Wiel Arets ontwerpt uitbreiding voor Maastrichtse Academie Beeldende Kunsten; Radicale orde, ijzeren consequentie en eenvoud

Gebouw: Academie Beeldende Kunsten, Maastricht. Architect: Wiel Arets. Opdrachtgever: Rijkshogeschool Maastricht. Kosten: ƒ 10,5 miljoen (incl. verbetering van de al bestaande academie) Ontwerp 1990. Voltooiing bouwwerk: 1993

De architect Wiel Arets (1955) komt uit Heerlen, maar zijn Academie Beeldende Kunsten in Maastricht is een weerlegging van het cliché dat Limburgers minder gebukt gaan onder de strengheid van het calvinisme. Er is niets joyeus, bourgondisch of baroks te ontdekken aan de uitbreiding van de Academie, Arets' eerste grote bouwwerk na een aantal kleine opdrachten. Integendeel, de uitbreiding, die afgelopen zomer in gebruik werd genomen, is streng, extreem streng zelfs en lijkt zich op het eerste gezicht niets aan te trekken van de oude omgeving in de buurt van het Vrijthof. Een sterker contrast dan tussen de spitsbogen van de naburige laatgotische Kruisherenkerk en de talloze vierkantjes van de Academiegevel is niet denkbaar. Het is niet moeilijk om te raden wat de bijnaam van de Academie zal worden: de parkeergarage.

De opzet van Arets' ontwerp is uiterst eenvoudig. De Academie-uitbreiding bestaat uit vier bijna identieke blokken, waarvan er één tegen het al bestaande zwarte Academiegebouw uit het begin van de jaren zeventig van architect Dingemans is geplaatst. De andere drie staan, iets gedraaid ten opzichte van hun eenzame familielid, los van de oude Academie en vormen met hun gedrongen L-vorm een hoek van het nieuwe Herdenkingsplein. Nog niet zo lang geleden werd dit plein gebruikt door onder meer stadsboerderijen, maar nu belooft het, mede dankzij de nog in aanbouw zijnde woningbouw van architectenbureau Mecanoo, een mooie plek in Maastricht te worden. Arets' uitbreiding past hier goed bij en trekt zich op het tweede gezicht dan ook wel degelijk iets aan van de toekomstige omgeving. De twee delen vormen een toegangspoort tot het Herdenkingsplein, een functie die nog eens wordt beklemtoond door de verbindende loopbrug die hoog boven de grond tussen de kruinen van twee oude kastanjes loopt.

Er schuilt een zekere ironie in de nadrukkelijke aanwezigheid van de kastanjes, want de boom belichaamt volgens Arets het 'traditionele denkmodel' dat niet meer past bij onze tijd. Wiel Arets is een theoretiserende architect die voor de rechtvaardiging van zijn werk graag filosofen aanhaalt. Vooral Gilles Deleuze, de geestelijk vader van het begrip rhizoom, duikt nogal eens op in zijn geschriften. “Het begrip rhizoom is door de filosoof Gilles Deleuze en door de psycho-analyticus Félix Guattari gezamenlijk ontwikkeld om een denken in te voeren dat recht doet aan het chaotische karakter van het moderne bestaan. (-) Een rhizoom is een zowel ondergronds als bovengronds vegeterende wortelstok zonder begin, zonder einde, en zonder centrum”, schrijft Arets in zijn boek An Alabaster Skin. “Anders dan het traditionele denkmodel van de boom met zijn wortels in de aarde en zijn kruin in de hemel, anders dan het priesterlijke principe van de oorsprong en het verticale principe van het gezag, representeert rhizoom de onherleidbaarheid van de veelheid van onze ervaringen, de als positief gewaardeerde onzekerheid van de verrassingen in ons bestaan en de horizontaliteit van de uitwisseling, die voor de democratie van doorslaggevend belang is.”

Maar net zomin als in elke Limburger een joyeuze, barokke katholiek schuilt, is in de Maastrichtse Academie sprake van een Deleuziaanse chaos en voortwoekering. Merkwaardig genoeg is juist een radicale orde het belangrijkste kenmerk van Arets' gebouw. Het gebouw is onverbiddelijk onderworpen aan het betonskelet met een module van 5.40 x 5.40 meter. Ook in het materiaalgebruik is het gebouw van een ijzeren consequentie en eenvoud. Bijna alle buitenwanden bestaan uit glazen bouwstenen, die slechts worden doorbroken door kleine vensters. Alleen de metaalwerkplaats, die in de kelder is gelegen en uitkomt op een verzonken buitenruimte, is voorzien van een gewone doorzichtige glazen wand.

Binnen heerst het betonskelet met even harde hand. Tussen de kolommen zijn nauwelijks tussenwanden aangebracht en ook in materiaal stemt het interieur overeen met het exterieur. Met uitzondering van de plafonds, die met houten platen zijn bedekt, zijn de binnenwanden van hetzelfde kale beton en dezelfde glasblokken als de buitenwanden.

Passend bij deze Spartaansheid is het dwingende karakter van de route door het gebouw, die voor heel wat lichaamsbeweging van de studenten garant staat. De uitbreiding heeft geen eigen ingang gekregen en de studenten die bijvoorbeeld in de metaalwerkplaats moeten zijn, moeten achtereenvolgens de nauwe hellingbaan langs de bibliotheek bestijgen, door de kantine en via een trap naar de loopbrug wandelen om ten slotte aan de overkant in het werkplaatsengedeelte drie trappen af te dalen naar hun atelier. Maar deze lange route is niet alleen bedoeld als studentenkwelling. Academiedirecteur Paul van Dijk wilde een gebouw waarin de traditionele grenzen tussen de verschillende disciplines (mode, schilderen, beeldhouwkunst en metaalbewerking) zouden worden doorbroken en de studenten meer met elkaar zouden samenwerken dan in de tijd dat ze waren ondergebracht in verschillende gebouwen in Maastricht. Hij heeft gekregen wat hij wilde. De studenten komen elkaar niet alleen onvermijdelijk tegen tijdens hun lange tocht door het gebouw, maar bovendien zijn de wanden tussen het trappenhuis en de verschillende werkplaaten van glas en blijven ze dus altijd zichtbaar.

Net zoals de lange looproute heeft de radicale orde een keerzijde. Wiel Arets gebruikt dezelfde abstracte vormen als de vroegere en hedendaagse modernisten, maar terwijl de laatsten met hun geometrie streefden naar openheid, helderheid en 'eerlijkheid', resulteert Arets' orde juist in geheimzinnigheid. Nooit is van buiten door de glasblokken zichtbaar wat er binnen gebeurt. Zowel overdag als 's avonds zien voorbijgangers slechts vage schimmen in het gebouw rondscharrelen van wie onduidelijk blijft wat ze precies doen. De glazen kijkspleten in de glasblokwanden zijn te klein om er iets over te onthullen. Zo heeft Arets in de Academie zijn opvatting verwezenlijkt van architectuur als een 'albasten huid, iets dat tegelijk opaak en doorzichtig is'.

    • Bernard Hulsman