Stiefkindje dubbelspel is aan het groeien

ROTTERDAM, 29 NOV. Dubbelspel in het tennis. Het hele jaar door hangt het er maar zo'n beetje bij. Als opvulling van een programma, als interessant trainingsintermezzo tijdens toernooien. Overvleugeld door het enkelspel met zijn astronomische prijzengeld, zijn vedetten, zijn strijdlust.

Ingrediënten die zo interessant zijn dat ook de jongste wereldkampioenen in het dubbelspel, de Nederlanders Paul Haarhuis en Jacco Eltingh, onmiddellijk na hun triomf de voorliefde voor 'de single' betuigden. Gisteren veroverden ze de titel in Johannesburg via een overwinning in drie sets (7-6 7-6 en 6-4) op de Australiërs Woodforde en Woodbridge.

“Als ik volgend jaar uit de top honderd zou zakken”, zei Haarhuis, “dan nog zou het mijn prioriteit zijn op de ranglijst van het enkelspel te stijgen.” Alleen daaraan laat het eergevoel van de tennisser zich kennelijk toetsen. Alleen daardoor wordt zijn marktwaarde bepaald. Ook zijn partner denkt er zo over, al voegde hij er aan toe dat het nu wel zinvol is oog te houden voor de tweede keus, voor het verfijnde samenspel met een andere tennisser zoals hij dat afgelopen seizoen met Haarhuis heeft laten zien en dat zich de afgelopen week met bijna perfect spel tot de titel leidde.

Die houding moet een hard gelag zijn voor de specialisten van het dubbelspel. Ketterse taal in de oren van de pleitbezorgers van de dubbel-als-doel, die niet zonder trots vaststellen dat hun aantal groeiende is. Er zijn in het internationale tennis tegenwoordig al spelers die zich niet eens meer inschrijven voor het enkelspel bij toernooien, die niet eens een notering op de wereldranglijst hebben en desondanks een knap jaarsalaris bij elkaar slaan. Patrick Galbraith is daar een exponent van. Hij stond dit jaar geen enkele keer alleen op de baan voor een wedstrijd, maar kwam desondanks wel al tot een prijzengeld van ruim vier ton.

“Ik schaam me er absoluut niet voor om op deze manier mijn geld te verdienen”, verklaarde hij vorige week in Johannesburg. Niet dat iemand maar op de gedachte was gekomen dat zijn wijze van broodwinning ook maar iets onzindelijks zou hebben, maar het vertelt wel veel over de houding die er in de kring van tennisspelers is ten opzichte van de dubbelaars. Met de Canadees Grant Connell was hij als eerste geplaatst voor de Masters Double, het officieuze wereldkampioenschap in Zuid-Afrika, voor de Australiërs Mark Woodforde en Todd Woodbridge, ook al twee erkende specialisten.

Dan zijn er nog de Amerikaanse broers Luke en Murphy Jensen, opvallende promotors van het dubbelspel. Ze proberen al tijden het dubbelspel een extra dimensie te geven, door een luchtige mix na te streven van entertainment en topsport die 'rock & roll-tennis' is gedoopt. Met hun fluorescerende zonnebrillen, haarbanden, hoge sportschoenen en speciaal ontworpen basketbalshirts vormen ze opmerkelijke verschijningen op de baan. En de kwaliteit is niet ondergeschikt aan de show. “Dubbelen is een klein kindje in de tennissport”, reageerde Haarhuis na het behalen van zijn eerste wereldkampioenschap, “maar het kindje is wel aan het groeien.”

Toch ontbrak het bij het Masters Dubbel in Johannesburg aan een combinatie met een klinkende naam. Er bestaan gewoonweg geen duetten meer met klinkende namen zoals in het verleden Hewitt-McMillan, McNamara-McNamee en Fleming-McEnroe of zelfs Edberg-Jarryd. Van de zestien spelers die vorige week aan de officieuze titelstrijd begonnen staat minder dan de helft op de wereldranglijst lager dan de 250ste plaats. Het bewijst, wordt er wel gezegd, dat de dubbel meer en meer een bewuste keuze is.

De 27-jarige Paul Haarhuis (42 op de ATP-lijst) en de vier jaar jongere Jacco Eltingh (62ste) hebben - ondanks hun voorliefde voor het enkelspel - een heel jaar bewust toegeleefd naar de titelstrijd. Terwijl ze in grand-slamtoernooien nooit ver wisten te reiken, bleken ze nu vanaf de eerste dag serieuze kanshebbers. Haarhuis: “In de grand slams moet je een beetje geluk hebben. Je kunt er sterke spelers tegenkomen die gemotiveerd zijn zolang ze in het enkelspel nog wat te verdedigen hebben. Dat hadden wij in Parijs met Edberg en Korda. En bij de US Open verloren we van Ferreira en Stich, niet echt een gerenommeerd dubbel, maar wel twee sterke spelers. Een dag later werden ze allebei uitgeschakeld in het enkelspel waarna ze zich in het dubbelspel met 6-0 en 6-1 lieten wegtikken.”

Gelegenheidscombinaties kunnen bij dergelijke gelegenheden een vervelende stoorzender zijn. Haarhuis en Eltingh werden er lelijk door gedwarsboomd. Op de momenten dat er voor de ranglijst van de dubbels veel punten te verdienen waren, zagen ze hun pogingen stranden. Desondanks wisten ze via kleinere toernooien zo veel punten te verzamelen dat ze uiteindelijk als derde geplaatst waren voor de Masters. Het mocht dan de eerste keer zijn dat zij de finale bereikten (sinds de eerste aflevering in 1976 het eerste volledig Nederlands dubbel dat daarin slaagde), maar zei Haarhuis: “We hadden door die derde plaats wel degelijk iets te bewijzen.”

De basis voor de eindoverwinning werd al in het begin van het toernooi gelegd toen er nog in twee poules werd gespeeld. In die zogenoemde round robin werden de titelhouders Woodforde en Woodbridge voor de eerste keer verslagen. “Dat was”, aldus Haarhuis, “heel belangrijk voor ons zelfvertrouwen.” In de halve finale (“Voor het begin van het toernooi zouden we ervoor getekend hebben om die te bereiken”, bekende Haarhuis) werd zaterdag vervolgens het als eerste geplaatste koppel Connell/Galbraith verslagen: 4-6, 7-6, 7-5.

De kracht van de Nederlanders in de eindstrijd tegen de 'Woodies' school vooral in de slagvaardigheid op kritieke momenten. “Wij konden goed met hun service omgaan”, vond Eltingh. Afgesproken werd vooral Woodbridge, de zwakkere van de twee, onder druk te houden. Die raakte er zwaar door geïrriteerd en sloeg zelfs zijn racket stuk. “Ze waren beter”, zei Woodforde na afloop, “maar in geen van de twee partijen tegen ons hebben ze gedomineerd.” Het was een uitspraak die bijna op de vliegtuigtrap werd gedaan, want onmiddellijk na de verloren finale zetten de twee koers naar Duitsland om er met Australië voor de Davis-Cup te spelen.

Voor Eltingh en Haarhuis eindigde het tennisseizoen wel gisteren. Met een prijs van ruim zeshonderdduizend gulden, prijzengeld voor de vijf gewonnen partijen in Johannesburg en een bonus voor het bereiken van de tweede plaats op de wereldranglijst. Samen met hun partners en met coach Alex Reijnders wordt dat gevierd met een driedaagse safari in Zuid-Afrika. Daarna gaat Haarhuis uitrusten op het eiland Mauritius. “Mijn eerste echte vakantie na een druk tennisjaar”, zei hij.

    • Peter de Jonge