'Sea Cove had hier nooit mogen lopen'

HILVERSUM, 29 NOV. In de jaren tachtig kwamen op het Drafcentrum Hilversum paarden in actie als Ideal Du Gazeau en Mack Lobell, waar de kenners nog lyrisch over kunnen worden. Sinds zijn al anderhalf jaar durende zegetocht overal in Europa wordt Sea Cove, die voor Duitse kleuren loopt, in één adem met deze vedetten genoemd. Na gisteren is er nog een bijzondere reden om dat te doen. Precies zoals zijn legendarische voorgangers werd Sea Cove, als bijna onklopbare favoriet naar de Prijs der Giganten gekomen, uiteindelijk met de tweede plaats afgescheept. De Fin Jorma Kontio triomfeerde met Plant the Seed.

In de serie zag het er nog aardig uit voor Sea Cove, de Europese kampioen van 1992 en 1993. Zijn Belgische berijder Jos Verbeeck stuurde hem naar oude gewoonte meteen naar de kop. En aangezien de concurrentie uit puur ontzag voor de bovenaardse grootheid iedere aanval achterwege liet, kon Verbeeck het tempo ongestraft naar een belachelijk laag niveau laten zakken. Daarna volstond een sprintje van nauwelijks driehonderd meter om de zege veilig te stellen. Door de aanwezigheid van 's werelds snelste sprinter hoopte men in Hilversum op een verbetering van het baanrecord, dat op de kilometer herleid op 1.12,8 stond. In de praktijk kregen de toeschouwers met 1.16,7 de langzaamste rit sinds 1975 voorgeschoteld.

In de tweede serie veroverde Plant The Seed al heel snel de kop. De Finse merrie kwam evenmin in gevaar, maar moest er wel iets harder voor werken. De chronometers bleven op 1.15,5 staan. In deze reeks miste Nederland een goede kans op een goede klassering: Meadow Wingfield had in de laatste bocht een tegenstander gehinderd en werd van de vierde naar de achtste plaats verwezen. Een andere serieuze nationale gegadigde, Eibert Vrijenesse, was in de eerste serie al even ongelukkig geëlimineerd: wegens vergaloppade voordat de koers goed en wel was begonnen. Elionora Oldeson deed het verreweg het beste van de Nederlandse equipe, met een derde plaats in de serie en een vijfde in de finale.

Als snelste winnaar mocht Jorma Kontio als eerste de startplaats voor de finale kiezen. Hij nam met Plant the Seed nummer één, wat meestal niet zo gunstig wordt gevonden. Hij had bedacht dat Sea Cove toch wel de leiding zou nemen en dat zijn beste kans op een goed resultaat in een aardige positie aan de railing achter de brede rug van de favoriet zou liggen. Het zou allemaal nog veel beter voor hem uitpakken. Achter de auto was Plant The Seed zelfs sneller dan Sea Cove. Eenmaal op toeren trok Sea Cove geweldig door, waarbij hij zich noch door Plant The Seed, noch door zijn eigen rijder liet tegenhouden.

Het gevolg was dat de favoriet in een ommezien vier lengten voordeel nam. Kontio, een van de hoogst genoteerde pikeurs van Europa, liet zich niet van de wijs brengen. Hij dichtte geleidelijk het gat en opende bij het uitkomen van de laatste bocht een stormaanval, die kansloos leek tot op de laatste dertig meter ineens de lengte voorsprong verschrompelde. De finishfoto legde meedogenloos vast dat Sea Cove, met zijn verdienste van 3,5 miljoen gulden, was verslagen door een paard dat vóór de Giganten een relatief bescheiden winstsom van nog geen drie ton had. De tijd stond deze keer wel op Europees niveau: 1.13,2 op een ijskoude dag mocht worden gezien.

Eigenaar en trainer Harald Grendel van Sea Cove was bijzonder teleurgesteld. Na de huldiging van zijn paard als Europees kampioen - de Prijs der Giganten was het laatste onderdeel van dat circuit - zei hij dat Sea Cove door de slechte omstandigheden op zijn entrainement bij Hamburg de laatste weken aan scherpte had verloren. Jos Verbeeck was in zijn commentaar heel venijnig. “Ik had al gezegd dat de baan met zijn harde ondergrond en zijn scherpe bochten Sea Cove niet zou passen. Nu we zijn geklopt door een paard van de tweede garnituur heb je ook nog een goede kans dat hij veel te fel is geworden. En dat er straks in het winterseizoen van Vincennes, als hij het grote geld over de lange afstand moet verdienen, met hem geen land is te bezeilen. Hij had hier nooit mogen lopen.”

    • John Brandsen