Arme neerlandici

Hollands Maandblad 1993-11. Veen, 42 blz.ƒ9,25

“De moderne Nederlandse filosofie is vulgarisatie van buitenlandse denkbeelden, zij komt neer op journalistiek.” Die ook nog eens veertig jaar achterloopt, beweert J.P.Guépin in Hollands Maandblad. In zijn pleidooi voor het opnemen van het Latijn in de studie Nederlandse taal- en letterkunde trapt Guépin ook even tegen de schenen van moderne anglisten, hispanisten, sinologen en wie hem verder voor de voeten komt. “Arme neerlandici, ze zijn voor geen onderdeel van hun amorfe vak opgeleid, en ze tuimelen dan ook van fout op fout zonder het te merken, als het Latijn is, als het theologie is, en in plaats daarvan lenen ze tweedehands buitenlandse waar; nu eens The Romantic Imagination, dan weer The Mirror and the Lamp; boeken die ze niet echt kunnen beoordelen, want ook van Engelse ideeën hebben ze geen verstand. Want ze sluiten ogen en oren voor hun eigen erfgoed. En dat moet je in de eerste plaats zoeken bij een elite die in het Latijn schreef, sinds Agricola en Erasmus tot na 1800.”

Plantenfysioloog H.F.Bienfait onderzoekt de huidige betekenis van 'links' en 'rechts'; Jean Schalekamp babbelt gezellig het eerste deel van een 'Dorpskroniek' vanaf Mallorca, Basha Faber debuteert met een beklemmend, knap verhaal over een joods meisje dat door een onbegrepen gelukkig toeval de oorlog overleeft. Karel Labey formuleerde nogal moeizaam aforismen over kunst en schoonheid: “De kunst is een cadeau: plezier, stevig bijeengehouden door de touwen van het leed.”

    • Margot Engelen