Vrede door uitputting

Abba Eban heeft gelijk: “De inhoud van het Israelisch-Palestijns akkoord is goed beschouwd weinig vèrstrekkend. De Palestijnen hadden meer kunnen bereiken wanneer zij in 1979 het Camp David akkoord hadden geaccepteerd, dat werd gesteund door zowel de Likud en de Arbeiderspartij.” De vroegere minister van buitenlandse zaken van de Arbeiderspartij weet dat de ruil van land voor vrede, die zo succesvol is gebleken met Egypte, in het geval van de Palestijnen laat komt.

De vraag is of dit akkoord niet te laat is gekomen. Is met name de PLO niet te zeer verzwakt om op een effectieve manier het akkoord onder Palestijnen in de Gaza en op de Jordaan oever te verdedigen? De besprekingen staan onder toenemende druk, omdat precies datgene is gebeurd waar iedereen voor heeft gewaarschuwd: de islamitische Hamas-beweging en de joodse kolonisten staan elkaar met geweld naar het leven in een uiterste poging het vredesproces te blokkeren.

De vergelijking met Zuid-Afrika dringt zich op. Is het ANC niet zo lang erkenning onthouden, dat het nu voorbijgestreefd dreigt te worden door de radicalisering van de eigen achterban? In een gesprek zegt Arafat over Rabin: “Hij is geen De Gaulle, laat hem dan een de Klerk zijn”. Helaas: Arafat is geen Mandela. Verre van dat. Hij staat aan het hoofd van een organisatie, die geteisterd wordt door interne verdeeldheid, wankelt door financieel wanbeheer en die zich in een verregaand isolement bevindt door de keuze voor Saddam Hussein tijdens de Golfoorlog. In zekere zin plukt Israel nu de wrange vruchten van jarenlange pogingen om de PLO als vertegenwoordiger van de Palestijnen te discrediteren.

Kan deze verzwakte PLO wel vrede garanderen? Dat is een vraag die terecht tot zorgelijke conclusies leidt. Maar niet alleen de PLO verkeert in grote moeilijkheden, ook Israel. Het is duidelijk dat het land door al die jaren te blijven volharden in de verdediging van een 'Groot-Israel' - dat onbedoelde bijprodukt van de Zesdaagse oorlog - zichzelf heeft uitgeput en geïsoleerd. En dat stemt merkwaardig genoeg tot enig optimisme: net als voor de PLO is er voor Israel geen weg meer terug.

Terwijl de PLO waarschijnlijk wel de moraal, maar niet meer de militaire middelen heeft om op de oude voet van oorlog door te gaan, ontbreekt het Israel misschien niet aan militaire mogelijkheden, maar wel aan de moraal om de bezette gebieden in de greep te houden. Zo komt het akkoord in de eerste plaats voort uit de vermoeidheid van de strijdende partijen. Dat geldt dus niet alleen voor de PLO, maar ook voor Israel. Het land was na 26 jaar van onderdrukking en schending van mensenrechten uit naam van de staatsveiligheid bezig zichzelf te verliezen in de bezette gebieden. De dagelijkse vernedering van twee miljoen Palestijnen ondermijnde meer en meer de moraal van al degenen in Israel die zelf direct of indirect slachtoffer van vervolging waren. Peres gaf op de Franse televisie onbewust toe zijn eigen land als gemankeerde koloniale mogendheid te zien, door het vredesakkoord te vergelijken met de beëindiging van de Franse rol in Algerije door De Gaulle.

Het akkoord tussen de moegestreden vijanden is ondenkbaar zonder het einde van de Koude Oorlog. Die omslag betekende niet alleen minder steun voor de PLO, maar ook voor Israel. Zonder de aanwezigheid van de Sovjet-Unie in het Midden-Oosten is de manoeuvreerruimte voor de Verenigde Staten aanzienlijk groter geworden. En iedereen weet dat Israel zonder Amerikaanse steun nooit had overleefd en in de nabije toekomst niet kan overleven. Tijdig hebben Israel en de PLO de conclusie uit hun toenemende isolement getrokken en de vlucht naar voren gewaagd.

Misschien dat de ban nu is gebroken en een vreedzaam compromis tussen Israel en de Palestijen mogelijk is. De Israelische schrijver Amos Oz denkt van wel: “Door haat gedreven fanatici hebben steeds geprobeerd het conflict het karakter te geven van een godsdienstoorlog, een rassenoorlog, een oorlog van alle joden tegen alle Arabieren en andersom, zoals de oorlogen in Bosnië en Noord-Ierland. Maar in werkelijkheid is het conflict tussen ons en de Palestijnen geen heilige oorlog, maar een strijd tussen twee volken die hetzelfde land als hun enige echte vaderland zien: een tragische botsing tussen recht en recht.”

Eerder zou men moeten zeggen: oud onrecht staat tegenover nieuw onrecht. Elk nationalisme draagt een levensgroot risico in zich van onderdrukking van andere bevolkingsgroepen die op hetzelfde grondgebied leven. Een vroege criticus van het politieke zionisme, Simon Dubnow, zag dat gevaar goed in. In Letters on Old and New Judaism (1907) schrijft hij: “Als jood spreek ik het woord 'nationaal' met trots en overtuiging uit, omdat mijn volk door de speciale omstandigheden van de diaspora nooit ergens overheersing kan nastreven. Mijn nationalisme kan alleen zuiver individualistisch zijn en is daarom volstrekt ethisch.” Dubnow probeerde een vorm van culturele autonomie te omschrijven, zonder die te vereenzelvigen met politieke en territoriale eenheid.

Het noodlot van de Tweede Wereldoorlog heeft dat individualisme vermorzeld en vormde de aanzet tot het collectieve nationalisme, waaruit Israel is geboren. De ontbrekende bescherming als minderheid in een wereld van natie-staten, deed natuurlijkerwijze het verlangen ontstaan om deel uit te gaan maken van de wereld der staten. En na Auschwitz was dat een heel bescheiden vorm van zelfbescherming.

Maar de angsten van Dubnow zijn bewaarheid. Het probleem van het politieke zionisme is namelijk het probleem van elk nationalisme: De vermenging van een culturele en morele erfenis met staatsraison. De staat Israel is geen uitzondering gebleken. Integendeel, onder meer door de bezetting van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever dreigde het land langzaamaan zijn ziel kwijt te raken. Onderdrukking kan nooit gerechtvaardigd worden met een beroep op eerder ervaren leed. Toch is dat gebeurd: het handelen van de staat Israel is bij voortduring verdedigd met een beroep op de vernietiging van het Europese jodendom, tot het punt dat de staatsveiligheid van Israel zelf de integriteit van die herinnering is gaan bedreigen. Het oude onrecht heeft zoveel nieuw onrecht voortgebracht, dat het land steeds kwetsbaarder werd.

Een mooie passage in het boek van Amos Oz In the land of Israel (1983) is zijn ontmoeting met aanhangers van de Gush-Emuninbeweging, die als eersten op de Westoever nederzettingen hebben opgericht. Daar verdedigde de schrijver wat zijns inziens de kern van het zionisme is: de terugkeer in de familie van de naties. Niet dat die familie erg aantrekkelijk is - geweld en intimidatie zijn vaak de gedragscodes - maar er was geen andere weg. Die terugkeer heeft twee kanten. De bescherming die Israel biedt kan namelijk alleen maar genoten worden als het land niet in een langdurig isolement terecht komt, zo betoogde Oz.

Zijn opluchting over het akkoord is dan ook groot. Oz ziet het einde naderen van “onze honderd jaar eenzaamheid in het Land van Israel”, die van het land een steeds onveiliger oord maakte. Ook voor Israel blijft er weinig anders over dan de weg naar vrede verder te bewandelen, hoezeer het geweld der extremisten nog zijn tol zal eisen. Zo sluiten de uitgeputte vijanden elkaar uiterst behoedzaam in de armen en geven er blijk van niet zozeer elkaar alswel de eigen onmacht te erkennen.

    • Paul Scheffer