig: na elke kanonnade van cynische kwinkslagen volgen als rustpunt een nieuw deel van het vervolgverhaal en een liedje. Bijlo beweegt zich nu, bedrevener dan ooit, in een decor van gefiguurzaagde toneelgolven en ook zijn hoge grapdichtheid straalt zelfvertrouwen uit.

Maar belangrijker vind ik nog dat hij kennelijk zijn kwaadheid heeft behouden. Zijn optreden ontleent veel van zijn kracht aan Bijlo's authentiek klinkende woede over de onzin en de onrechtvaardigheid waaraan hij aanstoot neemt. Zelden maakt hij onbezorgd een grapje; bijna voortdurend klinkt er grimmigheid in door. En als hij tenslotte uit zijn strandverhaal concludeert dat haast àlle mensen fout zijn, behalve misschien een enkeling, wijkt zelfs die brede, duivelse grijns van zijn benige gezicht.