Paul de Leeuw maakte gedenkwaardige televisie

De schreeuw van de leeuw. Herh. vrijdag 3 december, Ned.1. 14.23-15.10u.

Het had gemakkelijk verkeerd uit kunnen pakken, maar in plaats van over de schreef te gaan, maakte entertainer Paul de Leeuw in zijn programma De schreeuw van de leeuw, afgelopen zaterdag, gedenkwaardige televisie. In het gefilmde slot-item van zijn programma gaf hij, samen met de vriend van de onlangs op jonge leeftijd aan aids overleden zanger René Klijn, gevolg aan diens laatste wens. Ze strooiden, vanaf een boot, Klijns as uit over de Hudson bij Manhattan.

Riskant was in de eerste plaats, dat Klijn vlak voor zijn dood populair is geworden dank zij een eerder, terecht volop geprezen programma van De Leeuw. Daarin gaf hij de doodzieke en uitgeputte zanger op onsentimentele en relativerende wijze de ruimte om een groot publiek te laten zien wat het betekent om aan aids te lijden. Het programma werd dit voorjaar onderscheiden met de Bronzen Roos op het televisiefestival in Montreux. De kans de verdenking op zich te laden een succes te willen herhalen was dus niet gering. Dat een minstens even groot gevaar school in de intimiteit van de handeling spreekt voor zich.

Maar zoals De Leeuw het deed, werd het geen moment gênant: hij verstopte zijn zenuwen niet. Stuntelig en als gewoonlijk onzorgvuldig formulerend maar ernstig en recht in de camera kijkend, vertelde hij de kijker wat de bedoeling was. Daarna een enkele flauwe poging tot een grapje, een regelrecht botte vraag (“Ben je er al overheen?” of iets van die strekking), aandacht voor de urn, verbazing over het nummertje dat in de as bleek te liggen en het legen van de plastic zak door Klijns vriend, hangend over de reling. Een champagnetoast en een troostend gebaar sloten het filmpje af.

Het wonderlijke is dat De Leeuw alle risico's omzeilde - simpelweg door ze te negeren. Ieder ander zou, zeker in dit geval, zijn toevlucht hebben gezocht in stilering, in een vorm of in leerzame deskundigheid. Maar dat alles, zo bewees De Leeuw, was gekunsteld geweest en pretentieus en bij lange na niet zo indrukwekkend als zijn oprechte onhandigheid. Tot troost van de makers van alle Postbus 51-reclamespotjes mag strekken dat misschien alleen hij zich dat kan veroorloven, maar het gevolg was daarom niet minder ontroerend.