Rampzalig nieuws

MISSCHIEN WEL WAT LAAT maar langzamerhand toch vrij algemeen proberen politici van alle Duitse partijen, kanselier Helmut Kohl voorop, hun landgenoten uit te leggen dat een lange reeks van mooie economische jaren voorshands voorbij is. Ja, dat de eenwording in 1990 niet alleen een zware conjuncturele crisis nog even had verhuld maar ook het zicht op diepe structurele dalen in Duitslands economie. De mouwen moeten worden opgestroopt, de werktijden flexibeler, het ziekteverzuim en het aantal feestdagen moeten omlaag, het land behoeft meer wetenschappelijk onderzoek, technologische vernieuwing, meer privatisering en deregulering. En bovenal: er zijn extra inspanningen en ongewone offers nodig om nog jaren de dubbele last van de opbouw van Oost-Duitsland en de sanering van de Westduitse economie te kunnen dragen.

Zulke voor veel Westduitsers ongekend dramatische oproepen mogen nodig zijn, zij bergen - ook omdat zij laat komen en nu zo ver gaand zijn - het risico in zich dat velen zich ontgoocheld afwenden van 'de politiek' en vluchten naar electorale absentie of naar radicale hadjememaars ter rechter- of linkerzijde. Anders gezegd: de economische crisis dreigt een psychologisch-politieke crisis als vaste partner te krijgen, die 'Politikverdrossenheit' als firmanaam draagt. Dat stemt zorgelijk, zeker in een groot land dat een vrij prille relatie met de democratie heeft, waar volgend jaar niet minder dan negentien verkiezingsdagen wachten en waarvan de bewoners van het grotere westelijke deel totnutoe ook economisch aan de zonnige kant van de geschiedenis konden leven.

JUIST OMDAT VAN Duitslands democratische politici en van miljoenen 'gewone' burgers nu zoveel moet worden gevraagd mag het 'regionale' nieuws van het afgelopen weekeinde uit het Oostduitse deelstaatje Saksen-Anhalt rampzalig heten. Daar, in een omgeving die door grote economische en maatschappelijke misère wordt gekenmerkt, blijken enkele uit West-Duitsland gekomen ministers zichzelf zo ruimschoots uit de algemene middelen te hebben laten belonen dat zij moesten aftreden. Of zij juridisch het recht hadden om allerlei feitelijk gefingeerde onkostenposten in hun salarisgrondslag op te nemen, is niet eens zo belangrijk. Belangrijker is die praktijk als symbool van gebrek aan instinct en als illustratie van een breder politiek cultuurverschijnsel.

Want de afgetreden CDU-premier in Saksen-Anhalt, Münch, krijgt met zijn drie collega's nu een plaats in een rij die - om slechts bij de laatste twee jaar te blijven - reikt van het particulier gebruik van dienstauto's door Rita Süssmuth (CDU), de Bondsdagpresidente, tot het ongerechtigd ontvangen van ruim een ton wachtgeld door de Saarlandse SPD-premier Oskar Lafontaine. In die rij duiken voorts SPD-politici op als Klaus Wedemeier (burgemeester van Bremen) en de Hessense premier Hans Eichel, die het verschil tussen publieke en particuliere middelen uit het oog verloren (om hun huizen te laten verfraaien). En ex-minister Günther Krause, die onder meer zijn verhuizing voor rijksrekening liet komen. Van die politici is alleen Krause afgetreden, de anderen zijn nog volop in bedrijf en praten - mevrouw Süssmuth en Lafontaine bijna dagelijks - onverminderd over de noodzaak van offers en maatschappelijke solidariteit.

HELMUT KOHL IS als kanselier en CDU-voorzitter in deze dagen een veelgeplaagd man. De stagnerende Europese Unie, het wankelende Oost-Europa, de economische crisis, de slechte opiniepeilingen, 'zijn' gevallen presidentskandidaat Steffen Heitmann - zijn bord ligt vol. Maar Kohl zou zichzelf, zijn partij, 'de politiek' en de bewoners van zijn land toch een groot en belangrijk plezier kunnen doen. Namelijk door nu niet toe te staan dat die affaire in Saksen-Anhalt weer 'zomaar' vervluchtigt in partijtactisch geschuifel maar in plaats daarvan hardop te zeggen dat hij kwaad is en de oorlog verklaart aan dergelijke vormen van politieke zakkenvullerij. Dat zou het veel Duitsers ook wat makkelijker maken om de offers te brengen waarom de kanselier met recht vraagt.